Hoe hitte en droogte elkaar de afgelopen zomer versterkten

Foto boven: Het Nesvatn meer in het zuiden van Noorwegen stond door de droogte van de voorbije zomer meters lager - Karin Broekhuijsen

Europa als geheel beleefde dit jaar de op twee na warmste zomer in de meetreeks. Voor West-Europa was het zelfs de warmste ooit gemeten. Die conclusie van de Europese klimaatdienst Copernicus kreeg de afgelopen dagen veel aandacht. Maar wat maakte deze zomer zo ingrijpend?

De ranglijstjes vertellen namelijk maar een deel van het verhaal. Bijzonder was vooral hoe langdurige hitte en uitdrogende bodems elkaar versterkten, terwijl ook de rivierafvoeren steeds verder terugliepen. Juist toen de behoefte aan water toenam, werd het steeds schaarser.

Het Nesvatn meer in het zuiden van Noorwegen stond door de droogte van de voorbije zomer meters lager - Karin Broekhuijsen
Het Nesvatn meer in het zuiden van Noorwegen stond door de droogte van de voorbije zomer meters lager - Karin Broekhuijsen

Opvallende cijfers

De zomerbalans van de Europese klimaatdienst Copernicus staat vol opvallende cijfers. West-Europa kwam op een gemiddelde zomertemperatuur van 21,7 graden uit, 2,5 graden boven het gemiddelde over de periode van 1991 tot en met 2020. Daarmee werd het oude record uit 2003 verbroken. Bovendien waren er dit jaar 17 dagen waarop minstens 60 procent van West-Europa met temperaturen boven 30 graden te maken kreeg. In 2003 waren dat er 11.

Advertentie

Die laatste vergelijking is minstens zo interessant als het temperatuurrecord. Ze laat zien hoe groot het gebied was dat herhaaldelijk met hitte te maken kreeg. Als de warmte lang aanhoudt en zich over veel landen tegelijk uitstrekt, krijgen natuur, mensen en watervoorraden steeds minder gelegenheid om tussendoor te herstellen.

De bodem ging de warmte versterken

De verklaring begint bij het weer. Door de aanhoudende invloed van hogedrukgebieden was er in West-Europa veel zon en weinig regen. Ook werd vanuit het zuiden vaak warme lucht aangevoerd. Copernicus wijst daarnaast nadrukkelijk op een proces dat de hitte verder versterkte: de wisselwerking tussen de temperatuur en het bodemvocht.

De afwijkingen van de zomertemperatuur in Europa - Copernicus
De afwijkingen van de zomertemperatuur in Europa - Copernicus

Een bodem waarin voldoende water zit, helpt op zonnige dagen de omgeving te koelen. Een deel van de beschikbare energie wordt dan gebruikt om water te laten verdampen, rechtstreeks vanuit de bodem en via planten. Die energie kan op dat moment niet worden gebruikt om de bodem en de lucht erboven verder op te warmen.

Als de bodem uitdroogt, neemt de verkoeling af

Maar die koeling heeft een grens. Naarmate de bodem uitdroogt, is minder water voor verdamping beschikbaar. Planten kunnen hun huidmondjes sluiten om waterverlies te beperken, waardoor ook hun verdamping afneemt. Een groter deel van de zonne-energie gaat dan naar opwarming van de bodem en de lucht erboven.

Advertentie

Zo ontstaat een zichzelf versterkend proces. Warm en zonnig weer bevordert aanvankelijk de verdamping en droogt de bodem uit. De uitdrogende bodem verliest vervolgens een deel van zijn koelende werking, waardoor de temperatuur nog hoger kan oplopen. De droogte is daarmee zowel een gevolg als een versterker van de hitte.

Dit betekent niet dat een droge bodem op eigen kracht een hittegolf veroorzaakt. De aanvoer van lucht en de ligging van de weersystemen blijven bepalend. Maar als de weersituatie eenmaal gunstig is voor hitte, kan het gebrek aan bodemvocht daar wel een flinke schep bovenop doen.

