Zomer 1947 heeft zijn 4 hittegolven terug

Foto boven: Het meetveld van het KNMI - KNMI

Het KNMI heeft de nog maar 10 jaar geleden uitgevoerde homogenisatie van de temperatuurreeksen van zijn 5 hoofdstations, waaronder De Bilt, opnieuw aangepast en verbeterd, zo meldt het instituut op zijn website.

Een gevolg van de aanpassing is dat van de 14 hittegolven uit de vorige eeuw die met de homogenisatie van 2016 verdwenen er 7 weer zijn teruggekeerd. Daaronder de 3 hittegolven uit de zomer van 1947 die waren geschrapt. Nu heeft die zomer alle vier zijn hittegolven, die in de ruwe data nog wel steeds zitten, ook officieel weer terug.

Het meetveld van het KNMI - KNMI
Het meetveld van het KNMI - KNMI

Nieuwe inzichten

Over de nieuwe homogenisatie zegt het KNMI in zijn bericht het volgende: ‘Tien jaar geleden heeft het KNMI een eerste versie van gehomogeniseerde reeksen uitgebracht. Sindsdien is er doorlopend onderzoek geweest naar mogelijke verdere verbeteringen. Er was ook behoefte aan inzicht in de onzekerheid van de homogenisatie. Er zijn daardoor nieuwe inzichten verkregen, ook van buiten het KNMI. Dat is de aanleiding geweest voor deze publicatie van een wetenschappelijk rapport met een nieuwe versie van de gehomogeniseerde reeksen’.

Advertentie

Volgens het KNMI is homogeniseren van meetreeksen belangrijk. ‘Het homogeniseren van meetreeksen betekent dat meetgegevens worden aangepast om ze beter te kunnen vergelijken over een langere periode. Over tientallen jaren kunnen de metingen zijn beïnvloed doordat een weerstation is verplaatst of er kan een nieuw soort thermometer zijn gebruikt. Daarmee is het lastiger om te zien hoe het weer en klimaat verandert, omdat andere factoren de cijfers beïnvloeden’.

‘Oude metingen niet fout’

En: ‘Dit betekent niet dat de oude metingen fout zijn, ze zijn alleen moeilijker te vergelijken met de huidige metingen. Daarom maken we naast de oorspronkelijke metingen ook een aangepaste, “gehomogeniseerde” reeks metingen. Welke reeks kan worden gebruikt, hangt af van wat het doel van het gebruik is. Daarom blijven beide soorten reeksen beschikbaar voor iedereen’.

Kritiek op de homogenisatie van 2016 kwam onder meer van Maurice de Hond, die er op zijn site meerdere artikelen (hier en hier) aan besteedde. Zijn belangrijkste kritiek besloeg meerdere punten. Zo vond hij de correctiemethode zelf te rigoureus. Hij stelde dat het KNMI bij de homogenisatie de maximumtemperaturen op warme dagen – bijvoorbeeld in augustus – te veel had verlaagd (tot bijna 1,9 °C minder) waardoor veel vroege hittegolven uit de statistieken verdwenen.

‘Andere stations te weinig gebruikt’

Ook vond hij de selectie van referentiestations dubieus. Maurice de Hond beweerde dat het KNMI destijds voor De Bilt bijna uitsluitend station Eelde als referentie gebruikte en andere stations zoals Den Helder, Vlissingen en Maastricht negeerde, wat volgens hem niet de beste methode was om voor de inhomogeniteit rond de verplaatsing en hutwissel van De Bilt rond 1950 te corrigeren.

Advertentie

Volgens De Hond liet een vergelijking met de andere stations ook zien dat de gehomogeniseerde reeks van De Bilt na correctie veel sterker daalde dan je op grond van de landelijke temperatuurtrends zou verwachten – wat erop wijst dat de correctie ‘te ver was doorgeschoten’. Daarbij zag hij dit als ‘een alleen optisch verhogend effect op recentere hittegolven’, en dus als een vervorming: doordat vroegere extreme hitte zwakker werd voorgesteld, lijkt de opwarming van later sterker.

‘Problematisch’

Samengevat vond hij dat de door het KNMI gehanteerde homogenisatie-aanpak methodologisch problematisch was, waardoor veel historische hittegolven – waaronder meerdere in 1947 – ten onrechte uit de dataset verdwenen of sterk werden verminderd.

In de nieuwe aanpak van de homogenisatie gebruikt het KNMI nu naar eigen zeggen uitgebreidere gegevens en inzichten dan de 2016-versie had. Waar mogelijk zijn naast temperatuurmetingen ook andere weergegevens zoals wind, bewolking en luchtvochtigheid meegenomen. Daardoor zijn correcties beter afgestemd op daadwerkelijke omstandigheden in plaats van alleen op statistische relaties met andere stations.

Betrouwbaarder beeld

Voor vier van de vijf stations (inclusief De Bilt) kon in de nieuwe methode gebruik worden gemaakt van parallelle metingen en extra datavariabelen die in de eerste homogenisatie nog niet werden benut – bijvoorbeeld metingen in verschillende weersituaties. Dit geeft een betrouwbaarder beeld van structurele veranderingen in meetopstellingen.

Verder is het nog steeds zo dat aanpassingen alleen op oudere data betrekking hebben, vooral voor de periode tot ongeveer 1950 tot 1970 (afhankelijk van het meetstation). De meetwaarden daarna zijn ongewijzigd gebleven en gelijk aan de ruwe metingen.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook en X!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie