Duitse heuvels ‘breken’ kou in midden en zuiden Nederland
Reinout van den BornEcht koude lucht ligt deze winter gedurende langere tijd al dichtbij Nederland. Het koude noordoosten pikt er nog het meest van mee, de rest van het land minder. En dat terwijl we die winter toch steeds kunnen ruiken. Waardoor lukt het toch net niet? Het lijkt erop dat heuvels in Duitsland de kou in het midden en zuiden ‘breken’.
Als je de prestaties van de winter van 2026 tot nu toe wereldwijd bekijkt, dan is het vanaf 1 december ion Alaska, grote delen van Canada, het noorden en noordoosten van de VS, grote delen van Scandinavië, de Baltische staten, delen van Polen, heel Belarus, het noorden van Oekraïne en vrijwel geheel Rusland tot nu toe (flink) kouder normaal geweest. In het enorme Rusland heeft alleen het oosten van Siberië zich aan dit beeld onttrokken.

In Nederland is het noordoosten veel kouder dan het zuiden
Zoomen we wat verder op Europa in, dan is de winter in de rest van Polen, het oosten en noorden van Duitsland en ook in het noorden van Nederland tot nu toe ‘normaal’ verlopen. Met een zeer zachte december, gevolgd door een koude januari en een koude februaristart. In Nieuw-Beerta staat het koudegetal al op 36,3 punten en ligt daarmee iets onder normaal. De rest van Europa, inclusief het midden en zuiden van Nederland, beleeft een zachte winter.
Zeer opvallend de laatste twee weken is de aanwezigheid van de wintergrens boven Nederland. Sinds 22 januari ligt die overgang tussen de koude lucht aan de noordkant en de veel zachtere lucht aan de zuidkant vrijwel voortdurend ergens boven het land. Zit het uiterste noordoosten vaak in de koude lucht, verder naar het zuiden wisselen de twee luchtsoorten elkaar af en in het zuiden is het eigenlijk meestentijd zacht. Liefhebbers van winterweer vinden het daar over het algemeen dan ook een flutwinter, in het noordoosten is juist veel meer te beleven.
Zo af en toe duikt de wintergrens boven ons land op
In een periode waarin we in Nederland vooral erg zachte winters hebben meegemaakt, is zo’n wintergrens boven onze omgeving een fenomeen dat toch af en toe opduikt. Zo kwam de koude lucht in de extreem zachte winter van 2014, de enige tot nu toe die in De Bilt een koudegetal van 0,0 punten opleverde, eind januari nog wel even het noordoosten van het land binnen. Het leverde in Nieuw-Beerta 5 ijsdagen op, sneeuw en ijzel en 18,5 koudepunten.
In 2016, ook al een draak van een winter, gebeurde iets dergelijks nog eens. Toen beleefde het noordoosten tussen 16 en 22 januari een heuse vorstperiode. Bekend van die winter is nog altijd de zware ijzel, waardoor het noordoosten gedurende meerdere dagen werd getroffen. Die winter leverde in Nieuw-Beerta zelfs een koudegetal van 39,6 punten op.
Ook in 2010 waren de verschillen groot
Ook als je nog verder terug gaat in de tijd zijn er winters waarin het noordoosten voor de zachte lucht vanuit het zuidwesten een moeilijk te nemen bastion was. Te denken valt aan de winter van 2010. Nieuw-Beerta scoorde in die winter maar liefst 162 koudepunten, tegen De Bilt ‘slechts’ 94,7 punten. Over een relatief kleine afstand is dat een erg groot verschil.
Het summum van de winter met een wintergrens vaak boven Nederland was de winter van 1979. Nieuw-Beerta bestond toen nog niet als weerstation, maar Eelde (in het noorden van Drenthe) scoorde 250,9 koudepunten. De Bilt kwam op 205,7 punten uit, in Maastricht waren het er 196,4 en Vlissingen kwam op een totaal van 98,3 koudepunten uit. Ook daar was die score nog steeds voldoende voor een 9e plaats op de lijst met koudste winters. In Eelde kwam de winter van 1979 op een 7e plaats uit. Feitelijk waren de verschillen toen niet eens zo heel groot.
Ieder jaar heeft zo zijn eigen redenen
Nu kun je voor elk van de hiervoor genoemde situaties steeds een specifieke reden geven voor de aanwezigheid van die wintergrens boven het land. De ligging van Nederland in het noordwesten van Europa, dichtbij de oceaan, maar ook bij Scandinavië, maakt dat de kans op een drukverdeling waarin zowel lagedrukgebieden van de oceaan als hogedrukgebieden boven Scandinavië een rol spelen relatief groot is. En treedt zo’n situatie tijdens de wintermaanden op, dan is de kans op kou in het noordoosten automatisch groter dan in het zuidwesten.
De situatie van dit jaar was en is echter wel erg specifiek. Weerliefhebber Klaas Dijkhuizen in het Groningse Ten Boer zette me in een mail overigens op dit spoor. In een apart verhaal morgen, komen we terug op wat hij verder schreef, en ook op een voorstel dat hij het KNMI heeft gedaan.
Het grappige aan de situatie van de laatste tijd is dat de wind aan de grond in de voorbije twee weken zowel in het noorden als in het zuiden overwegend oostelijk tot zuidoostelijk is geweest (met buiten het noorden vaak ook een zuidelijke component); zo op het oog een ideale situatie dus om het overal koud te laten worden.

Op enige hoogte boven Nederland is de winter dit jaar ‘gewoon’ zacht
Op enige hoogte in de atmosfeer was, door de invloed van lagedrukgebieden op de oceaan, de wind echter veel vaker zuidelijk. En voerde op enige hoogte steeds weer nieuwe golven met zachte lucht aan. Was die laag aan de grond met oostelijke tot zuidoostelijke winden vaak maar enkele honderden meters dik, de zachte zuidelijke wind daarboven bepaalde het beeld. Op die hoogte dreven ook steeds weer nieuwe gebieden met neerslag vanuit het zuidwesten binnen. Vaak was dit een combinatie van regen en ijzel, soms oom sneeuw.
Om te begrijpen waardoor het noordoosten koud bleef en in de rest van het land vaak zachter was, moeten we naar de reliëfkaart van Duitsland kijken, waar onze lucht het grootste deel van de tijd vandaan kwam. Als de wind oostelijk tot zuidoostelijk is, bevindt het noordoosten zich nog net in het verlengde van een luchtstroom, die via het laagland in Polen en Noord-Duitsland komt aanzetten. Doordat er daar nauwelijks heuvels zijn, kan die lucht in de onderste paar honderd meter koud blijven, want wordt niet gemengd met de warmere lucht erboven.
Heuvelruggen mengen de twee luchtsoort met elkaar
Voor het midden en zuiden van ons land zitten in Duitsland wel meerdere heuvelruggen en middelgebergten in de aanvoer. Waait de wind daar overheen, dan wordt de koude lucht onderin de atmosfeer juist wel gemengd met de warmere erboven. En krijgen we hogere temperaturen.
Het niet slagen van de winter in het grootste deel van Nederland is dus vooral een gevolg geweest van de aanhoudende druk van lagedrukgebieden, komend vanaf de oceaan, die op hoogte steeds weer nieuwe golven met zachte lucht naar Nederland stuurden. En ook al bleef de wind aan de grond oostelijk, de heuvels in de aanvoerrichting deden de rest. Alleen in de 'leemtes', tussen de verschillende lagedrukgebieden door, kon de wind soms wel even wat 'noordoostelijker' worden, waardoor de kou tijdelijk zuidwaarts oprukte.
In het noordoosten bleef de koude laag onderin beter in tact
In het noordoosten van het land drong die zachte lucht op hoogte ook steeds door. Daar was het echter de dunne, koude laag onderin de atmosfeer die kon standhouden, door het ontbreken van heuvels in de aanvoer van de oostelijke wind. Daardoor mengde die koude lucht onderin de atmosfeer niet met de warmere lucht erboven. En zorgde dit ervoor dat het beeld van de winter in het noordoosten van Nederland nu zo anders is dan in het zuiden van het land.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Tweede doorkijkje naar de winter: signalen tegenstrijdiger geworden
Aanwijzingen ‘kansrijkere’ winter dringen in modelberekeningen door
Warme luchtlaag boven poolgebied straks geheime wapen winter?
Volg ons ook op facebook en X!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










