Winterverwachting 2026 kwam wel en niet uit

Foto boven: Tot 40 centimeter sneeuw in het Deelerwoud, tussen Apeldoorn en Arnhem - Reinout van den Born

Nu de winter van 2026 voorbij is en we weten dat die winter in De Bilt met een gemiddelde temperatuur van 4,8 graden toch weer zeer zacht is uitgevallen, kunnen we ook de winterverwachting evalueren, zoals die op 22 november tijdens de Wintermeeting 2026 bij het KNMI is uitgesproken. Wat is ervan uitgekomen en wat niet?

Voordat we aan de evaluatie beginnen, halen we die verwachting eerst nog eens terug. Dit stond er: ‘Alles overziend, lijken we op een winter af te koersen waarin de kans op winterweer in de eerste helft het grootst is. Maar met daarna ook ruimte voor een ouderwets zachte en wisselvallige februarimaand’.

Tot 40 centimeter sneeuw in het Deelerwoud, tussen Apeldoorn en Arnhem - Reinout van den Born
Tot 40 centimeter sneeuw in het Deelerwoud, tussen Apeldoorn en Arnhem - Reinout van den Born

Twee vorstperiodes

En iets meer in detail: ‘Stel dat het zo’n type winter wordt, maar dat we tegelijkertijd ook een plekje moeten geven aan de (teleurstellende) ervaringen van de laatste 12 jaar, dan zou het zo mooi zijn als we zowel in december als in januari een vorstperiode zouden krijgen’.

Advertentie

En: ‘Laten we beide vorstperiodes nu eens op 8 dagen stellen, met minimumtemperatuur van gemiddeld -4,0 graden en een maximum van 0 graden. Goed voor 2,5 Hellmannpunten per dag. En met in de weken daar omheen een gemiddelde temperatuur van plus 4 graden’.

‘Als we de zachte februarimaand op 6,6 graden zetten, komen we op deze manier op een wintertemperatuur van 3,7 graden uit, met 41 Hellmannpunten. Het zou een vrijwel normale winter opleveren, maar wel een met twee vorstperioden. En eigenlijk dus heel anders dan voorgaande, vaak zachte en natte winters. Voor het gemak noemen we dit scenario de basisverwachting voor de winter van 2026. Die dus van een normale winter uitgaat’.

‘De kans dat we in de buurt van die basis uitkomen, lijkt nu rond 50 procent. De kans dat het allemaal nog wat beter uitpakt, met een iets lagere gemiddelde temperatuur en een ietwat hoger Hellmanngetal, zetten we op 30 procent. En de kans dat het allemaal tegenvalt, met een duidelijk hogere temperaturen en flink wat minder kou, op 20 procent’.

Winterwonderland in het Deelerwoud - Reinout van den Born
Winterwonderland in het Deelerwoud - Reinout van den Born

De evaluatie

Dat was de verwachting van toen. Nu kunnen we aan de evaluatie beginnen. Het is daarbij goed te beseffen dat wij in Nederland – op de breedte waarop wij ons op het noordelijk halfrond bevinden – tot de weinige gebieden behoorden waar de winter weinig voorstelde. En dan moeten we het noorden van ons land buiten beschouwing laten, want daar was het wel lang winters.

Advertentie

In veel andere landen, die net zo noordelijk als Nederland liggen of nog noordelijker, stelde de winter van 2026 wel degelijk (veel) meer voor dan in voorgaande jaren. We hoeven de grens naar Duitsland maar over te steken om een regio te vinden waar de beleving al heel anders was. Niet alleen sneeuwde het er vaker dan in recente winters, ook vroor het er meer en werd op die manier meer kou geproduceerd. In Duitsland bestond zo wel een echt wintergevoel, al waren er ook hier grote verschillen tussen het noorden en bijvoorbeeld de Rijnvallei.

Europa als geheel beleefde een echt koude januarimaand

De melding van het Europese klimaatbureau Copernicus, dat de januarimaand van 2026 in Europa 1,63 graden kouder dan normaal en daarmee de koudste was sinds 2010 (voorwaar niet de minste), sprak wat dit betreft eveneens boekdelen.

Behalve over het karakter van de voorbije winter, is er nog steeds een levendige discussie gaande over de invloed die de SSW van 28 november 2025 op het verloop van de winter heeft gehad. In veel gevallen is dat een nogal academische discussie.

Sneeuwjacht in Roodeschool op 7 januari - Jannes Wiersema
Sneeuwjacht in Roodeschool op 7 januari - Jannes Wiersema

Het begint al met de vraag of de verstoring van de poolwervel, zoals die zich toen afspeelde, technisch gezien wel een SSW genoemd mocht worden. Voor het weer maakt zo’n discussie niets uit. Of nu net wel of net niet aan de definitie werd voldaan, is oninteressant. Een grote verstoring was het hoe dan ook en de atmosfeer ondervond daar de gevolgen van.

Discussie over karakter SSW geeft geen pas

Ook de discussie over het type van die ‘al dan niet SSW' geeft eigenlijk geen pas. Bekend van SSW’s is dat het weer op het moment dat de verstoring zich afspeelt en ook in de eerste om en nabij twee weken erna vaak een wisselvallig karakter krijgt, door een zonalisering van de stroming op de oceaan. Ofwel: door het sterker worden van de westcirculatie.

Dat gebeurde deze keer ook. Doordat die fase extra werd aangezet door een extreme kou-inval in Noord-Amerika, kwam de focus wel heel erg op het zogenoemde ‘reflectieve karakter’ van de SSW te liggen. Later bleek het toch ook om een meer traditionele SSW te gaan.

