Hoe ijs, wind en water het Nederlandse landschap maakten

Foto boven: De Posbank bij Rheden - Grieta Spannenburg

Wie op de Posbank staat, kijkt uit over een landschap dat mede door het verdwenen landijs is gecreëerd. Wie door de Biesbosch vaart, ziet de gevolgen van oude overstromingen. En wie ergens in Oost-Nederland over een zandpad loopt, heeft misschien wel de laatste ijstijd onder zijn schoenen. Het Nederlandse landschap zit vol herinneringen aan het weer en klimaat van vroeger. Je moet alleen wel weten waar je moet kijken.

Meestal hebben we het op deze site over het weer van vandaag. We kijken naar de wolken die overtrekken, de regen die valt of de wind die door de bomen waait. Morgen kan alles weer anders zijn. Maar sommige gevolgen van weer en klimaat blijven veel langer zichtbaar. Een storm kan de kust blijvend veranderen. Een rivier kan een nieuwe weg kiezen. En een ijstijd kan heuvels achterlaten die er meer dan honderdduizend jaar later nog liggen.

De Posbank bij Rheden - Grieta Spannenburg
De Posbank bij Rheden - Grieta Spannenburg

Veel van wat we in Nederland als ons vertrouwde decor beschouwen, is op die manier ontstaan. De heuvels, de zandgronden, de duinen en de lage gebieden langs onze rivieren vertellen zo allemaal iets over de omstandigheden waaronder ze ooit zijn gevormd.

Advertentie

Daarbij gaat het om meer dan het weer alleen. Ook het klimaat, de hoogte van de zeespiegel, getijden en geologische processen spelen en speelden een rol. En de mens natuurlijk, die al eeuwenlang grond afgraaft, water tegenhoudt, land drooglegt en rivieren bijstuurt. Het Nederland van nu is het resultaat van al die krachten samen.

De heuvels die het ijs achterliet

Neem de Veluwezoom. Wie daar over de heuvels loopt en vanaf de toppen over het veel lagere land langs de IJssel uitkijkt, ziet een hoogteverschil van zo’n 80 meter dat in ons vlakke land behoorlijk indrukwekkend is. Toch zijn deze heuvels geen bergen die door botsende aardplaten omhoog zijn gekomen.

Tijdens de voorlaatste ijstijd drong landijs vanuit het noorden Nederland binnen. Het ijs was op sommige plaatsen honderden meters dik en bewoog langzaam verder. Aan de randen van de oprukkende ijsmassa’s werden bestaande lagen zand, grind en klei opzij en omhoog geduwd.

Foto genomen vanaf de stuwwal bij Berg en Dal - Wikipedia
Foto genomen vanaf de stuwwal bij Berg en Dal - Wikipedia

Zo ontstonden de stuwwallen. De Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en de heuvels bij Nijmegen danken er een belangrijk deel van hun reliëf aan. Wat daar nu begroeid is met bos en heide, was ooit het toneel van een verbouwing van het landschap op een schaal die moeilijk voor te stellen is. Het ijs verdween toen het klimaat warmer werd, maar de opgestuwde grond bleef liggen.

Advertentie

Een deken van zand

Tijdens de laatste ijstijd bereikte het landijs Nederland niet. Koud werd het hier wel. In de koudste perioden was het landschap grotendeels kaal en had de wind vrij spel.

Zand werd uit droge rivierbeddingen en andere onbegroeide gebieden weggeblazen en verderop weer neergelegd. Grote delen van Nederland kregen zo een zanddeken over zich heen. We noemen dat nu dekzand. Vooral in het oosten en zuiden van het land vormt het nog steeds de bodem waarop we wonen, landbouw bedrijven en door het bos wandelen.

Het zand langs een bospad lijkt misschien weinig bijzonders. Maar het kan daar terechtgekomen zijn in een tijd waarin Nederland op een koude, open vlakte leek. Zonder de bomen en dorpen van nu, maar met een bodem die in koude perioden tot grote diepte bevroren was.

Een dal zonder beek

Ook sommige dalen op de Veluwe herinneren aan die kou. Je loopt er naar beneden, volgt een duidelijke laagte tussen de hellingen, maar een beek ontbreekt. Waarom ligt daar dan toch een dal?

Toen de ondergrond langdurig bevroren was, konden regen- en smeltwater moeilijk wegzakken. Het water stroomde over het oppervlak naar beneden en sleet daarbij dalen uit.

Toen het klimaat warmer werd en de bevroren ondergrond ontdooide, kon het water weer gemakkelijker in de zandbodem verdwijnen. De afvoer over het oppervlak nam daardoor sterk af. Het dal bleef bestaan, maar kwam droog te liggen. Juist de afwezigheid van stromend water nu vertelt hier dus iets over het klimaat van vroeger.

Een duinpan in de Schoorlse duinen in Noord-Holland - Pieter Bliek
Een duinpan in de Schoorlse duinen in Noord-Holland - Pieter Bliek

Water breekt af en bouwt op

Water heeft op veel meer plaatsen aan het Nederlandse landschap gewerkt. Een rivier vervoert zand en klei, schuurt oevers uit en legt verderop weer materiaal neer. Zo kan dezelfde rivier op de ene plaats land wegnemen en op een andere plaats land opbouwen.

