Warm noordelijk halfrond komt veel sneeuw en ijs tekort
Reinout van den BornDe eerste week van november is voorbij, de herfst nadert zijn einde en de wereld is recordwarm voor deze tijd van het jaar, zowel wat de lucht- als de zeewatertemperatuur betreft. Tegen die warme achtergrond blijven de sneeuwbedekking en de omvang van het zeeijs op het noordelijk halfrond in aanloop naar de winter duidelijk achter.
Wereldwijd bedroeg de gemiddelde luchttemperatuur op 2 november 14,92 graden, tegen 13,79 graden normaal voor die datum in de periode 1991–2020. Dat is een verschil van 1,13 graden. Ten opzichte van de periode 1979–2000 bedroeg het verschil 1,52 graden.

Alleen het zuidpoolgebied is niet recordwarm
Van de grote regio’s die in dit overzicht worden gevolgd, was op 2 november alleen het zuidpoolgebied niet recordwarm voor de datum. Het noordpoolgebied en de tropen waren dat wel, evenals het noordelijk en zuidelijk halfrond als geheel. In de tropen was het verschil met het vorige dagrecord uit 2023 het grootst. De huidige El Niño speelt daarbij een belangrijke rol.
Grote delen van de wereld zijn warmer dan normaal. Vooral uitgestrekte gebieden op het noordelijk halfrond vallen op, zoals het westen van Siberië, grote delen van Canada en het noordwesten en westen van de Verenigde Staten. Delen van Europa zijn juist kouder dan normaal, evenals het oosten van Siberië en grote delen van China en Japan. Ook het zuidpoolgebied is relatief koud, net als een flink deel van de zuidelijke helft van Zuid-Amerika.


Vooral de El Niño-zone springt eruit
Kijken we naar de gemiddelde zeewatertemperatuur, dan ligt die in het gebied tussen 60 graden noorderbreedte en 60 graden zuiderbreedte op 21,03 graden. Het gemiddelde voor dezelfde datum in de periode 1991–2020 is 20,15 graden, een verschil van 0,88 graden. Ten opzichte van de klimaatperiode 1982–2010 komt het verschil op 1,04 graden uit. Vergeleken met het vorige dagrecord uit 2023 bedraagt het verschil 0,22 graden.
Vooral het El Niño-gebied springt eruit. In het Niño 3.4-gebied, het referentiegebied voor de ENSO-cyclus, bedroeg de gemiddelde zeewatertemperatuur op 5 november 30,02 graden, tegen 26,77 graden normaal in de periode 1991–2020 en 26,63 graden in de periode 1982–2010. Dat zijn verschillen van respectievelijk 3,25 en 3,39 graden.
Het vorige record voor 5 november stamde uit 2015, toen de gemiddelde zeewatertemperatuur hier 29,38 graden bedroeg. De temperatuur lag daar dit jaar dus nog eens 0,64 graden boven. Dat is een forse overschrijding van het vorige dagrecord.


Noordelijk halfrond komt veel sneeuw en ijs tekort
Niet alleen het water in de El Niño-zone is erg warm. Ook grote delen van de overige zeeën en oceanen zijn warmer dan normaal. Onder meer een deel van de zuidelijke Grote Oceaan, de zeeën ten oosten van Siberië en de ‘koude vlek’ op de noordelijke Atlantische Oceaan laten juist zeewatertemperaturen beneden normaal zien.
Tegen deze warme achtergrond blijven de sneeuwbedekking en de omvang van het zeeijs op het noordelijk halfrond duidelijk achter bij wat gebruikelijk is voor deze tijd van het jaar.
Op 6 november was op het noordelijk halfrond 24,1 miljoen vierkante kilometer land met sneeuw bedekt, tegen gemiddeld 27,7 miljoen vierkante kilometer voor die datum in de periode 2001–2020. Het verschil bedraagt 3,6 miljoen vierkante kilometer. De sneeuwbedekking komt daarmee op 87 procent van normaal uit en is de op twee na kleinste voor deze datum in de gebruikte meetreeks.
Het gaat hierbij om het oppervlak dat met sneeuw is bedekt, niet om de dikte van de sneeuwlaag. De tekorten doen zich vooral voor in Europa, Noord-Amerika en het westelijke deel van Rusland. Siberië staat er in het algemeen wat beter voor.


Ook het noordpoolijs blijft achter
De omvang van het Arctische zeeijs bedroeg op 6 november 8,253 miljoen vierkante kilometer, tegen gemiddeld 10,038 miljoen vierkante kilometer voor die datum in de periode 1981–2010. Dat is een verschil van 1,785 miljoen vierkante kilometer en de op zes na kleinste omvang voor deze datum in de gebruikte meetreeks.
De tekorten bevinden zich vooral aan de Europese zijde van het poolgebied. Rond Canada en Alaska en in het zeegebied ten noorden van Siberië ligt de omvang van het zeeijs dichter bij normaal.

De uitgangssituatie voor winterkou is nog weinig gunstig
De geringe sneeuwbedekking en het achterblijvende zeeijs passen bij de warme uitgangssituatie op het noordelijk halfrond. Voor winterweer in Europa is vooral van belang waar zich de komende tijd koude lucht kan verzamelen en of de wind die vervolgens onze kant op brengt. Sneeuw kan de afkoeling boven land versterken, maar ook zonder een uitgebreid sneeuwdek kan het bij een geschikte stroming snel kouder worden.
Veel van de gebieden waaruit wij bij een oostelijke tot noordoostelijke stroming onze lucht betrekken, zijn momenteel nog relatief warm. En zo kon het deze week gebeuren dat een drukverdeling die er op de weerkaarten in potentie best winters uitzag, bij ons toch zonder wezenlijke kou verliep.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Waarom beklimmen mensen bergen?
Poolwervel verder onderuit: hoe bruikbaar is de vergelijking met 2010?
De achterdeurtjes van de komende, vrijwel zeker zachte winter
Een fascinatie voor de winter die nog maar nauwelijks wordt gevoed
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Waardoor gaat winterkou sinds 2013 vaker aan Nederland voorbij?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