Koude kerst en sneeuwrijke start januari

Dat merkten rond de kerstdagen voor het eerst, toen de voorhoede van de door de verstoring van de poolwervel in gang gezette daalbewegingen in de atmosfeer aan de grond kwam. Die leverden ons de koude kerstdagen en de zeer sneeuwrijke start van januari op.

Gladheid door ijzel in Roodeschool, in februari - Foto Jannes Wiersema
Gladheid door ijzel in Roodeschool, in februari - Foto Jannes Wiersema

Nieuwe pulsen met daalbewegingen kwamen in de januarimaand door de atmosfeer omlaag, de sterkste daarvan gedurende de tweede helft van januari. Dat was de periode waarin de hogedrukgebieden in het hoge noorden, die van die daalbewegingen het gevolg waren, hun grootste invloed op het weer op het noordelijk halfrond uitoefenden.

Hernieuwde kou in Noord-Amerika speelde ons parten

Bijna overal sloeg de winter in volle hevigheid toe, behalve in het noordwesten van Europa. En dat was dan weer het gevolg van de hernieuwde uitbraak van kou, die zich ook toen boven Noord-Amerika afspeelde en op de oceaan een nieuwe depressietrein op de rails zette. Bij ons zorgde die ervoor dat de opdringende zachte lucht meestal te sterk was. Pure pech dus.

En zo hebben we in het grootste deel van het land opnieuw een zeer zachte winter achter de rug, met de grootste afwijkingen ten opzichte van de normaal in Maastricht. Daar kwam de gemiddelde wintertemperatuur zelfs 1,5 graden boven de normaal uit.

Tegelijkertijd zien we dat het noordoosten een heel andere winter heeft beleefd. In Nieuw-Beerta was de wintertemperatuur precies normaal. En werden 51 Hellmannpunten aangetekend, 11,6 punten minder dan in een daar normale winter. Nog steeds een verschil dus.

Het karakter van de winter was heel anders dan voorgaande jaren

Toch was het karakter van de winter heel anders dan voorgaande jaren. Na de eerste sneeuw, eind november al, kwam een zeer zachte periode. Rond de kerst werd het kouder, werd de eerste ijsdag aangetekend en ging het in de nachten ook veel vaker vriezen.

Lente in Zuidwest-Nederland, ook in februari - Simone Wiersma
Lente in Zuidwest-Nederland, ook in februari - Simone Wiersma

De eerste 12 dagen van januari brachten veel sneeuw en een enkele keer ook ijzel. Pas aan het einde van die periode dook ook de temperatuur nog een nacht omlaag, waarna de dooi inviel. Cijfermatig leverde die winterperiode dus praktisch niets op. Wel groeide de januarimaand, overal in het land, zo tot een koude maand uit, het meest in het noordoosten.

Na een zachte periode van ongeveer een week, begonnen we tussen 18 januari en 20 februari aan een periode van ruim een maand waarin de wintergrens met korte onderbrekingen vrijwel steeds boven (het noordoosten van) ons land lag. Met in het noordoosten om de haverklap, sneeuw, ijzel en vorst, terwijl het in de rest van het land meestal zacht bleef.

Ook de oostenwind was terug van weggeweest

Daarbij was de oostenwind terug van weggeweest, maar niet overal koud. Dit doordat de bovenlucht relatief warm bleef en de Duitse middelgebergten ervoor zorgden dat de koude lucht onderin en de warme erboven op de meeste plaatsen mengden. In het noord(oost)en gebeurde dit niet, doordat de aanvoer daar via het Noord-Duitse laagland kwam.

In de drukverdeling zagen we in het hoge noorden steeds hogedrukgebieden. Verder was het in Scandinavië en het oosten van Europa koud en vroren grote delen van de Botnische en de Finse Golf dicht. Zelfs in eigen land waren de beelden, die vanuit het noordoosten op ons afkwamen, vaak moeilijk voor te stellen, gezien het zachte weer van vrijwel overal elders.

Lenteachtig, halverwege december - Huibert Boon
Lenteachtig, halverwege december - Huibert Boon

Verderop, op het noordelijk halfrond viel de kou in Noord-Amerika, vrijwel heel Siberië en zelfs in grote delen van Japan op. Op sommige momenten was het bijna overal koud, steeds met uitzondering van de Britse eilanden, delen van de Benelux, Frankrijk, het Alpengebied en Italië. In het zuidwesten van Europa regeerden depressies en viel enorm veel regen. Het laatste deel van de winter ging de drukverdeling op de kop en werd het overal zacht. Dus ja, ook al beleefden we in het grootste deel van het land een zachte winter, er is dit jaar wel veel gebeurd.

Wat zaten we er steeds dichtbij…

Vorig jaar schreven we eind augustus op deze site al dat er iets borrelde, daar waar het om de toen nog naderende winter ging. Met de nadruk op januari (ook in Nederland een koude maand), het vaker dan anders voorkomen van hogedruk in het noorden en het mogelijke optreden van een SSW. Voor wat die drukverdeling betreft, is de winterverwachting uitgekomen.

Voor wat de gevolgen hiervan voor het weer in ons land betreft, duidelijk niet. December en februari waren twee uitgesproken zachte maanden, met in februari als enige uitzondering het noordoosten van het land. Januari verliep wel overal aan de koude kant, zoals in de winterverwachting ook aangegeven. En wat zaten we er dit jaar steeds dichtbij…

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook en X!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie