‘Bijzondere weersituatie van nu moet eigen naam krijgen’
Reinout van den BornBoven Nederland ligt al twee weken lang de grens tussen koude lucht in het noorden, die het weer in het noordoosten van ons land vrijwel voortdurend bepaalt, en de zachtere lucht die in het midden en zuiden veel prominenter aanwezig is.
In het koude gebied in het noorden leidde ijzel de afgelopen nacht en vanochtend op grote schaal tot extreme gladheid. In verband met die gladheid is tot 12 uur vanochtend in de drie noordelijke provincies nog een code rood, ofwel een weeralarm van kracht. Het is het eerste weeralarm sinds 5 juli 2023, toen zomerstorm Poly Nederland trof.

Reliëf in Duitsland speelt mogelijk een rol
In een verhaal op deze site lieten we gisteren al zien hoe de specifieke situatie van nu mogelijk te maken heeft met het reliëf in Duitsland, in de brongebieden waar onze lucht met een oostelijke tot zuidoostelijke wind vandaan komt. Daar waar die wind in het noordoosten van de Poolse en Noord-Duitse laagvlakten komt, blaast de oostelijke tot zuidoostelijke wind in het midden en zuiden over enkele gebergten heen, voordat de lucht ons land bereikt.
In de specifieke situatie van nu, met warme lucht op hoogte en een dunne en koude luchtlaag daaronder, kunnen die bergen de verklaring zijn voor de ligging van de wintergrens boven Nederland. In het noorden, waar de lucht van de laagvlakten komt, wordt de aanvoer niet verstoord en kan de dunne, koude laag aan het aardoppervlak zich handhaven.
In het midden en zuiden wordt de luchtopbouw wel verstoord
In het midden en zuiden, waar bergen in de aanvoer in de weg zitten, wordt de luchtopbouw wel verstoord en mengt de warme lucht op hoogte met de koudere eronder. Zo ontstaan de grote verschillen die we nu in het land zien. Met in het noorden aan de grond de koude lucht, in het midden en zuiden niet. De kou in het noorden maakt alleen dan vorderingen naar het zuiden als de wind overal behalve een oostelijke ook een noordelijke component krijgt. Veel vaker zien we behalve de oostelijke echter een zuidelijke component. Die de situatie van nu verklaart.
Het was weerliefhebber Klaas Dijkhuizen uit het Groningse Ten Boer die me op deze situatie attent maakte. Na het eerste verhaal erover, gisteren op deze site, schreef hij in een email het volgende: ‘Ooit maakte weerman Jan Pelleboer een opmerking over de oostenwind in de winter en het daarop volgende weertype. In het kort: draait de wind over het noorden naar het oosten, dan is de kans op koud en wat langduriger winterweer groter. Voorbeeld: eind 1956, oudjaar 1978, en bij voorkeur een met ‘donder en geweld’ binnenstromende koude lucht. Draait de wind echter over het zuiden naar het oosten, dan zal de winterkou niet veel voorstellen. Aldus Jan Pelleboer, en dat heb ik altijd goed onthouden’.
‘Bij voorbaat al lichtelijk teleurgesteld…’
Hij gaat verder: ‘Vaak ben ik zelf al bij voorbaat ‘lichtelijk teleurgesteld’ als ik een dergelijke voorspelling zie van wind > Z > O. Ook nu hoopten we als winterliefhebber natuurlijk dat het dit keer ‘anders’ zou zijn, maar ook dit keer klopte Jan Pelleboer zijn theorie. Het werd niet echt koud, zelfs eerst lenteachtig op de 17e januari’.
Er zit een duidelijk grond van waarheid in de vaststelling van Dijkhuizen. Gaat de wind via noord naar oost, dan krijgt koude lucht vanuit Scandinavië eerst de kans om het noordwesten van Europa te veroveren, voordat de oostenwind invalt. Gaat de wind via zuid naar oost, dan gebeurt dit niet en ben je voor de verdere ontwikkeling van de periode afhankelijk van de gebeurtenissen daarna. Dan moet de kou alsnog komen, maar dit lukt dus lang niet altijd. De huidige situatie is daar een mooi voorbeeld van. De kou is wel dichtbij, maar komt maar steeds niet.
‘De situatie van nu moet een eigen naam krijgen’
Dijkhuizen stelt voor om de situatie van nu, omdat deze zich in Nederland veel vaker blijkt voor te komen, een eigen naam te geven. Net zoals de sneeuwbuien, die in de winter van de Grote Meren in het noorden van de VS komen, als daar een portie ijskoude lucht overheen stroomt. Ook die hebben een eigen naam gekregen en worden ‘Lake-Effect Snow’ genoemd. Waarmee voor iedereen duidelijk is wat op dat moment gebeurt.
Dijkhuizen: ‘Dit ‘beestje’ heeft in de meteorologie nog steeds geen (officiële) naam, voor zover ik weet. Mijn voorstel is om dit te veranderen. Dat dit idee van een simpele weeramateur komt, is natuurlijk voor het KNMI en andere meteorologen geen probleem. Het is immers een verbetering als met een bepaald begrip iets snel goed kan worden uitgelegd aan het publiek’.
Voorstel naar KNMI gestuurd
Hij denkt aan de term ‘Laagvlaktekou’, De situatie van nu, met de wintergrens steeds boven het noordoosten van Nederland, zou zo het ‘Laagvlaktekou-effect’ kunnen worden genoemd. Dijkhuizen heeft zijn voorstel aan het KNMI gestuurd, met een afschrift van die brief aan onder meer Weerverteller.nl. Nu is het wachten op het antwoord van het nationale weerinstituut.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Tweede doorkijkje naar de winter: signalen tegenstrijdiger geworden
Aanwijzingen ‘kansrijkere’ winter dringen in modelberekeningen door
Warme luchtlaag boven poolgebied straks geheime wapen winter?
Volg ons ook op facebook en X!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










