Zomerverwachting 2026: warm, maar met wisselvallige fasen

Foto boven: De zon is weer op - Simone Wiersma

De derde lentemaand is bijna voorbij, de meteorologische zomer begint over een week en het is tijd voor de zomerverwachting van Weerverteller.nl. Wordt het de droge en warme zomer, zoals vrijwel alle seizoensmodellen die voor zich zien, of gaat het toch anders? Het verhaal is complexer dan het op het eerste gezicht lijkt.

Vaste volgers van de weerverhalen op deze site, zullen hebben gezien dat we de afgelopen maanden al een paar keer naar de komende zomer vooruit hebben gekeken. Daarbij hadden en gebben we de beschikking over verschillende benaderingen.

De zon is weer op - Simone Wiersma
De zon is weer op - Simone Wiersma

Zo gebruiken we teleconnecties die signalen geven en kunnen we de seizoensberekeningen van de diverse computermodellen (die overal op aarde worden gedraaid) bekijken. Ook gebruiken we analoge methoden, waarin de drukverdeling in de aanloop naar de zomer met die uit andere jaren wordt vergeleken en kunnen we op een statistische manier naar de ontwikkelingen kijken. De diverse benaderingen leveren dit jaar nogal tegengestelde resultaten op.

Advertentie

De ‘skill’ van digitale seizoensverwachtingen is erg mager

Er zijn inmiddels – ook in Nederland – al heel wat verwachtingen voor de komende zomer gepresenteerd. Vaak leunen die zwaar op de seizoensberekeningen van de diverse computermodellen, die niet zelden bijna letterlijk worden voorgelezen.

Maar daarmee ben je er niet. Er is een probleem met die ‘digitale’ seizoensverwachtingen. Onderzoek laat zien dat de seizoensberekeningen, voor ons deel van het noordelijk halfrond, grote moeite hebben om de mogelijke uitwerkingen van een supersterke El Niño, zoals die later dit jaar wordt verwacht, op een goede manier in beeld te brengen.

In de jaren dat een super El Niño nadert, komt uit de door het Europese klimaatbureau gedraaide verwachting voor de zomer vrijwel steeds eenzelfde drukverdeling naar boven. Met hogedruk in het zeegebied tussen IJsland en Schotland (in het jaar 1997 iets noordelijker) en relatief lage luchtdruk boven de zuidelijke helft van Europa. En voor de zomer van dit jaar is dat niet anders Zo’n drukverdeling zou, als die verwachting zou uitkomen, in de zomer bij ons een gemiddeld droog, warm en zonnig weerbeeld opleveren. Zoals in 1976, 2003, 2006 of 2018.

Advertentie

Europa ligt nu eenmaal ver bij het El Niño-gebied vandaan

Kijk je naar wat in El Niño jaren (1997 en 2015) in de zomer gebeurde, dan zie je dat de eerdere verwachting er in 1997 redelijk op zat, maar in de zomer van 2015 helemaal niet. En dat is niet vreemd. Europa en ons deel van de Atlantische Oceaan zijn precies de gebieden die het verst bij het werkgebied van El Niño vandaan liggen. Als we naar het weer in onze omgeving kijken, zijn er al snel andere invloeden dan die van El Niño die belangrijk zijn. Te denken valt aan de temperatuurverdeling van het zeewater op ons deel van de Atlantische Oceaan.

De 'koude blob' op de oceaan, met daaromheen warm zeewater - Climate Reanalyzer
De 'koude blob' op de oceaan, met daaromheen warm zeewater - Climate Reanalyzer

Pak je de huidige verdeling van de zeewatertemperaturen op het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan erbij, met op het midden van de oceaan de roemruchte ‘koude blob’ (die zelfs behoorlijk groot is) en warm water daar in een hoefijzervorm omheen, dan blijkt daar gedurende de zomermaanden een drukverdeling bij te horen, die nogal afwijkt van hetgeen de verwachtingen van Copernicus ons nu al maanden laten zien.

Een lagedrukgebied op de oceaan speelt een hoofdrol

Op basis van statistisch onderzoek, dat al in 2015 is uitgevoerd, kom je in zomers met een dergelijke zeewaterverdeling midden op de oceaan en ten westen van Ierland vaak een lagedrukgebied tegen. Het hogedrukgebied ligt dan niet in de omgeving van IJsland, zoals de berekening van Copernicus suggereert, maar boven Centraal-Europa. Met Nederland aan de rand ervan. Dit is heel ander beeld dan wat veel seizoensmodellen nu aangeven.

Zou dit de uitkomst zijn, dan krijgen we weliswaar een warme zomer (met een wind die vaak uit richtingen tussen zuid en west waait), maar is in onze omgeving de kans op wisselvallige fasen een stuk groter dan in een situatie waarin de berekeningen van Copernicus uitkomen.

Nu is een statistisch signaal, zolang dat maar op één factor is gebaseerd, meestal verwaarloosbaar zwak. Maar volgens de experts van World Climate Service zijn er dit jaar ook enkele andere, tropische zeewateranalogen die deze uitkomst ondersteunen. Doordat de situaties nu vanuit twee verschillende zeegebieden dezelfde kant op lijken te wijzen, is het signaal dit jaar een stuk sterker en kun je het eigenlijk niet negeren.

Wat gebeurde in de jaren 1972, 1982, 1997 en 2015?

Nog een andere manier om naar de ontwikkelingen te kijken, is die van het vergelijken van de drukverdeling, zoals we die dit jaar in de aanloop naar de zomer hebben gezien, met patronen uit het verleden. Door te kijken hoe het weer in de zomers toen vervolgens uitpakte, krijgen we ook een beeld. Voor de komende zomer hebben meteorologen van Severe Weather Europe dit uitgezocht. Ze baseerden hun analyse op vier jaren uit het verleden waarin zich – net als dit jaar – een sterke El Niño opbouwde, namelijk 1972, 1982, 1997 en 2015. Dat is een relatief kleine, maar heel specifieke set. Je moet met de resultaten voorzichtig omgaan.

Kijk je naar hoe de zomers er in die jaren uitzagen, dan zie je dat het hogedrukgebied vooral boven Noordoost-Europa lag. Op de oceaan was er een behoorlijke dynamiek, met daarbij een relatief groot gebied met gematigde temperaturen, dat zich tot over Spanje, het westen van Frankrijk en de Britse eilanden uitstrekte. Nederland lag in die zomers vaak in het grensgebied tussen de Noord(oost)-Europese warmte en het koelere weer ten westen van ons.

Voor wat de neerslag betreft, was het ten noorden van Nederland in een strook van Schotland via Scandinavië naar het oosten droger dan normaal en in de hele zuidelijke helft van Europa (veel) natter dan gebruikelijk. Ook wat dit betreft lag Nederland op de grens.

Net als het vorige is ook dit een scenario waarin lagedrukgebieden op de oceaan liggen en hogedrukgebieden boven het Europese continent. Niet boven Centraal-Europa, zoals in de analyse van World Climate Service, maar meer boven het noordoosten van ons werelddeel.

Het zijn uiteindelijk de details die de uitkomst bepalen

In beide gevallen zijn het de details die In Nederland de uitkomst bepalen. Hoe westelijker de lagedruk op de oceaan uitkomt, hoe groter de kans hier op (zeer) warm weer vanuit het zuiden. Hoe dichterbij, des te wisselvalliger zal het bij ons zijn, met gematigdere temperaturen.

Bezie je die eerdergenoemde vier El Niño zomers wat meer in detail, dan komt een wisselend beeld naar voren. De zomer van 1972 was koel, relatief droog en had gemiddeld een westnoordwestenwind. De zomer van 1982 pakte vrij warm en relatief droog uit. In die zomer kwam een gemiddeld westelijke wind uit de bus. De zomer van 1997 was warm en had ongeveer een normale hoeveelheid neerslag, bij een gemiddeld zuidzuidwestenwind. En de zomer van 2015 was iets warmer dan normaal met een normale hoeveelheid neerslag en een zuidwestenwind. Een zomer met het beeld van 1976 of 2018 zat er dus niet tussen.

Als we het nu allemaal op een rij zetten, dan lijkt het erop dat de verwachting van Copernicus/ECMWF voor de zomer te agressief is, daar waar het om de berekening van een warm en blokkerend continentaal regime gaat, met zeer standvastige hogedrukgtebieden in de regio van IJsland en Schotland. Ook het verleden heeft dit al vaker uitgewezen.

Een ‘actieve oceaan’ ligt in de lijn der verwachtingen

De huidige verdeling van zeewatertemperaturen op ons deel van de oceaan wijst eerder in de richting van een ander beeld, met op de oceaan ten westen van het Europese continent steeds weer opduikende lagedrukgebieden of troggen. Het is een scenario dat ook door enkele forceringen vanuit de tropen (zoals de MJO) wordt ondersteund. En een beeld dat we in grote lijnen in de seizoensverwachting van de Engelse met Office terugvinden.

In zo’n configuratie komt het boven continent steeds weer tot de (tijdelijke) opbouw van (zeer) warme hogedrukgebieden. Daarom is een (zeer) warme zomer ook zeker niet van de baan. Een 1976-achtig scenario met persistente hogedruk ligt echter minder voor de hand.

Voor wat de zomerverwachting van dit jaar betreft, moeten we dus wel aan een (zeer)warme zomer denken, maar ook aan een zomer waarin diverse wisselvallige fasen voorkomen. Met soms hevig onweer op de overgangen tussen hete en koelere tijdvakken. Een zomer met een af en toe een behoorlijke dynamiek kortom. Best interessant!

Hoe zat het in de periode van 1875 tot en met 1878?

Een laatste opmerking betreft de vergelijking zoals die de laatste tijd vaak is gemaakt met de jaren 1875 tot en met 1878, toen een sterke El Niño, een sterk positieve dipool op de Indische Oceaan en het warme water op het noordelijke van de Atlantische Oceaan tezamen tot een wereldwijde kettingreactie van (vooral droogte) rampen leidde. Ongeveer 4 a 5 procent van de wereldbevolking vond daarbij destijds de dood (in tijden die totaal niet met de onze vergelijkbaar zijn). Bekijk je de tegenwoordig voor die periode beschikbare (geheranalyseerde) weerkaarten, dan vind je daarin voor de Nederland zomers een weerbeeld terug dat redelijk in de hiervoor beschreven verwachting past. Met in elk van die jaren boven het continent de opbouw van warmbloedige hogedrukgebieden, maar daar tussendoor ook behoorlijk wisselvallige fasen.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie