Poolwervel verder onderuit: hoe bruikbaar is de vergelijking met 2010?

Foto boven: Winter - Cynthia van Leusden

De verwachte verstoring van de poolwervel, waarover we eerder al schreven, is in de berekeningen nog indrukwekkender geworden.

Begin november kan de westenwind hoog boven het poolgebied tijdelijk helemaal stilvallen of zelfs omkeren. Mocht het op dat moment tot een major SSW komen, dan is dat – voor zover we weten – een recordvroege. De Amerikaanse onderzoeker Judah Cohen ziet opvallende overeenkomsten met de aanloop naar de winter van 2009/2010. Tegelijkertijd vraagt hij zich af hoeveel voorspellende waarde zo’n vergelijking tegenwoordig nog heeft.

Winter - Cynthia van Leusden
Winter - Cynthia van Leusden

Pluim laat weinig aan de verbeelding over

De nieuwe pluim laat weinig aan de verbeelding over. De westenwind op ongeveer 30 kilometer hoogte, die de kracht van de stratosferische poolwervel aangeeft, neemt de komende dagen sterk af. Begin november komen veel berekeningen rond of onder de nullijn terecht. In die laatste gevallen slaat de westenwind in de stratosfeer rond het poolgebied tijdelijk om in een oostenwind.

Advertentie

Als die omkering zich op 60 graden noorderbreedte en op het drukvlak van 10 hPa daadwerkelijk voordoet, wordt aan het gebruikelijke windcriterium voor een grote plotselinge stratosferische opwarming voldaan: een major SSW. Het blijft voorlopig een verwachting, maar wel een die steeds nadrukkelijker in de berekeningen naar voren komt.

De verwachting voor de kracht van de poolwervel, gemaakt door het ECMWF - ECMWF
De verwachting voor de kracht van de poolwervel, gemaakt door het ECMWF - ECMWF

Een flinke klap, gevolgd door herstel

Opvallend is ook wat daarna gebeurt. Vanaf ongeveer half november laten de meeste berekeningen de westenwind terugkeren en vervolgens verder aantrekken. De poolwervel krijgt in deze verwachting dus een bijzonder vroege klap, maar herstelt zich daarna weer.

Dat herstel betekent niet vanzelf dat de verstoring voor het weer beneden zonder gevolgen blijft. Veranderingen in de stratosfeer kunnen pas na enkele weken doorwerken in de luchtlaag waarin ons weer zich afspeelt. Daar kunnen ze de straalstroom en de verdeling van hoge- en lagedrukgebieden beïnvloeden. Of dat gebeurt en waar de gevolgen terechtkomen, verschilt per gebeurtenis. Een SSW brengt ons dan ook lang niet altijd winterweer.

De windpluim vertelt daarmee vooral hoe groot de verwachte verstoring bovenin is. Voor de gevolgen aan de grond moeten we verder kijken.

Advertentie

Terug naar november 2009

In zijn nieuwste analyse trekt Judah Cohen een vergelijking met november 2009. Hij ziet overeenkomsten in de uitbreiding van het Euraziatische sneeuwdek, de drukverdeling en de vroege verstoring van de poolwervel. Ook El Niño speelt in beide situaties een rol. Alles bij elkaar noemt hij november 2009 op dit moment zijn beste vergelijkingsjaar.

Voor winterliefhebbers is dat een jaartal dat meteen iets oproept. De winter van 2009/2010 was in Nederland koud en vooral bijzonder sneeuwrijk. In De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur over december, januari en februari op 1,1 graad uit. Landelijk lag op gemiddeld 41 dagen een sneeuwdek, het grootste aantal sinds de winter van 1979.

In november 2009 bleef de stratosferische opwarming nog beperkt tot een minor SSW, zonder de voor een major SSW vereiste windomkering. Toch volgde in december een duidelijke reactie beneden, met hogedruk bij Groenland, een negatieve Noord-Atlantische Oscillatie en kou in Europa en het oosten van de Verenigde Staten.

Een vergelijkbare aanloop en dit keer mogelijk zelfs met een sterkere vroege verstoring; appeltje-eitje, zou je met het oog op de komende winter zeggen.

Maar werkt die vergelijking nog?

Juist Cohen zet daar zelf een groot vraagteken bij. Volgens hem is het verband tussen de sneeuwbedekking in de herfst en de daaropvolgende wintercirculatie sinds ongeveer 2013 veel minder bruikbaar geworden. Inmiddels twijfelt hij ook aan de voorspellende waarde van de bredere keten van sneeuw, stratosferische verstoring, negatieve NAO en winterkou.

Daarmee raken we aan de mogelijke knip waarover we ook eerder al schreven. Een verband dat gedurende een bepaalde periode goed lijkt te werken, hoeft dat in de volgende periode niet even overtuigend te blijven doen. Dat maakt het gebruik van historische vergelijkingen lastig. We kunnen de gelijkenissen op de weerkaarten aanwijzen, maar daarmee staat nog niet vast dat het vervolg eveneens vergelijkbaar wordt.

Voor Europa ligt het genuanceerder

Wel moeten we Cohens twijfel precies lezen. Hij kijkt nadrukkelijk naar winters waarin zowel Noord-Europa als het oosten van de Verenigde Staten koud uitvallen. Bovendien beperkt hij die vergelijking tot de meteorologische winter: december, januari en februari. Een afzonderlijke vorstperiode weegt in zo’n seizoensgemiddelde minder zwaar, terwijl kou in maart er helemaal buiten valt.

Voor Europa zijn er wel degelijk recentere voorbeelden van winterweer dat met een SSW samenhing. De Britse Met Office noemt onder meer 2013 en 2018. Vooral de koudegolf van eind februari en begin maart 2018, in Groot-Brittannië bekend als de ‘Beast from the East’, is daarvan een aansprekend voorbeeld. Ook in Nederland konden de schaatsen toen nog uit het vet worden gehaald.

Sneeuwstorm Darcy en de vorst daarna

Ook februari 2021 past in dat rijtje. Op 5 januari had een SSW plaatsgevonden, waarna de veranderingen in de luchtcirculatie zich gedurende januari naar beneden uitbreidden. Pas ruim een maand later kwam het in Nederland tot een uitgesproken winterinval, met op 7 februari sneeuwstorm Darcy en vervolgens een vorstperiode. De Bilt telde zeven ijsdagen. Het KNMI legde daarbij expliciet een verband met de eerdere verstoring van de poolwervel, die mede de gunstige drukverdeling voor deze winterinval tot stand had gebracht.

En de sneeuw van januari dit jaar?

Zelfs de sneeuwrijke januariperiode van dit jaar wordt met een eerdere stratosferische verstoring in verband gebracht. Eind november 2025 sloeg de westenwind hoog boven het poolgebied heel kort en nauwelijks meetbaar om. Ruim een maand later volgden een blokkade bij Groenland en een koude noordelijke stroming boven onze omgeving. In Nederland viel herhaaldelijk sneeuw, met op veel plaatsen een sneeuwdek van 10 tot 20 centimeter en plaatselijk nog meer.

Of die korte verstoring daadwerkelijk aan de sneeuwperiode bijdroeg, is minder duidelijk. In het meteorologische vakblad Weather wordt de mogelijke koppeling besproken, maar ook benadrukt dat overtuigende aanwijzingen voor doorwerking vanuit de stratosfeer ontbreken. Daarmee is januari 2026 vooral een mogelijk aanvullend voorbeeld, waarbij het oorzakelijke verband nog openligt.

Vooral 2013, 2018 en 2021 spreken

Vooral de voorbeelden uit 2013, 2018 en 2021 laten zien dat een SSW ook in recentere jaren aan Europees winterweer kon bijdragen. Het gaat daarbij om afzonderlijke koude perioden, niet noodzakelijk om een koude winter als geheel. Ze bewijzen evenmin dat het vroegere verband tussen sneeuwbedekking en het verdere winterverloop onverminderd bruikbaar is. Wel laten ze zien waarom we Cohens twijfel niet zomaar mogen vertalen naar de conclusie dat een SSW voor Europees winterweer nauwelijks meer betekenis heeft.

Het jaar 2013 is dus ook geen vastgestelde grens waarna een SSW plotseling anders is gaan werken. Het gaat om een mogelijke verandering in de voorspellende waarde van bepaalde verbanden. Voor ons blijft daarbij de vraag waar, wanneer en hoe lang een stratosferische verstoring beneden doorwerkt.

De volgende stap ligt lager in de atmosfeer

Voor de komende weken blijft daarom vooral interessant hoe diep de verwachte verstoring doordringt. Valt alleen de wind hoog in de stratosfeer tijdelijk weg, of verandert ook de circulatie daaronder langduriger? En waar komen eventuele blokkades vervolgens te liggen?

Voor Nederland maakt dat laatste veel uit. Een hogedrukgebied kan de aanvoer van zachte oceaanlucht onderbreken, maar voor kou moet de lucht vervolgens wel uit de juiste richting komen.

De vergelijking met 2009 geeft deze ontwikkeling extra betekenis. Ze laat zien welk winterverloop op een enigszins vergelijkbare aanloop kán volgen. Maar eerst moet de uitzonderlijk vroege verstoring werkelijkheid worden. Daarna kunnen we volgen of ook het vervolg herkenbare trekken krijgt van die sneeuwrijke winter van 2010.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be

Is de muziek van Bach beïnvloed geweest door de Kleine IJstijd?

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie