Werken in het weer: grote droom kwam uit
Reinout van den BornAls het even niet meezat, dan was er het weer. En ging het goed, dan ook. Dat is toch wel de samenvatting van mijn leven tot nu in een notendop. Het weer was er gewoon altijd. Het discrimineerde niets en niemand, keek niet naar rangen of standen, gaf niet om reputaties en geld. Het was er gewoon. Of je je nu goed of slecht voelde, dat maakte niet uit.
Door een zware storm en mijn liefde voor sneeuw, kwam ik als 7-jarig jongetje ‘in het weer‘ terecht, afgelopen 3 januari precies 50 jaar geleden. Een serie van 11 delen over alles wat er sindsdien is gebeurd en wat zich in mijn herinnering heeft vastgezet. Vandaag deel 11, de afsluiter van de serie.
Het weer gaf me de mogelijkheid om grip op iets te krijgen, op de momenten dat mijn omgeving juist ingewikkeld was. Systemen te ontdekken, die er altijd zijn en die je kunt verklaren. Tegelijkertijd is weer ook zo ingewikkeld dat je er je hele leven druk mee kunt blijven, om er steeds weer iets meer van te begrijpen.

Syndroom van Asperger
Zoals meer mensen, die in een weerkamer een baan hebben gevonden, heb ook ik een ASS, een Autisme Spectrum Stoornis. Vroeger werd mijn vorm ook wel het Syndroom van Asperger genoemd. Het is een vorm van ASS, gekenmerkt door problemen in sociale interactie en communicatie, maar met een normale tot hoge intelligentie, normale taalontwikkeling en zelfredzaamheid. En ja, dat ben ik inderdaad, ook in een notendop.
Het duurde tot mijn 28e voordat ik erachter kwam. Een vriendin liet me een verhaal lezen in een boek van Oliver Sacks (Een antropoloog op Mars). Toen ik het gelezen had, zei ik tegen haar: ‘Maar dat ben ik!’. En gesprekken met een psycholoog daarna bevestigden dat beeld.
Kon het tempo niet bijhouden
Problemen in sociale interactie en communicatie hebben me altijd achtervolgd. Op de lagere school al, toen ik vaak werd gepest, omdat ik scheel keek (is later via een operatie verholpen). Maar ook op de middelbare school en daarna de universiteit, waar ik er vaak een beetje buiten viel. Het tempo in de sociale ontwikkeling van anderen om mij heen kon ik niet bijhouden.
Ik wilde altijd eigenlijk maar één ding: weerman worden. Mijn ouders vonden dat niet zo’n goed idee. Er was geen droog brood mee te verdienen, dachten ze. Toch lieten ze me naar de Utrechtse Universiteit gaan om daar meteorologie te studeren. Het was een hoofdvak van de studies Natuurkunde en Geofysica. Ik had weinig met natuurkunde. Het werd Geofysica.
Een andere weg
Met heel veel moeite haalde in de propedeuse. Daarna was het op. We gingen een keer bij het KNMI op bezoek. Het gebouw kwam grauw en grijs op me over, de sfeer binnen de deuren sprak me niet aan. Onderzoeker zou ik worden, mocht ik de studie tot een goed einde brengen. Daar had ik helemaal geen zin in.
Ik wilde over het weer praten, erover vertellen, een weerverteller zijn. Ik had het er met een professor over. Hij raadde mij een andere weg aan. En ik vond dat hij gelijk had.
Om een lang verhaal kort te maken: het kaarsje doofde. Ik ging niet meer naar college, lag bij mijn ouders thuis op de bank en wist niet goed hoe nu verder. Mijn moeder opperde een plan. De correspondent van meerdere regionale dagbladen in Garderen was overleden. In één van die kranten stond een advertentie, ze zochten een nieuwe. Was dat niet iets voor mij?
Ze waren enthousiast
Ja, dacht ik. Leuk. Op onbekende mensen afgaan om ze nieuws te ontfutselen. Dat lag mij echt… Maar bij gebrek aan alternatieven, schreef ik toch een brief. En werd voor een gesprek in een plaatselijke kroeg uitgenodigd. Grappig genoeg waren ze enthousiast. Ze wilden dat ik een proefverhaal schreef. En een onderwerp hadden ze ook al. Verder moest ik er niet van opkijken dat mijn verhaal, als het eenmaal in de krant stond, voor mij onherkenbaar zou zijn, want geredigeerd. Dat ging zo met alle nieuwe correspondenten.
Ik maakte met lood in de schoenen een afspraak, deed een interview en schreef er een verhaal over. Ik zorgde ervoor dat de kopij bij de krant kwam en aan het einde van de middag stond het erin. Vrijwel onveranderd. De chef vroeg mij later wie het verhaal geschreven had, mijn ouders, een oom, een tante? Ze konden niet geloven dat ik het zelf had gedaan.
Bij de regionale krant
Het was het begin van een totaal onverwachte carrière bij een regionale krant. Als journalist en al snel ook als eindredacteur. Ik was 19 toen ik er begon en zou er 5 jaar blijven. Het ware zware jaren. Voor een persoon zoals ik, met problemen in sociale interactie en communicatie, is het beroep van journalist misschien wel het zwaarst denkbare. Dag in dag uit word je met je zwakste punten geconfronteerd. Letterlijk iedere dag moest ik er de confrontatie mee aangaan.
Uitputtend was het, maar tegelijk euforisch. Vooral als het lukte. En als het niet lukte, schaamde ik me kapot. Mijn chef zette me onder druk om nog harder te gaan, mijn collega’s hielpen waar ze konden. Toch werd het me twee keer teveel. En kwam ik overspannen thuis te zitten. In die tijd was de Arbo hulp simpeler dan tegenwoordig. Een arts sprak ik alleen achter een loketje, echt gezocht naar de oorzaken achter de problemen werd er niet, er werd vooral gepusht om maar weer zo snel mogelijk aan het werk te gaan. En dat gebeurde beide keren ook.
Het pijpje was leeg
Na de tweede keer hield ik het nog 2 jaar vol. Daarna was het pijpje leeg en besloot ik na een gesprek met mijn jongste broer om mijn ontslag in te dienen. Om een jaar naar Spanje te gaan. Om Spaans te leren, zelfstandig te worden. Ik weet nog hoe mijn chef door de grond zakte van verbazing toen ik mijn ontslag aankondigde. Hij kon het niet geloven. Ik was een enorm talent, het zou allemaal goedkomen, als ik maar geduld had, hield hij me voor. En dat kon ik dan weer niet geloven.
Het is achteraf bezien het beste besluit uit mijn leven geweest. Alles wat daarna gebeurde, kwam hieruit voort. Ik had een geweldig jaar in Spanje, studeerde daarna Communicatiewetenschap in Amsterdam (een betere studie voor mensen met problemen in sociale interactie en communicatie is er niet) en ging daarna aan de slag bij Meteo Consult in Wageningen. Alles wart ik daarvoor, vaak met zoveel moeite had gedaan, kwam ineens bij elkaar.
Een echte weerman
Ruim 20 jaar heb ik er gewerkt, in allerlei functies. Tussen mensen die ik begreep, want niet zelden zoals ik; zo is dat nu eenmaal in het weer. Ik heb er veel kunnen vertellen over het weer, maar ook in het management gezeten, tot aan een internationale functie aan toe (in de laatste 5 jaar).
In 2019 werd in met mijn Nederlandse team verkocht aan Talpa, waar we de weerdienst Weer.nl werden. Eindelijk was ik een echte weerman, met als opdracht over het weer te vertellen. Vier mooie jaren lang. Daarna werd Weer.nl verkocht en verloren twee collega’s en ik onze baan.
Mijn eigen platform
Er was maar één optie voor het vervolg. Het opzetten van een eigen platform, om over het weer te kunnen blijven vertellen. Dat werd Weerverteller.nl. Het gaat goed. Honderdduizenden mensen komen naar de site, om de verhalen erop te lezen. Verder reis ik het hele land door om cursussen te geven. Online gebeurt dat zelfs in het VK. Verder doe ik door het jaar heen ook weerbewakingen en geef in de media duiding als iets bijzonders gebeurt.
Het weer is er nog steeds altijd, niet alleen als werk, maar ook als hobby. En is net als vroeger een steun, in voor- en tegenspoed. Het heeft me veel gebracht. Op naar nog eens 25 jaar.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Aanstaande SSW brengt ons nog geen winter, nieuwe kans doemt op
Extreme mariene hittegolf Grote Oceaan geeft zacht wintersignaal
Warme luchtlaag boven poolgebied straks geheime wapen winter?
Volg ons ook op facebook en X!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










