Van Nederlands enige orkaan wordt langzaam meer bekend

Foto boven: In Vlissingen moet op 7 september 1944 de enige orkaan van Nederland hebben gewoed - Wikipedia

Hoewel er maar heel weinig over bekend is, blijft de enige orkaan die Nederland, die het land op donderdagavond 7 september 1944 trof en de enige windkracht 12 storm is die ons land in het tijdperk van de moderne metingen lijkt te hebben getroffen, tot de verbeelding spreken.

Leden van het forum Weerwoord.be waagden zich aan een analyse, op basis van de (heranalyse) data die we van die dag wel beschikbaar hebben. Het is een analyse die toch wat duidelijker laat zien wat er toen mogelijk is gebeurd. En daarom staan we er vandaag toch nog een keer bij stil.

In Vlissingen moet op 7 september 1944 de enige orkaan van Nederland hebben gewoed - Wikipedia
In Vlissingen moet op 7 september 1944 de enige orkaan van Nederland hebben gewoed - Wikipedia

Terug naar toen

Eerst nog eens even terug naar toen. Nederland werd op donderdag 7 september 1944 vanaf vroeg in de avond door een zware storm getroffen. De windkracht 12 werd die dag in Vlissingen tussen 18 en 19 uur gemeten. De wind tekende in dat uur gemiddeld 35 meter per seconde aan, gelijk staand aan een gemiddelde windsnelheid van 122 kilometer per uur. De windstoten en de momenten dat het even wat minder hard ging, zitten daarbij.

Advertentie

Het was een waanzinnig sterke wind dus. De windstoten werden zelfs geschat op 175 kilometer per uur en het kan niet anders of in Zeeland moet deze wind op grote schaal enorme schade hebben opgeleverd. Geen andere storm was er ooit zo zwaar.

Ook op andere plaatsen veel wind

Kijk je verder naar de windgegevens van die dag, dan vinden we voor De Bilt een uurgemiddelde van 22,1 meter per seconde terug, een dikke windkracht 9 (boven land!). Eelde kwam tot ruim 18 meter per seconde, wat een uurgemiddelde van windkracht 8 inhoudt. In Maastricht bleef de wind binnen de perken. Daar kwamen ze niet verder net aan een windkracht 6.

Ook de waarden zoals je die voor De Bilt en Eelde aantreft, zijn hoog. Het gebeurt niet vaak dat je boven land tot een uurgemiddelde van meer dan windkracht 9 komt. In de kustgebieden is zoiets wel haalbaar. Een station als Eelde laat het ook tegenwoordig nog wel zien.

In de kranten geen spoor van de storm

Het bijzondere aan de storm van 7 september 1944 was dat er in de kranten geen spoor van terug te vinden is. Het enige feitje dat we lezen, is dat in de Rotterdamse haven 10 zeeschepen van hun trossen sloegen. Verder zijn er helemaal geen verhalen over, geen meldingen van schade en al helemaal niet over de oorzaak van de storm. Er werd in die tijd blijkbaar niet over gesproken. De mensen hadden andere dingen aan hun hoofd.

Advertentie

Zo was het in Nederland nog oorlog. Pas op 14 september van diezelfde maand drongen de eerste militairen van de geallieerden het uiterste zuiden van Limburg binnen. Waarschijnlijk was de spanning groot. Het was 2 dagen na 'Dolle Dinsdag'. Mogelijk heeft de Duitse censor bepaald dat er niets geschreven mocht worden over zaken die de geallieerden in de kaart zouden kunnen spelen, zoals dat een storm grote schade had aangericht, aan verdedigingslinies en wat ook meer. Het zou een verklaring kunnen zijn voor de grote stilte van dat moment.

Anderen kwamen er later wel op terug

In andere berichten, na de oorlog, is wel aan de betreffende storm gerefereerd. Meestal op basis van de officiële cijfers, zoals we die in dit verhaal ook hebben genoemd. Ook weerman Hans de Jong, toen schrijvend in de Leeuwarder Courant, zei er ooit in een paar regels iets over. Hij noteerde vanuit eigen herinnering dat er die bewuste avond inderdaad een zware storm over Nederland trok, met vlagen van windkracht 10. Maar dat er vanwege de oorlog op geen enkele manier informatie over werd gegeven. Hijzelf vermoedde dat het hier om een orkaanrestant ging, dat als een gewoon lagedrukgebied over Nederland trok.

Dat laatste is overigens niet mogelijk. Als je de archieven van het orkaanseizoen van 1944 erbij pakt, dan zie je dat we op dat moment van het orkaanseizoen op de Atlantische Oceaan juist in een stille periode zaten. De laatste orkanen waren in augustus geweest, een eerste nieuwe begon zich vanaf 8 september te vormen. Die theorie is niet realistisch.

De toedracht van toen wordt langzaam duidelijker

Wat er mogelijk wel is gebeurd, wordt op basis van de analyse zoals die op Weerwoord is te lezen, wat duidelijker. Het lagedrukgebied dat de storm veroorzaakte, was klein en ontstaan uit een onweersstoring die vanuit het Frankrijk naar het noorden kwam. Hij bereikte zijn grootste activiteit precies toen de kern ervan langs de Nederlandse westkust trok.

Op dat moment zat de atmosfeer boven ons land explosief in elkaar. Uitgesproken warme lucht boven Duitsland en koelere, die er aan de zuidzijde van de kern van het lagedrukgebied een naar zuidwest draaiende wind in kwam, kwamen precies boven onze hoofden bij elkaar. De lucht was zeer onstabiel, er was veel vocht beschikbaar voor de vorming van buien en op hoogte was boven ons land een voor de tijd van het jaar zeer krachtige straalstroom aanwezig.

Er moeten felle buien zijn geweest

Door de grote onstabiliteit kan het bijna niet anders of op en rond het lagedrukgebied moeten zich in de fronten felle buien hebben gevormd. Met daarin en omheen felle stijg- en daalbewegingen, die een deel van de hoge windsnelheden, op grotere hoogte in de atmosfeer aanwezig, richting het aardoppervlak kunnen hebben gebracht.

Ook met het lagedrukgebied zelf was iets bijzonders aan de hand. Uit de heranalyse van de gegevens van toen blijkt dat het systeem overduidelijk over een warme kern beschikte. Dat wijkt af van ‘gewone’ lagedrukgebieden die een ‘koude’ kern hebben.

Het conceptuele model van een Shapiro - Keyser depressie - NOAA
Het conceptuele model van een Shapiro - Keyser depressie - NOAA

Een Shapiro – Keyser depressie

Het systeem, dat die avond langs Nederland naar het noorden trok, zou dan ook een zogenoemde Shapiro-Keyser depressie kunnen zijn geweest. Dat is een bijzonder lagedrukgebied waarin de manier waarop de warme en koude sectoren rond de kern met elkaar samenwerken, afwijkt van wat in gewone lagedrukgebieden gebruikelijk is. De frontenstructuur ziet er daardoor ook iets anders uit.

Een ander kenmerk van dergelijke lagedrukgebieden is de tong met zeer droge lucht die rond de kern aan de zuidwestkant indraait. Het is deze tong met droge lucht die je, als het om het optreden van extreme windsnelheden gaat, in de gaten moet houden. Op de kop van de indraaiende occlusie kan zich in die droge lucht een zogenoemde stingjet vormen.

Stingjet gevaarlijk en onvoorspelbaar

Een stingjet is een smalle band met een zeer sterke wind die vanuit de hogere luchtlagen vanaf 3 tot 5 kilometer hoogte wordt gevoed. Zo’n stingjet bevindt zich aan de achterkant van de kern van het lagedrukgebied, op de kop van de indraaiende occlusie, een front dat om de kern van het lagedrukgebied heen ligt. Op satellietbeelden lijkt de plaats van de stingjet in het bewolkingsbeeld vaak op de angel van een schorpioen, vandaar de naam.

Storm Kristin, vlak voordat ze op 28 januari over Portugal trok - NASA
Storm Kristin, vlak voordat ze op 28 januari over Portugal trok - NASA

Op de stingjet kan de wind in een kleine regio enorm uithalen. Dit lijkt bijvoorbeeld op 28 januari 2026 in Portugal op de plek te zijn gebeurd waar storm Kristin voor miljarden euro’s schade aanrichtte. Het was daar een ramp die in Europa zijn gelijke eigenlijk niet kende.

Om een stingjet te kunnen krijgen, heb je een klein, zich snel ontwikkelend lagedrukgebied nodig, van het specifieke Shapiro-Keyser type. Een lagedrukgebied dus met een warme kern en een bijzondere frontenstructuur. Verder is op middelbare hoogte een tong met droge lucht nodig. Op de satellietfoto’s zie je zo’n ‘droge tong’ duidelijk terug. Op de kop van de indraaiende occlusie verdampt regen in die droge lucht. Door die verdamping koelt de lucht af, wordt zwaar en valt omlaag, waarbij de snelheid van de wind op hoogte mee omlaag komt.

Lagedrukgebied destijds mogelijk Shapiro-Keyser depressie

Stingjets zijn gevaarlijk doordat ze kleinschalig voorkomen, lastig te voorzien zijn en zeer plotseling komen opzetten. Verder veroorzaken ze veel meer schade dan de rest van de storm. Gaan we terug naar die donderdagavond 7 september 1944, dan lijkt aan alle voorwaarden, nodig voor de vorming van zo’n stingjet, te zijn voldaan. Het lagedrukgebied was klein, in volle ontwikkeling en zeer waarschijnlijk van het Shapiro-Keyser type.

Verder was er in de atmosfeer sprake van een zeer grote onstabiliteit, door de botsing van erg warme en veel koelere lucht. Ook lijkt de voor de vorming van een stingjet benodigde indraaiende tong met droge lucht aanwezig te zijn geweest. En verder wijzen de zeer beperkt aanwezige windmetingen van die dag wel degelijk op een bijzondere gebeurtenis.

Is dit sluitend bewijs?

Is hiermee het bewijs voor de orkaan nu onomstotelijk geleverd? Nee, dat niet. Het blijft staan dat de windmeting in Vlissingen met een windmeter van bedenkelijke kwaliteit is gedaan. Een medewerker van het KNMI zei jaren geleden tijdens een discussie over de storm op weerforum Weerwoord.be al dat hij in het verleden onderzoek naar de situatie had gedaan.

Op basis van wat hij in de archieven zag, meende hij sterke vraagtekens te kunnen plaatsen bij de betrouwbaarheid van de metingen van die dag. Ze zouden met het ‘Molentje van Robinson’ zijn gedaan, een niet erg betrouwbare windmeter. Ook hij vermoedde dat van een agressief front sprake moet zijn geweest, een felle buienlijn met een sterk uithalende wind.

Een kanttekening is hierbij op zijn plaats. Zo’n buienlijn alleen zou nooit tot een uurgemiddelde van windkracht 12 kunnen leiden. Dan is er toch echt meer aan de hand. Het in De Bilt gemeten uurgemiddelde van windkracht 9 en het in Eelde gemeten uurgemiddelde van windkracht 8 wijzen ook in die richting. Evenals het verhaal van weerman Hans de Jong, die zich de storm nog kon herinneren. Er moet die avond toch echt wel iets bijzonders zijn gebeurd. En inmiddels laat een verdere analyse van de gegevens van toen dit dus ook wel zien.

Kleine systemen glippen makkelijk door de mazen van het net

Anderen wijzen erop dat het lagedrukgebied, zoals dat nu uit de heranalyse tevoorschijn komt, nooit sterk genoeg kan zijn geweest voor een orkaan, als je puur naar die kaarten kijkt. Dit bezwaar hoeft echter niet doorslaggevend te zijn.

De heranalyse wordt op basis van een roosterpuntafstand gedaan die dermate groot is dat kleine systemen (zoals die waarvan op 7 september 1944 overduidelijk sprake was) makkelijk door de mazen van het net glippen. Denk hierbij ook aan de Hemelvaartsstorm van 12 mei 1983. Ook dat was een piepklein systeem dat door alle mazen van de modellen van toen heen glipte. Maar in Nederland wel degelijk een (onverwacht) zware storm bracht.

Andere stormen met een stingjet

Andere bekende stormen met een stingjet waren Kyrill in januari 2007 en Eunice in februari 2022. Ook storm Daria, die Nederland op 25 januari 1990 trof, had mogelijk een stingjet.

Van zomerstorm Poly, die Nederland op 5 juli 2023 trof en met name in het Kennemerland bij Haarlem grote schade aanrichtte (door windstoten met een geschatte kracht van 150 tot 160 kilometer per uur), werd ook vermoed dat er een stingjet bij zat. Dat bleek uiteindelijk niet zo te zijn. De extreme windsnelheden in Noord-Holland waren toen het gevolg van grote onstabiliteit en een relatief laag liggende en erg sterke straalstroom. Het waren buien die toen de voor de zeer sterke wind benodigde uitwisseling met de hogere atmosfeer verzorgden.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie