Zoutwaterpuls vanuit Noordzee naar Oostzee blijft uit
Reinout van den BornEen zo gehoopte instroom van een flinke bak zoutwater vanuit de Noordzee naar de Oostzee is er nog steeds niet van gekomen. En dat terwijl het water van de Oostzee eerder dit jaar door de aanhoudende oostenwind juist historisch laag stond. Eén westerstorm was maar nodig voor het zo gewenste effect, maar zo’n storm bleef uit. Ondertussen is zo'n zoutwaterpuls wel heel hard nodig.
Normaal gesproken is het water in de Oostzee brak: een mengsel van zoet rivierwater en een beetje zout zeewater. De Oostzee is een binnenzee die vooral door zoet rivierwater wordt gevoed. Maar mengen doet het niet goed. Het lichte, zoetere rivierwater blijft bovenin hangen, terwijl zwaarder, zouter water naar beneden zakt, als het er tenminste is.

En daar zit het probleem. Want zonder dat zoute water van buitenaf raakt de bodem van de Oostzee langzaam maar zeker verstikt. Zuurstof verdwijnt, leven trekt weg, en op de diepste plekken ontstaan stille, donkere en ‘dode zones’.
De redding van buitenaf
Af en toe gebeurt iets bijzonders. Dan persen krachtige westenwinden water uit de Noordzee via de smalle Deense zeestraten de Oostzee in en volgt een dikke zoutwaterpuls. Zo’n gebeurtenis wordt ook wel een ‘Major Baltic Inflow’ genoemd.
Het gaat daarbij dan niet om gewoon een beetje stroming, maar om een soort natuurlijke spoelbeurt. Zout, zwaar water stroomt naar binnen, zakt naar de bodem en neemt zuurstof mee, naar plekken waar al lange tijd geen frisse aanvoer meer was. Voor vissen zoals kabeljauw en voor het bodemleven is dat letterlijk van levensbelang.
Dit jaar: alle seinen stonden op groen, maar het weer werkte niet mee
Begin februari leek alles perfect samen te vallen. De ‘badkuip’, die de Oostzee eigenlijk is, was door een lange periode met oostenwinden uitzonderlijk leeg. Het waterpeil was zelfs historisch laag. Dat betekende dat er ruimte was voor nieuw, zwaar Noordzeewater om binnen te stromen.
Wetenschappers hielden hun adem in. maar de westenwind liet het afweten. Stevige westerstormen, nodig om het water naar binnen te duwen, bleven uit. In plaats daarvan was het weer vaak rustig, of waaide de wind uit de verkeerde richting. En dus gebeurde vrijwel niets.
Water kwam terug, maar niet goed genoeg
Uiteindelijk stroomde wel wat water terug de Oostzee in, maar dat was grotendeels hetzelfde water dat er eerder uit was gedrukt. Licht vermengd weliswaar, maar niet zout genoeg.
En dat maakte een wereld van verschil. Want alleen écht zout water is zwaar genoeg om naar de diepe lagen te zakken, daar zuurstof te brengen en de verstikkende omstandigheden te doorbreken. De huidige instroom blijft steken in de bovenlagen. Het is alsof je de badkuip wel vult, maar het vuil onderin laat liggen.
Ondertussen tikt de klok door
Juist nu is die zuurstof harder nodig dan ooit. Door hogere temperaturen neemt de microbiële activiteit toe. Afgestorven algen zakken naar de bodem en worden afgebroken. Het is een proces dat zuurstof verbruikt. Het gevolg is dat er op diepte nog minder zuurstof overblijft, dat meer leefgebieden verdwijnen dat de zee langzaam verder ‘op slot’ raakt.
Hoop aan de horizon?
De badkuip is nog steeds niet helemaal vol. Er is nog ruimte voor een echte instroom. Maar zonder een stevige westerstorm blijft de kans daarop klein. Soms is de natuur simpelweg eigenwijs. En dus wacht de Oostzee. Op wind, op druk en op dat ene moment waarop de Noordzee weer binnenstroomt, en de diepe delen even kunnen ademhalen.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Wat doet de naderende El Niño met het weer in de komende zomer?
Over clickbaits en sensatiedrang, klimaatverandering en contrails
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