De afvoer van de rivieren tijdens de zomer - Copernicus
De afvoer van de rivieren tijdens de zomer - Copernicus

Ook de rivieren voelden het tekort

Het watertekort bleef overigens niet tot de bovenste bodemlaag beperkt. Volgens Copernicus hadden de Europese rivieren gezamenlijk hun laagste zomerafvoeren sinds het begin van de EFAS-reeks in 1992. In juli en augustus traden bij onder meer de Rijn, Donau, Po, Loire, Rhône en Seine tegelijkertijd uitzonderlijk lage afvoeren op. Dat betekent overigens niet dat op ieder meetpunt langs al die rivieren een afzonderlijk record werd gebroken.

Rivieren laten zien wat er over een veel groter gebied gebeurt. Een bui op één plaats kan de tuin opfrissen, maar verandert weinig aan de afvoer van een grote rivier. Daarvoor is regen nodig in een aanzienlijk deel van het stroomgebied. Ook de watervoorraden in bodem en ondergrond spelen mee.

Dat maakt rivierdroogte vaak hardnekkig. Na een langdurig droge periode moet eerst een deel van de tekorten worden aangevuld. Een omslag naar koeler weer betekent daarom niet automatisch dat ook de waterproblemen meteen voorbij zijn.

Het deel van Europa dat met temperaturen boven 30 graden te maken kreeg - Copernicus
Het deel van Europa dat met temperaturen boven 30 graden te maken kreeg - Copernicus

Meer behoefte, minder beschikbaar

Hier komen de verschillende gevolgen van de zomer bij elkaar. Terwijl landbouwgewassen water nodig hadden, kwam de beschikbaarheid ervan onder druk te staan. Lage rivierafvoeren hinderden de scheepvaart en beperkten op verschillende plaatsen de mogelijkheden voor koelwater en waterkracht. Copernicus noemt juist deze samenloop als een belangrijk kenmerk van de afgelopen zomer.

Voor Nederland is de Rijn een herkenbaar voorbeeld van die afhankelijkheid. De rivier voert niet alleen water aan, maar vormt ook een belangrijke transportverbinding. Wat verder stroomopwaarts aan regen ontbreekt, kan daardoor uiteindelijk ook hier gevolgen hebben.

De kwetsbaarheid zit dus in het samenvallen van de problemen. Een droge zomer raakt meerdere gebruikers van hetzelfde water tegelijk. Landbouw, natuur, scheepvaart en energievoorziening kunnen dan niet allemaal rekenen op de ruimte die er onder normale omstandigheden wel is.

Het gebied in Europa dat tijdens de zomer met hittestress te maken kreeg - Copernicus
Het gebied in Europa dat tijdens de zomer met hittestress te maken kreeg - Copernicus

Wat betekent die 52 procent?

Ook het veelgenoemde cijfer over hittestress verdient uitleg. Gedurende de zomer kreeg 52 procent van het Europese landoppervlak minstens eenmaal met ‘zeer sterke’ hittestress te maken. Het gaat om een opgeteld gebied: niet om 52 procent van Europa dat op één dag tegelijk werd getroffen, en evenmin om 52 procent van de bevolking.

De bijbehorende grens van 38 graden betreft bovendien geen gewone thermometerwaarde. Copernicus gebruikt de UTCI, een index die naast de luchttemperatuur ook luchtvochtigheid, wind en straling meeneemt. Daarmee wordt de thermische belasting van het menselijk lichaam beschreven. In de volle zon en bij weinig wind kan die belasting veel groter zijn dan de luchttemperatuur alleen doet vermoeden.

De betekenis gaat verder dan een zomerrecord

De zomer laat duidelijk zien waarom de gemiddelde temperatuur alléén onvoldoende is om de gevolgen te begrijpen. Ook de duur van de warmte telt, net als de omvang van het getroffen gebied en de hoeveelheid water die bij het begin van een hete periode nog beschikbaar is.

Niet iedere volgende zomer zal hetzelfde verlopen. De weersituatie bepaalt waar hitte en droogte terechtkomen en hoe lang ze aanhouden. Maar deze zomer maakte wel zichtbaar hoe de gevolgen zich kunnen opstapelen zodra de bodem uitdroogt en de rivieren terugvallen.

Dan gaat het uiteindelijk om meer dan de vraag hoe warm het wordt. Het gaat ook om hoeveel verkoeling het landschap nog kan bieden, hoeveel water beschikbaar blijft en hoe lang mensen en natuur die combinatie kunnen volhouden.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be

In Siberië valt de winter in: wat is het gevolg voor onze winter?

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie