Het kind dat naar de lucht keek

Foto boven: Als kind in Engeland, in de droge zomer van 1976. Het jaar waarin mijn belangstelling voor het weer begon - Peter van den Born

Ik moet een jaar of zeven zijn geweest toen het weer een belangrijke rol in mijn leven begon te spelen.

Niet omdat ik toen al precies wist dat ik later meteoroloog zou worden. Dat zou nog lang duren. Het weer was er gewoon. Iedere dag opnieuw. Het veranderde voortdurend, maar was tegelijkertijd betrouwbaar aanwezig. Regen, wind, wolken, zon, onweer, sneeuw. Je hoefde er niets voor te doen en het vroeg niets van je. Je hoefde alleen maar te kijken.

Als kind in Engeland, in de droge zomer van 1976. Het jaar waarin mijn belangstelling voor het weer begon - Peter van den Born
Als kind in Engeland, in de droge zomer van 1976. Het jaar waarin mijn belangstelling voor het weer begon - Peter van den Born

Als kind had ik een lui oog

Dat kijken was voor mij niet altijd vanzelfsprekend. Ik had als klein kind een lui oog en ik keek behoorlijk scheel. Op de kleuterschool werd ik daar veel mee gepest. Ik droeg een veel te dikke bril en op een gegeven moment werd ook nog eens mijn goede oog afgeplakt, in de hoop dat mijn luie oog daardoor beter zou gaan functioneren.

Advertentie

Het idee daarachter was begrijpelijk. Mijn goede oog moest tijdelijk worden uitgeschakeld, zodat mijn hersenen gedwongen zouden worden het andere oog te gebruiken. Alleen: dat andere oog deed vrijwel niets. Dus liep er een klein jongetje rond met een pleister voor zijn goede oog, terwijl het oog dat overbleef hem nauwelijks bruikbare informatie gaf.

Halfblind het prikkeldraad in

Dat klinkt achteraf bijna als een slechte grap. Ik herinner me vooral hoe beperkt mijn wereld daardoor soms werd. Op een gegeven moment liep ik halfblind het prikkeldraad in. Toen vonden mijn ouders het welletjes. Het afplakken stopte. Inmiddels zijn de behandelmethoden van een lui oog overigens al drastisch veranderd en kan zoiets als dit niet meer gebeuren.

Toen ik tien was, zijn mijn ogen rechtgezet. Het scheelzien werd daarmee grotendeels opgelost, maar ik ben mijn leven lang feitelijk een één-oogkijker gebleven. Ik heb geen normaal stereozicht en mijn manier van kijken is anders dan die van de meeste mensen.

Ik ontdekte het weer

Maar ergens in diezelfde jaren gebeurde ook iets anders. Ik ontdekte het weer. Misschien is dat achteraf helemaal niet zo vreemd. Het weer was een wereld die ik wél goed kon bereiken. Ik hoefde niemand aan te kijken om te weten wat er gebeurde. Ik hoefde geen gezichtsuitdrukking te interpreteren, geen ingewikkelde sociale boodschap uit een blik te halen en niet bang te zijn dat iemand mij uitlachte omdat ik anders keek.

Advertentie

De lucht was gewoon de lucht. En die vertelde altijd een verhaal. Een wolk die zich ergens aan de horizon ontwikkelde. Een wind die opeens draaide. Een bui die dichterbij kwam. Een front dat passeerde. De manier waarop de lucht veranderde voordat het onweer losbarstte. De eerste sneeuwvlokken. De geur van een naderende regenbui.

Steeds beter kijken

Ik begon steeds beter te kijken. En misschien is dat wel een van de merkwaardigste dingen aan mijn leven: juist omdat kijken voor mij vanaf mijn vroegste jeugd ingewikkeld was, ben ik van kijken uiteindelijk mijn beroep gaan maken. Niet alleen letterlijk natuurlijk. Meteorologie is veel meer dan naar buiten kijken. Het is patronen herkennen, verbanden leggen, veranderingen opmerken en proberen te begrijpen wat er achter die veranderingen zit.

Maar de basis is wel hetzelfde gebleven. Nieuwsgierigheid. Wat gebeurt daar? Waarom verandert die wolk? Waar komt die wind vandaan? Waarom regent het hier wel en daar niet? En wat gaat er straks gebeuren? Die vragen hielden me bezig toen ik zeven was. Ze houden me, ruim vijftig jaar later, nog steeds bezig.

Een vreemde wolk was geen probleem

Het weer heeft me daardoor misschien wel iets gegeven wat ik als kind hard nodig had: een wereld waarin ik niet hoefde te voldoen aan verwachtingen. Een wereld die zichzelf voortdurend opnieuw uitvond en waarin afwijkingen geen reden waren om iemand uit te lachen, maar juist interessant waren. Een vreemde wolk was geen probleem. Een afwijkende windrichting was geen probleem. Een onverwachte ontwikkeling was juist het mooiste wat er kon gebeuren. Misschien heb ik daar onbewust iets van meegenomen.

Ik ben inmiddels 58. Het kind van toen is natuurlijk allang verdwenen, maar niet helemaal. Het kijkt nog steeds omhoog. En het heeft uiteindelijk van dat kijken zijn werk gemaakt. Dat vind ik eigenlijk best een vrolijke gedachte. Want soms loopt een leven niet helemaal zoals je het op papier zou hebben uitgetekend. Soms beginnen dingen met iets wat je liever niet had meegemaakt. Soms draag je daar je hele leven iets van mee.

Er groeide iets bijzonders

Maar tegelijkertijd kan er tussen die ongemakken ook iets bijzonders groeien. Bij mij waren dat de wolken. En de lucht. En het weer. Waar ik nu al zo lang van leef.

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie