Als het weer op het slagveld meevecht
Reinout van den BornDe film Pressure, die momenteel in de bioscopen draait, gaat over een man die in de dagen rond 5 en 6 juni 1944 een enorme invloed op de wereldgeschiedenis heeft gehad. Meteoroloog James Stagg moest in de aanloop naar D-Day een vraag beantwoorden waarop eigenlijk niemand het antwoord kon weten: zou het weer goed genoeg zijn om de grootste militaire operatie uit de geschiedenis te laten doorgaan?
Het was niet zomaar een weersverwachting. De levens van tienduizenden militairen en het verloop van de oorlog stonden op het spel. En de kennis van het weer was lang niet zo ver als nu.

Stagg stond aan het hoofd van groepen meteorologen van het Britse Met Office, de Royal Navy en de Amerikaanse luchtmacht. Zij werkten destijds met heel andere technieken dan tegenwoordig en kwamen aanvankelijk ook niet altijd tot dezelfde conclusies. Bovendien was de hoeveelheid beschikbare weerinformatie in 1944 maar een fractie van wat we in de moderne tijd gewend zijn. Satellieten en computermodellen bestonden nog niet en lang niet overal werden waarnemingen gedaan.
De geallieerden beschikten over veel meer weersinformatie
Toch beschikten de geallieerden over iets wat achteraf van onschatbare waarde bleek: ze hadden veel meer meteorologische informatie dan de Duitsers. Door het kraken van de Duitse Enigma-code konden de geallieerde meteorologen ook Duitse weerwaarnemingen gebruiken. De Duitsers beschikten daarentegen over veel minder informatie over het weer boven Groot-Brittannië en de Atlantische Oceaan dan de geallieerden, de gebieden die al door de geallieerde werden gecontroleerd.
Op 5 juni 1944 was Stagg ervan overtuigd dat het weer te slecht was om de invasie te beginnen. Eisenhower besloot daarop de operatie 24 uur uit te stellen. Een uiterst riskant besluit, want uitstel betekende onder meer dat de Duitsers langer de kans kregen om iets van de plannen te ontdekken.
Een korte weersverbetering
Maar Stagg en zijn collega's zagen vervolgens iets bijzonders in de weerkaarten. Tussen de storingen door zou op 6 juni wel een korte verbetering optreden. Het weer zou nog altijd verre van fraai zijn, maar net voldoende voor de operatie. Eisenhower besloot daarop te gaan.
De omstandigheden waren inderdaad verre van ideaal. Het waaide, het was koel en er waren buien. Maar de omstandigheden bleken voldoende om de invasie te kunnen uitvoeren. Meer dan 160.000 geallieerde militairen kwamen op 6 juni aan land in Normandië.

Het is een van de meest indrukwekkende voorbeelden uit de oorlogsgeschiedenis waarin de meteorologie een hoofdrol speelde. Niet omdat de meteorologen het weer beheersten, maar wel omdat ze er nét goed genoeg van afwisten om het nemen van een uiterst riskante beslissing mogelijk te maken. Het was niet de eerste keer dat het weer een oorlog mede bepaalde.
Het weer als onzichtbare tegenstander
Wie naar de geschiedenis van oorlogvoering kijkt, ziet steeds hetzelfde patroon terug. Legers kunnen tanks, vliegtuigen, schepen en honderdduizenden militairen inzetten, maar uiteindelijk moeten al die mensen en machines zich wel door de lucht, over het water of door een landschap kunnen bewegen.
Regen kan wegen in modderpoelen veranderen. Sneeuw kan een leger enorm vertragen. Hitte put soldaten en machines uit. Mist kan vliegtuigen aan de grond houden. Wind kan een landing vanaf zee onmogelijk maken. Onweer kan luchtoperaties stilleggen. En hoogwater kan een rivier van een hindernis in een onneembare barrière omtoveren.
De veldtocht in Rusland van Napoleon
Weer is daarmee meer dan zomaar de achtergrond waartegen een oorlog zich afspeelt, het is een formidabele medespeler op het slagveld. Dat werd misschien wel het duidelijkst tijdens de Russische veldtocht van Napoleon in 1812. Het verhaal is bekend: Napoleon trok met zijn enorme leger Rusland binnen en dat werd uiteindelijk door de Russische winter vernietigd.
Toch klopt dat verhaal maar gedeeltelijk. De kou speelde weliswaar een belangrijke rol, maar vooral tijdens de terugtocht. De problemen begonnen al veel eerder. Tijdens de opmars kregen de soldaten met zware regen, hitte en droogte te maken. Drinkwater was schaars en de lange marsen onder uiterst warme omstandigheden eisten hun tol.

Pas later kwamen de extreme kou en sneeuw erbij. Onderzoek van onder anderen Poolse historici en ook het KNMI laat zien dat het te eenvoudig is om Napoleons nederlaag aan 'Generaal Winter' toe te schrijven. Zelfs zonder de extreme winterkou was de veldtocht waarschijnlijk op een nederlaag uitgelopen.
Ruim een eeuw later maakte ook Hitler kennis met hetzelfde probleem: een leger kan nog zo machtig zijn, maar uiteindelijk moet het zich door hetzelfde weer en over hetzelfde terrein bewegen als zijn tegenstander.
De Duitsers waren aanvankelijk enorm succesvol tijdens operatie Barbarossa en bereikten in 1941 de omgeving van Moskou. De herfstregens veranderden wegen echter in modderpoelen en later kreeg het Duitse leger te maken met extreme kou. Maar de Duitse nederlaag kan niet alleen als ‘de Russen hadden General Winter in kamp’ worden samengevat. Logistiek, uitputting, Sovjetweerstand en verkeerde Duitse aannames waren minstens zo belangrijk.
Wie het land en het weer kent
Daarmee komen we als vanzelf bij een ander belangrijk militair voordeel uit: lokale kennis. Een leger dat ergens al generaties lang leeft, weet dat een bepaalde rivier na zware regenval snel buiten haar oevers treedt. Het weet waar mist ontstaat. Welke wegen in de herfst onbegaanbaar worden. Waar in de winter sneeuw blijft liggen. Waar een vallei bij bepaalde windrichtingen plotseling dichtloopt met wolken. Een binnenvallend leger moet dat allemaal leren.
En dit geldt niet alleen voor het landschap, maar ook voor het klimaat. Juist daardoor lijkt de verdedigende partij in veel oorlogen een natuurlijk voordeel te hebben. Zij kent de omgeving en weet beter wat het weer kan doen.

Toch laat D-Day zien dat het ook andersom kan. Ook al kwamen de geallieerden van buitenaf, ze beschikten wel over een veel beter meteorologisch beeld van het gebied waarin ze de operatie wilden uitvoeren. Hun voorsprong zat niet zozeer in het feit dat ze het maken van meteorologische verwachtingen beter beheersten dan de Duitsers, maar wel in het feit dat ze meer informatie hadden waarop die verwachting kon worden gebaseerd.
Op die manier werd het hebben van kennis van het weer een strategisch voordeel. En juist daarom was de weersverwachting van de mensen van Stagg zo enorm belangrijk.
Van voorspellen naar beïnvloeden
Was het doel van de meteorologen tijdens de Tweede Wereldoorlog vooral nog om zo goed mogelijk te weten wat de atmosfeer ging doen, in het verdere verloop van de oorlogsgeschiedenis kwam een veel ambitieuzer idee naar boven. De aandacht verschoof van het zo goed mogelijk verwachten van het weer naar het zelf proberen te beïnvloeden ervan.
Tijdens de Vietnamoorlog hebben de Verenigde Staten dat daadwerkelijk geprobeerd. Met Project Popeye deden ze pogingen om door het inzaaien van wolken boven delen van Laos en Noord-Vietnam extra regen te veroorzaken, vooral langs aanvoer- en infiltratieroutes. Het doel was duidelijk militair: wegen en verbindingsroutes moesten moeilijker begaanbaar worden en het transport van materieel verstoren. Amerikaanse overheidsdocumenten uit 1967 beschrijven het project en die doelstelling expliciet.

Het was een opmerkelijke ontwikkeling. De meteoroloog was niet langer alleen degene die vertelde wat het weer ging doen, hij werd onderdeel van een poging om het weer zelf voor militaire doeleinden te gebruiken. Die mogelijkheden bleken uiteindelijk zeer beperkt. De atmosfeer laat zich niet zomaar naar militaire wensen sturen. Een wolk is bepaald geen kraan die je zomaar open en dicht kunt draaien. Wel liet de gedachte zien hoe belangrijk het weer op het slagveld inmiddels was geworden.
Oorlogen hebben de meteorologie veranderd
Er is nog een andere kant aan het verhaal. Niet alleen hebben weersomstandigheden invloed gehad op oorlogen, oorlogen hebben óók de ontwikkeling van de meteorologie versneld.
Een moderne luchtmacht heeft niets aan een weersverwachting die alleen vertelt of het morgen regent of niet. Piloten willen weten hoe hoog de wolken hangen, hoe sterk de wind op verschillende hoogten is, waar turbulentie zit en waar het zicht slecht wordt.
De marine wil tot in detail weten hoe hoog de golven worden en hoe het zicht op het water is. De landmacht wil een gedetailleerd antwoord op de vraag of zijn voertuigen door een gebied kunnen rijden. En een generaal wil precies weten of hij over drie dagen een operatie kan uitvoeren.
De ruimte kwam erbij
De militaire vraag naar betere meteorologische informatie heeft de ontwikkeling van de meteorologie sterk versneld en grote investeringen in waarnemingen en verwachtingstechnieken gestimuleerd. En na de Tweede Wereldoorlog kwam daar iets bij wat de meteorologie voorgoed veranderde: het gebruik van de ruimte.
Op 1 april 1960 werd de TIROS-1 gelanceerd, de eerste succesvolle meteorologische satelliet. Voor het eerst konden meteorologen vanuit de ruimte naar de wolken op aarde kijken. Het lijkt nu vanzelfsprekend, maar vóór die tijd was er simpelweg geen mogelijkheid om een compleet beeld van weersystemen boven een oceaan te krijgen.

Daarmee begon een ontwikkeling die uiteindelijk leidde tot de opbouw van een wereldwijd netwerk van weersatellieten, radarstations en computercentra waarin de uiterst complexe modellen worden gedraaid die de moderne weersverwachting leveren. Was er vroeger een schreeuwend gebrek aan meteorologische data, nu is er een overvloed. Waar bovendien iedereen tegenwoordig toegang toe heeft, via het internet.
De ironie is mooi. De moderne meteorologie is mede groot geworden doordat militairen wilden weten wat het weer ging doen. En inmiddels kunnen we het weer veel beter voorspellen dan Stagg ooit had kunnen dromen en heeft iedereen toegang tot de resultaten hiervan.
Maar is dat militaire voordeel nog wel zo groot?
Daarmee zijn we weer terug bij James Stagg. Nu we weten hoe goed het weer tegenwoordig wordt waargenomen en verwacht, is het natuurlijk de vraag of het strategische voordeel van betere meteorologische kennis nog wel bestaat.
Het antwoord is niet eenvoudig. Het verschil tussen de meteorologische informatie waarover twee moderne legers beschikken, is waarschijnlijk veel kleiner dan in 1944. Satellieten kijken voortdurend naar de aarde. Weerradars vullen het actuele weerbeeld in grote delen van de wereld in. Numerieke weermodellen verwerken enorme hoeveelheden gegevens. Zelfs landen die zelf relatief weinig meteorologische waarnemingen uitvoeren, kunnen gebruikmaken van een enorme hoeveelheid internationale weerinformatie.
De gevoeligheid voor het weer is alleen maar groter geworden
Het is daardoor veel moeilijker geworden om de tegenstander simpelweg blind te maken voor een naderende weersverandering. Maar de rol van het weer is daarmee niet kleiner geworden. Misschien is zelfs het tegenovergestelde wel waar: moderne legers zijn afhankelijk van steeds meer systemen die door het weer kunnen worden beïnvloed.
Drones moeten met wind omgaan. Vliegtuigen hebben last van lage bewolking en slecht zicht. Satellieten en communicatiesystemen kunnen door ruimteweer worden beïnvloed. Voertuigen hebben te maken met hitte, stof, sneeuw en modder. En een militaire operatie, die volledig afhankelijk is van een ingewikkelde logistieke keten, kan nog steeds in hoge mate door een periode van extreem weer worden verstoord.

Wie vertaalt de informatie het best naar een militaire beslissing?
De vraag is daardoor misschien niet meer zozeer wie de beste weersverwachting heeft, maar wel wie die verwachting het beste naar een militaire beslissing kan vertalen. En daarbij komt lokale kennis opnieuw om de hoek kijken.
Een computermodel kan uitstekend aangeven dat er in een berggebied veel wind staat. Een lokale meteoroloog weet misschien ook dat juist één bepaalde vallei bij die windrichting extreem turbulent wordt.
Een model kan aangeven dat er 30 millimeter regen valt. Een persoon met lokale kennis vertelt daar waarschijnlijk bij dat die 30 millimeter op de ene plek nauwelijks gevolgen heeft, maar een paar kilometer verderop een rivier juist buiten zijn oevers kan laten treden. De combinatie van moderne meteorologie en lokale kennis blijft daardoor een bijzonder krachtig middel.
Het weer is nog altijd een speler
Uiteindelijk is dat misschien wel de belangrijkste les van de oorlogsgeschiedenis tot nu toe. Napoleon verloor niet alleen van de winter, Hitler niet alleen van de Russische kou, de Amerikanen verloren de Vietnamoorlog niet alleen omdat het in Vietnam regende en de geallieerden wonnen D-Day niet alleen dankzij James Stagg.
Wel speelde het weer in al deze gevallen een rol in een veel groter geheel van terrein, logistiek, tactiek, menselijke beslissingen en beschikbare informatie. Het weer beslist op die manier zelden in zijn eentje over wie een oorlog wint, maar kan wel bepalen wanneer een aanval volgt, waar militaire operaties kunnen worden uitgevoerd, hoe snel een leger zich kan verplaatsen en hoeveel risico een commandant bereid is te nemen.
James Stagg stond op 5 juni 1944 niet zomaar naar een weerkaart te kijken. Hij zocht een mogelijkheid: een korte verbetering tussen twee weersystemen in. Hij wist niet zeker wat er zou gebeuren. Dat kon hij ook niet weten. Maar hij vond de kans groot genoeg om Eisenhower ervan te overtuigen dat de operatie een dag later misschien wel kon doorgaan.
Honderd procent zekerheid bestaat nog steeds niet
Daarmee is er, ondanks alle technologische vooruitgang, eigenlijk weinig veranderd. De meteoroloog kan een generaal tegenwoordig veel meer vertellen dan Stagg in 1944 kon. Satellieten, radar en computermodellen hebben de hoeveelheid beschikbare informatie onvoorstelbaar vergroot. Maar uiteindelijk blijft ook de moderne commandant zitten met dezelfde vraag als Eisenhower: Ga ik, of ga ik niet? En ook vandaag kan niemand hem met honderd procent zekerheid beloven dat de verwachting die daarna volgt ook uitkomt.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Vakantieweer in Europa: de oostelijke Middellandse Zee wordt onstuimiger
Golfstroom sterker geworden. Spreekt dat het AMOC-verhaal tegen?
De achterdeurtjes van de komende, vrijwel zeker zachte winter
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










