Waarom het Arctische smeltseizoen sinds 2010 nauwelijks langer wordt
Reinout van den BornHet zee-ijs rond de Noordpool heeft zijn minimum van dit jaar bereikt. Met ongeveer 4,6 miljoen vierkante kilometer kwam het vrijwel precies op het niveau van vorig jaar uit.
Dit past bij een opvallend gegeven uit een nieuw onderzoek: het smeltseizoen van het Arctische zee-ijs is sinds 2010 niet meer langer geworden. De grote verlenging van het smeltseizoen, die er eerder wel is geweest, vond vooral in de periode daarvoor plaats.

Het is een interessant vervolg op het verhaal eerder op deze site, waarin we zagen dat het zee-ijs zich dit jaar, ondanks de uitzonderlijke warmte op aarde, relatief goed heeft gehouden. Want hoe kan dat eigenlijk? En betekent zo'n jaar dat het Arctische zee-ijs zich aan het herstellen is?
Smeltseizoen is in 40 jaar tijd veertig dagen langer geworden
NASA bracht deze week een studie naar buiten waarin onderzoekers hebben gekeken naar het moment waarop het zee-ijs in het voorjaar begint te smelten en in het najaar weer begint aan te groeien. Ze gebruikten daarvoor satellietgegevens uit de periode 1979 tot en met 2023.
Uit dit onderzoek blijkt dat het smeltseizoen in die ruim 40 jaar met ongeveer veertig dagen is gegroeid. Het zee-ijs heeft tegenwoordig gemiddeld veel langer te maken met omstandigheden waarin het kan smelten dan aan het begin van het satelliettijdperk.
Grootste deel van de groei vond plaats vóór 2010
Het grootste deel van de verlenging vond plaats vóór 2010. Vooral de jaren nul waren bijzonder. In dat decennium werd het smeltseizoen gemiddeld ongeveer 25 dagen langer. Daarna kwam er een omslag. Sinds ongeveer 2010 is er geen duidelijke verdere trend meer.
De lengte van het smeltseizoen schommelt sindsdien van jaar tot jaar behoorlijk, maar gemiddeld is het ongeveer even lang gebleven. Over de periode 2010-2023 werd het zelfs ongeveer twee dagen korter, al is die verandering statistisch niet significant.
Vooral later dichtvriezen
Een belangrijk detail is dat de verlenging van het smeltseizoen weinig te maken heeft met het feit dat het ijs in het voorjaar veel eerder begint te smelten. Sinds 1979 is het begin van de dooi gemiddeld slechts ongeveer een week naar voren geschoven. Het belangrijkste verschil zit aan de andere kant van de zomer. Het moment waarop het zee-ijs in het najaar weer begint aan te groeien, is gemiddeld ongeveer 34 dagen naar achteren opgeschoven.
Dat is goed te begrijpen. Als er tijdens de zomer veel zee-ijs verdwijnt, komt donker oceaanwater bloot te liggen. Dat neemt veel meer zonnestraling op dan het witte, reflecterende ijs. De oceaan warmt daardoor op en kan die warmte later in het jaar weer afgeven. Het duurt dan wel langer voordat het water voldoende is afgekoeld om opnieuw dicht te vriezen.
Dit proces speelde vooral een grote rol in de jaren nul. Het zee-ijs nam in die periode snel af en veel meerjarig ijs verdween. Daarmee veranderde ook de toestand van het ijsdek zelf.
Een nieuwe fase
Sinds ongeveer 2010 lijkt het systeem in een andere toestand te zijn terechtgekomen.
Overigens betekent dit alles nadrukkelijk niet dat het voor het Arctische zee-ijs allemaal weer koek en ei is. Integendeel. Het ijs is gemiddeld veel dunner dan vroeger en bestaat tegenwoordig voor een veel groter deel uit ijs dat slechts één winter oud is en de volgende zomer weer kan verdwijnen. Het ijs is daardoor gevoeliger geworden voor het weer in afzonderlijke jaren.
Bewolking, wind en stormen kunnen tegenwoordig een relatief grote invloed hebben op het moment waarop het ijs in het voorjaar begint te smelten en in het najaar weer aangroeit. De onderzoekers zien sinds 2010 dan ook vooral grote schommelingen van jaar tot jaar, zonder een duidelijke langjarige trend in de lengte van het smeltseizoen.
Ook de hoeveelheid zonnestraling die het Arctische oppervlak bereikt, veranderde. In de jaren tussen 2000 en 2009 kwam er gemiddeld meer zonnestraling aan het oppervlak terecht, mede door veranderingen in de hoeveelheid bewolking en doordat steeds meer donker oceaanwater zichtbaar werd. Sinds 2010 is de hoeveelheid bewolking in delen van het noordpoolgebied weer toegenomen, waardoor juist minder zonnestraling het oppervlak bereikt. Dat heeft geholpen om de verdere verlenging van het smeltseizoen af te remmen.
De rust kan tijdelijk zijn
De onderzoekers waarschuwen er wel voor dat het goed mogelijk is dat de huidige stabilisatie tijdelijk is. In het noordpoolgebied ligt nog altijd een restant dik meerjarig ijs, op plaatsen waar het in de zomer kan overleven. Als ook dit ijs dunner wordt of zelfs verdwijnt, kan het systeem opnieuw een omslag maken.
Al met al lijkt het er dus op dat we sinds ongeveer 2010 in een andere fase zitten: met een Arctisch zee-ijsdek dat dunner is dan vroeger en in omvang kleiner, en waarvan de veranderingen van jaar tot jaar sterker door het weer worden bepaald. De afnemende trend in de lengte van het smeltseizoen lijkt sinds 2010 echter wel enigszins te zijn gestabiliseerd. In elk geval voor nu.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Uitzonderlijke nazomer op komst?
Golfstroom sterker geworden. Spreekt dat het AMOC-verhaal tegen?
De achterdeurtjes van de komende, vrijwel zeker zachte winter
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller









