Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Reinout van den BornWie beweert dat het in deze bijzondere zomer van 2026 allemaal wel meevalt, hoeft maar één argument uit de kast te trekken: het is eerder gebeurd.
De zomer van 1976 wordt vaak genoemd. Eerder hebben we de zomers van dit jaar en 1976 al eens langs de meetlat gelegd. En de zomer van 1540 komt nog veel vaker naar voren. Die zomer, en eigenlijk dat hele jaar, staat in de Europese klimaatgeschiedenis te boek als een van de meest uitzonderlijke weergebeurtenissen die we kennen. Het was langdurig heet en droog, rivieren vielen vrijwel droog, oogsten mislukten en de gevolgen voor mens en natuur waren enorm. Dan zou je kunnen zeggen dat wat we nu meemaken blijkbaar helemaal niet zo bijzonder is? Wie de cijfers en kaarten erbij pakt, komt tot een heel andere conclusie.

1540: een jaar om nooit te vergeten
Over 1540 schreef ik eerder al. Meer dan driehonderd historische bronnen uit grote delen van Europa beschrijven een jaar waarin warmte en droogte elkaar vrijwel onafgebroken opvolgden. Van het vroege voorjaar tot diep in het najaar viel op veel plaatsen nauwelijks regen.
Rivieren zakten tot ongekend lage standen, bronnen en putten droogden op en ook bos- en landbouwbranden kwamen op grote schaal voor. Onderzoekers reconstrueerden voor grote delen van Centraal- en West-Europa zelfs een uitzonderlijke droogteperiode van ongeveer elf maanden.
Uitzonderlijke uitschieter
Het was dus geen gewone droge zomer. Het was een rampzalige klimaatgebeurtenis. Maar er zit een belangrijk verschil tussen 1540 en wat we nu zien.
Het jaar 1540 was een uitzonderlijke uitschieter in een klimaat dat gemiddeld veel koeler was dan het onze. Het jaar vormde bovendien het hoogtepunt van een langere droge periode die al eerder in de zestiende eeuw was begonnen. Het was een gebeurtenis die je in de historische bronnen nauwelijks met iets anders kon vergelijken.
Ook 1976 was zo'n uitschieter. Dat jaar kende een uitzonderlijk voorjaar en een uitzonderlijk droge en warme zomer, met enorme gevolgen voor landbouw, natuur en waterhuishouding. Maar daarna kwam er een einde aan. En daar komen we precies op het punt waar de vergelijking met dit jaar, met 2026 dus, interessant wordt.
Kijk naar de kaarten van 2026
Wie de kaarten van juni en juli 2026 naast die van 1540 legt, ziet iets wat moeilijk weg te redeneren is. Niet omdat 1540 niet extreem was. Dat was het absoluut. Maar omdat de omvang en intensiteit van de afwijkingen in 2026 op veel plaatsen werkelijk verbijsterend zijn. Ook als je die tegen de afwijkingen van 1540 afzet.
Neem Frankrijk. Juni 2026 was er de warmste juni sinds het begin van de metingen, met een gemiddelde temperatuur van 22,7 graden. Dat was 3,8 graden boven de normaalwaarde van 1991-2020. Het neerslagtekort bedroeg bijna 50 procent.
En toen moest juli nog komen. Die werd in Frankrijk de warmste maand ooit gemeten, met een gemiddelde temperatuur van 24,9 graden. Daarmee werd zelfs augustus 2003 uit de recordboeken verdreven.
Ook Spanje begon deze zomer al op een uitzonderlijk niveau. Juni was er 3,2 graden warmer dan normaal en er viel slechts 39 procent van de gebruikelijke hoeveelheid neerslag. Het was daarmee de op twee na droogste juni sinds het begin van de metingen.
Grote delen van Europa kampen met droogte
En Frankrijk en Spanje staan niet op zichzelf. De Europese droogtekaart laat zien dat grote delen van West-, Midden- en Zuid-Europa tegelijkertijd met ernstige droogte te maken hebben. Frankrijk, delen van Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, het Verenigd Koninkrijk, de Alpen en grote delen van het Iberisch Schiereiland kwamen in de loop van juni al in verschillende stadia van droogte terecht.
Daar komt inmiddels ook nog iets bij: de warmte houdt maar aan. Frankrijk kreeg na de historische junihitte een tweede langdurige hittegolf in juli en beleeft nu opnieuw extreme warmte. In augustus zijn in delen van Europa temperaturen boven 40 graden gemeten, terwijl lage rivierstanden inmiddels gevolgen hebben voor scheepvaart, elektriciteitsproductie en de beschikbaarheid van koelwater.
Het maakt 2026 inmiddels toch anders. Niet noodzakelijk omdat iedere afzonderlijke dag warmer of droger is dan in 1540. Dat is ook niet wat de kaarten bewijzen. Het verschil zit vooral in de achtergrond waartegen dit gebeurt.
We beginnen niet meer op nul
In 1540 waren mensen volledig afhankelijk van wat de natuur hen gaf. Als een rivier droogviel, was er geen modern waterbeheer om het tekort op te vangen. Als een oogst mislukte, was er geen wereldwijde voedselmarkt om het tekort eenvoudig aan te vullen. Als een bosbrand uitbrak, waren de mogelijkheden om die te bestrijden beperkt. De gevolgen waren daardoor direct en meedogenloos.
Inmiddels beschikken we in de moderne tijd over een enorme hoeveelheid kennis, infrastructuur en techniek, opgebouwd om ons tegen extreem weer te beschermen. We kunnen water opslaan en verdelen. We kunnen landbouwgrond beregenen. We hebben irrigatiesystemen, stuwmeren en waterreservoirs.
We kunnen gewassen veredelen die beter tegen droogte kunnen. We kunnen branden vanuit de lucht bestrijden. We kunnen hittegolven dagen van tevoren voorspellen. En we kunnen dankzij de internationale handel voedseltekorten in een bepaald gebied gedeeltelijk opvangen met producten uit andere delen van de wereld.
Dat maakt een zomer als die van 2026 veel minder ontwrichtend dan een vergelijkbare gebeurtenis honderden jaren geleden zou zijn geweest.

De vergelijking met vroeger gaat niet meer op
Het is daardoor echter ook veel lastiger om zomers van nu rechtstreeks met die van bijvoorbeeld 1540 te vergelijken. Door naar de gevolgen van toen te kijken, kun je nu gemakkelijk tot de conclusie komen dat wat we nu meemaken wel meevalt. Terwijl de afwijking in het weer die aan de basis van de gebeurtenissen van deze zomer ligt, op veel plaatsen veel groter is dan die van toen.
Je laat je gemakkelijk op het verkeerde been zetten. En dat is iets wat tegenwoordig steeds weer gebeurt. Het gevaar is bovendien dat we denken dat alles wat extreem is uiteindelijk wel op te vangen is. Maar ook in de moderne tijd zijn onze systemen niet onbeperkt.
Hoe lang houden we dit vol?
Dat is misschien wel de belangrijkste vraag van deze zomer. Niet: kan Nederland een paar weken droogte aan? Want dat kunnen we. Maar: wat gebeurt er als de huidige warmte en droogte nog wekenlang doorgaan? Dan stapelen de problemen zich ook nu op.
De bodem droogt verder uit. Gewassen komen steeds meer onder waterstress te staan. Irrigatie vraagt steeds meer water, en dat op een moment dat juist minder water beschikbaar is. Beken en rivieren voeren steeds minder water aan. Grondwaterstanden dalen. Natuurgebieden verdrogen. De kans op natuurbranden neemt verder toe.
En vervolgens raken ook sectoren die je niet direct met droogte associeert in de problemen. De lage waterstanden in rivieren hinderen de scheepvaart nu al. Elektriciteitscentrales hebben voldoende koelwater nodig. Waterkrachtcentrales hebben water nodig. De landbouw vraagt om beregening. Drinkwaterbedrijven moeten met een steeds grotere vraag rekening houden. Steeds meer sectoren van de economie komen zo in het gedrang.
Op steeds meer plaatsen worden delen van de economie al getroffen
In delen van Europa hebben lage rivierstanden inmiddels daadwerkelijk gevolgen voor de energievoorziening en de scheepvaart. Het transport over het water verloopt steeds moeilijker. Aanvoerlijnen in de economie komen meer en meer onder druk en prijzen van allerlei producten kunnen daardoor oplopen.
In Frankrijk moesten kernreactoren vanwege te warm of te schaars koelwater worden teruggeschakeld. In Hongarije moest door watertekort in de Donau al een kerncentrale worden stilgelegd. In Duitsland zijn de waterstanden van de Rijn inmiddels tot zeer lage waarden gedaald. En ook in het Verenigd Koninkrijk, waar juli uitzonderlijk droog was, staan boeren en natuurgebieden steeds verder onder druk.
Het zijn nog geen signalen van een samenleving die helemaal niets meer kan hebben. Het zijn wel signalen van een samenleving waarin de veiligheidsmarges langzaam kleiner worden. Ook in de moderne tijd. En uiteindelijk kan ook een moderne samenleving vastlopen als de omstandigheden lang genoeg extreem blijven.
Maak de vergelijking compleet
De les van 1540 kan daarom niet alleen zijn dat extreem weer altijd al heeft bestaan en dat we ons dus geen zorgen hoeven te maken. De les moet juist zijn dat, hoewel extreem weer van alle tijden is, de omstandigheden waarin we ermee te maken krijgen ook zijn veranderd.
In 1540 kon een uitzonderlijk weerjaar uitgroeien tot een humanitaire ramp. In 1976 kon een uitzonderlijke zomer grote delen van West-Europa ontwrichten. In 2026 hebben we veel meer mogelijkheden om de gevolgen van extreem weer op te vangen.
Maar we leven ook in een veel warmer klimaat, waarin hitte-extremen gemakkelijker ontstaan en waarin bij dezelfde hoeveelheid neerslag meer water verdampt. Daardoor kan een droge periode sneller tot een serieuze droogte uitgroeien. Dat is een fundamenteel verschil.
Hoe ver kunnen we in deze tijd gaan?
Daarom moeten we oppassen met de geruststellende boodschap die soms uit de vergelijking met 1540 of 1976 kan worden gehaald. 'Zie je wel, het is eerder gebeurd.' Ja, dat is inderdaad zo. Maar daarmee houdt het niet op. Een vraag die we ons ook moeten stellen, is: hoe vaak kunnen we ons een 1540 of 1976 permitteren voordat onze reserves ook in deze moderne tijd op zijn? Want de zomer van 2026 is nog niet voorbij.
Zolang warmte, verdamping en droogte zich blijven opstapelen, komen we steeds dichter bij het punt waarop ook onze moderne systemen tegen hun grenzen aanlopen. En waarbij de rekening alleen maar groter wordt.
Hoe ver kunnen we in deze tijd gaan? Mogelijk bieden de komende weken al een antwoord.
Mis ook deze verhalen niet:
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Podcast: wat betekent klimaatverandering voor onze voedselvoorziening?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










