De manier waarop we naar El Niño kijken, is veranderd
Reinout van den BornHet is de afgelopen tijd al meerdere malen in het nieuws geweest: er komt vanaf de zomer een nieuwe El Niño aan. En als de voortekenen niet bedriegen, wordt dat ook nog eens een erg krachtige El Niño. Maar hoe bepaal je zoiets nu eigenlijk? En juist in een gebied waar het zeewater al structureel warmer wordt, is die vraag actueler dan ooit.
Sinds kort waait er een nieuwe term door de meteorologische wereld: de Relatieve Oceanische Niño-index, of kortweg RONI. Sinds 1 februari 2026 gebruikt de Amerikaanse weerdienst NOAA deze nieuwe index bij het bepalen van een El Niño of een La Niña. Vroeger werd daarvoor de Oceanische Niño-index gebruikt, of ONI. De naamsverandering is er niet voor niets. Er wordt met ingang van 1 februari echt anders gekeken.

Tot voor kort werd El Niño alleen in absolute zin gemeten
Tot voor kort waren meteorologen vooral geïnteresseerd in de gemeten watertemperaturen in de bekende Niño 3.4-regio, op de Grote Oceaan, langs de evenaar. De zeewatertemperatuur daar werd vergeleken met een historisch gemiddelde.
Was het water minstens 0,5 graden warmer dan dat gemiddelde, dan sprak men van El Niño. Was het zeewater minimaal 0,5 graden kouder dan dat gemiddelde, dan was van een La Niña sprake. Maar in een wereld waarin de oceanen als geheel steeds warmer worden, begint die ‘normaal’ steeds verder (omhoog) op te schuiven en weet je niet goed meer waarnaar je kijkt. Ook wordt het steeds lastiger om vergelijkingen met vroeger te maken.
Van absoluut naar relatief
Hier komt de RONI om de hoek kijken. In plaats van alleen naar de afwijking in Niño 3.4 te kijken, wordt de daar gemeten afwijking van de zeewatertemperatuur nu afgezet tegen de watertemperatuur in de rest van de tropische oceanen (tussen 20° graden noorderbreedte en 20 graden zuiderbreedte).
Met andere woorden, zijn de tropen gemiddeld 0,4 graden warmer dan normaal en liggen de zeewatertemperaturen in de Niño 3.4-regio 0,9°C boven het gemiddelde, dan blijft er relatief gezien nog een afwijking van +0,5 graden over ten opzichte van de rest van de tropen.
Wordt in de Niño 3.4 regio een watertemperatuur van 0,5 graden beneden normaal gemeten, dan komt die 0,4 graden erbij en bedraagt de afwijking dus -0,9 graden.
Op deze manier wordt de ‘opwarming op de achtergrond’ door klimaatverandering als het ware uit de metingen gehaald. Wat overblijft, is een signaal dat er écht toe doet en ook goed met metingen uit het verleden is te vergelijken.
Waarom deze verandering?
De Amerikaanse weerdienst NOAA heeft deze stap niet zomaar gezet. In een opwarmend klimaat wordt het steeds lastiger om te bepalen wat uitzonderlijk is en wat simpelweg bij de ‘nieuwe normaal’ hoort. De RONI helpt daarbij op twee belangrijke manieren:
1. Eerlijkere vergelijking in de tijd
Doordat de index voor de algemene opwarming corrigeert, kun je de El Niño’s van nu beter met die van decennia geleden vergelijken.
2. Betere koppeling met het weer
Uiteindelijk draait het bij ENSO niet alleen om de gemeten temperatuur, maar vooral om de gevolgen daarvan voor het wereldwijde weer. Waar ontstaan buien en stormen? En waar wordt het juist droger en warmer dan? Juist die geobserveerde veranderingen in het weer blijken beter met deze relatieve manier van meten in overeenstemming te brengen.
Wat verandert er concreet?
Sinds 1 februari 2026 gebruikt NOAA officieel deze nieuwe methode voor monitoring en het maken van verwachtingen van El Niño en La Niña. De definities blijven op het eerste gezicht vertrouwd:
El Niño: El Niño: de (relatieve) watertemperatuur in Niño 3.4 is een halve graad of meer warmer dan normaal
La Niña: de (relatieve) watertemperatuur in Niño 3.4 is een halve graad of meer kouder dan normaal
Maar… de waarden zijn nu dus relatief in plaats van absoluut.
Ook blijft gewerkt worden met voortschrijdende gemiddelden over drie maanden in elkaar overlappende seizoenen. Voor de gebruiker zien de grafieken er dus vrijwel hetzelfde uit als vroeger, ook al is er onder de motorkap wel degelijk iets fundamenteels veranderd.
Een interessant gevolg
Kijken we naar recente verwachtingen, dan zien we meteen iets opvallends. De klassieke Niño 3.4-index kan komende meimaand al richting El Niño gaan, terwijl de RONI dan nog achterblijft. De verklaring is simpel: het zeewater in de tropen als geheel is nu óók uitzonderlijk warm. Doordat hiervoor wordt gecorrigeerd, wordt het Niño-signaal als het ware ‘afgezwakt’. El Niño komt dus later, en ook minder sterk uit de verf dan we gewend zijn.
Meer dan een technische aanpassing
Australië en Nieuw-Zeeland liepen al op deze ontwikkeling vooruit en namen de RONI eerder op in hun operationele monitoring en verwachtingen. Klimaatverandering raakt zo dus niet alleen aan gemeten temperatuurrecords en neerslagsommen, maar ook aan de fundamenten van de manier waarop we deze klimaatverschijnselen definiëren.
Overigens is de discussie over dit thema nog niet gesloten. Sommige experts vinden dat de RONI weinig toevoegt. Anderen zien het juist als een noodzakelijke modernisering van de manier waarop we naar de ENSO-cyclus kijken. Het laatste woord over RONI is dan ook nog lang niet gezegd.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Wat doet de naderende El Niño met het weer in de komende zomer?
Over clickbaits en sensatiedrang, klimaatverandering en contrails
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