Ook de zee doet dat. Stromingen en golven verplaatsen zand langs onze kust. Waar strandzand opdroogt, kan de wind het meenemen en achter het strand ophopen. Als het zand daar door planten wordt vastgehouden, kunnen duinen groeien. Onze kust is daarmee het resultaat van een voortdurend samenspel van zee, wind, zand en begroeiing.

Dat werk gaat nog altijd door. Het ene moment groeit een strand aan, het andere moment slaat een storm stukken van de duinen weg. De kustlijn op de kaart lijkt vast te liggen, maar in werkelijkheid is zij voortdurend in beweging.

De Biesbosch begon met een ramp

Soms krijgt die verandering een enorme versnelling. De Biesbosch is daarvan een bekend voorbeeld. Waar nu kreken, wilgenbossen en rietvelden liggen, bevond zich ooit een bedijkt gebied met dorpen en landbouwgrond: de Grote Waard.

De Sint-Elisabethsvloed van 1421 markeerde het begin van een ingrijpende verandering. Dijken braken en land overstroomde. Toch verscheen de Biesbosch zoals we die nu kennen niet in één nacht. De overstromingen en de ontwikkelingen daarna maakten de weg vrij voor een landschap waarin rivierwater, getijden en de afzetting van zand en slib het voor het zeggen kregen.

De Biesbosch vanuit de lucht - Wikipedia
De Biesbosch vanuit de lucht - Wikipedia

Geleidelijk ontstonden platen, begroeide eilandjes en een netwerk van kreken. Later drukten ook landgebruik, inpolderingen en de Deltawerken hun stempel op het gebied. Het huidige natuurgebied draagt daardoor de sporen van zowel een ramp als de eeuwen van verandering daarna, deels door de mens vormgegeven.

Van meer naar zee en weer terug

Ook de Zuiderzee ontstond geleidelijk. In het hart van Nederland lag ooit een gebied met zoetwatermeren en uitgestrekte venen. Door stormvloeden en het wegslaan van veen kreeg de zee steeds meer toegang. Ontginning en ontwatering maakten delen van het veenland bovendien kwetsbaarder.

Het oudere binnenmeer Almere groeide in de middeleeuwen zo uit tot een grote zee-inham. Langs de oevers woonden mensen en werd handel gedreven, maar bij storm vormde het water ook een bedreiging.

Eeuwen later veranderde de mens het gebied opnieuw. Met de sluiting van de Afsluitdijk in 1932 werd de Zuiderzee afgesloten. Het IJsselmeer ontstond en delen van de voormalige zeebodem werden vervolgens drooggelegd. Bij de Lauwerszee gebeurde iets vergelijkbaars: door afsluiting ontstond het Lauwersmeer. De zee had het landschap mede gevormd; de mens bepaalde daarna waar haar invloed ophield.

De wind kreeg hulp van de mens

Die wisselwerking vind je ook op kleinere schaal terug. De Slufter op Texel dankt zijn geschiedenis mede aan een storm die in 1858 een door mensen aangelegde zanddijk doorbrak. De zee kwam weer binnen. Wat nu een bijzonder natuurgebied is, ontstond dus door een menselijke ingreep én het doorbreken daarvan.

Op de Veluwe en elders kregen zandverstuivingen juist ruimte doordat mensen begroeiing verwijderden, schapen lieten grazen en plaggen staken. De bodem werd hierdoor plaatselijk zo kaal dat de wind het zand opnieuw in beweging kon brengen.

Het Kootwijkerzand - Wikipedia
Het Kootwijkerzand - Wikipedia

Het materiaal lag er vaak al sinds de ijstijd, maar begon door het landgebruik opnieuw aan een reis. De wind verplaatste het en bouwde er stuifheuvels mee. Om het opdringende zand vast te leggen, werden later op grote schaal bomen geplant. Dat was een belangrijke aanleiding voor de oprichting van Staatsbosbeheer in 1899. Ook de grote vraag naar hout stimuleerde de bosaanplant. Zo kreeg een deel van de open zandgronden weer een bosbedekking.

Ook een landschap dat heel natuurlijk aanvoelt, kan dus een geschiedenis hebben waarin de mens een grote rol speelde.

Het landschap heeft een geheugen

Zo bezien is een wandeling door Nederland ook een tocht door de tijd. Een heuvel kan herinneren aan het oprukkende landijs. Een droog dal aan het water dat ooit over een bevroren bodem stroomde. Een zandvlakte aan de kou, wind en intensief landgebruik. En een meer aan een zee die we zelf hebben afgesloten.

Het landschap bewaart de sporen van tijden die wij niet hebben meegemaakt. Soms veranderde het landschap langzaam, korrel voor korrel en laag voor laag. Soms bracht één storm een verandering op gang die eeuwen later nog steeds zichtbaar is.

Wie dat eenmaal weet, kijkt anders om zich heen. Zelfs op een rustige dag, als er nauwelijks wind staat en de rivieren kalm door het land stromen, zijn de sporen van veel onstuimiger tijden overal aanwezig. Als je maar weet waar je moet kijken.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be

Hoe windmolens invloed hebben op mist

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie