De opnieuw zeer zachte winter was heel anders dan anders

Foto boven: Intense sneeuwval in Velp, in de eerste week van januari - Reinout van den Born

Terwijl het beeld van de voorbije winter heel anders was dan winters van de afgelopen jaren, blijkt dat niet uit de cijfers. Vrijwel overal is de winter opnieuw zeer zacht verlopen. Het noordoosten was de uitzondering; daar was de winter normaal.

Bij het KNMI in De Bilt is de wintertemperatuur op gemiddeld 4,8 graden uitgekomen, tegen 3,9 graden normaal. Hiermee was de winter ook nog zachter dan die van 2025, toen het gemiddelde 4,5 graden bedroeg. Vooral de maanden december en februari verliepen erg zacht. December kwam in De Bilt op een gemiddelde temperatuur van 6,1 graden uit, februari op een gemiddelde temperatuur van 5,8 of 5,9 graden. Januari was kouder dan normaal.

Intense sneeuwval in Velp, in de eerste week van januari - Reinout van den Born
Intense sneeuwval in Velp, in de eerste week van januari - Reinout van den Born

Opvallend deze winter was het grote verschillen tussen het noordoosten en zuidoosten van het land. Zo is de winter in Nieuw-Beerta op een gemiddelde temperatuur van 2,9 graden uitgekomen (normaal), terwijl Maastricht een wintertemperatuur van 5,1 graden aantekende, anderhalve graad boven het gebruikelijke gemiddelde van 3,6 graden. En toch gebeurde er veel. Veel meer dan je op basis van deze vaak zeer zachte cijfers zou denken.

Advertentie

Er was een aanloopje nodig

Er was in december een aanloopje nodig, maar toen kwam er toch echt iets van winterweer naar ons toe. Tijdens de kerst vroor het en in de eerste 10 dagen van januari bouwde zich een dik sneeuwdek op. Liefhebbers van winterweer konden eindelijk hun hart ophalen.

Ondanks het grote gebrek aan winterweer gedurende de winters van de laatste jaren, werd toch weer intens naar deze winter toegeleefd. Tijdens de wintermeeting 2026, op 22 november 2025 bij het KNMI, voelde je die spanning. Voor het eerst in lange tijd leek er iets te borrelen. Veel seinen richting deze winter leken op groen te staan. Het resulteerde in een verwachting van eindelijk een ‘koudere winter’, met daarin meerdere winterperioden. Zowel van de ‘droge’, als van de ‘vuile’ variant. Met hogedrukgebieden boven bij Groenland en boven Scandinavië.

Toen we tijdens de wintermeeting bij elkaar zaten, was het buiten al aan de koude kant. We hadden net een eerste afstroom van koude lucht vanuit het hoge noorden gehad, doordat zich boven Groenland even een hogedrukgebied had gevormd. In het noordoosten viel de eerste sneeuw al, ook scoorden Nieuw-Beerta en Eelde hun eerste Hellmannpunten.

Sneeuwval in onze tuin, ook de eerste week van januari - Reinout van den Born
Sneeuwval in onze tuin, ook de eerste week van januari - Reinout van den Born

De eerste sneeuw

De ochtend na de wintermeeting viel op meer plaatsen de eerste sneeuw. Veel was het niet, maar de sneeuw was er – net als in de jaren ervoor – wel mooi vroeg bij. Dat beloofde wat. Er zat ook een vroege instorting van de poolwervel in de kaarten. We waren optimistisch.

Advertentie

Die vroege SSW kwam er inderdaad, nog voordat de novembermaand voorbij was. Maar hij was van het voor winterweer in Europa verkeerde, ‘reflectieve’ type. De kou stroomde vanuit het poolgebied niet naar ons, maar naar Noord-Amerika. En kwam daar boven het relatief warme water van de oceaan terecht. Daar vormde zich het ene na het andere lagedrukgebied, dat door de straalstroom boven de oceaan richting Europa werd gevoerd.

Boven Europa werd de wind zuidelijk, vormde zich boven Oost-Europa een hogedrukgebied en liepen de temperaturen op. Tot 23 december volgde een erg zachte periode met kwikstanden die overdag vaak tussen 8 en 14 graden uitkwamen. In het zuiden werd het soms zelfs 15 graden. In de nachten vroor het niet. De angst bestond zelfs dat de decembermaand helemaal zonder vorst en winterweer voorbij zou gaan. Maar zover kwam het uiteindelijk niet.

Ineens veranderde de drukverdeling

Rond 22 december veranderde de drukverdeling van het ene op het andere moment. Een volgend lagedrukgebied van de oceaan bleef nu eens niet ten westen van Ierland liggen, maar trok naar het zuidoosten, het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied in. Ineens was er boven Scandinavië ruimte voor de vorming van een hogedrukgebied. Het kwam er ook meteen. De wind draaide in Nederland naar het oosten en het werd geleidelijk kouder.

De bossen veranderden in een sprookjeswereld - Reinout van den Born
De bossen veranderden in een sprookjeswereld - Reinout van den Born

Net voor de kerstdagen drong de koudste lucht tot onze omgeving door. De dauwpunten gingen spectaculair omlaag en in de kerstnacht vroor het in de oostelijke helft van het land matig. Overdag tekenden veel plaatsen hun eerste ijsdag van het seizoen aan. Dat gold ook voor De Bilt. De nacht daarna vroor het in het oosten bijna 8 graden. Tweede kerstdag overdag was de lucht alweer wat warmer en kwamen de temperaturen iets boven nul uit.

In de dagen daarna kwam het hogedrukgebied eerst bij Schotland en later bij IJsland terecht. Dit zou je de meer klassieke reactie van de atmosfeer op de eerdergenoemde SSW kunnen noemen. Terwijl de kou op leefhoogte door een naar noordwest draaiende wind werd getemperd, kwam vanuit het hoge noorden in de hogere delen van de atmosfeer juist wel veel koudere lucht dichterbij. In de nachten bleef het op veel plaatsen overigens gewoon vriezen.

Na de jaarwisseling een nieuwe, enerverende winterfase

De jaarwisseling verliep vrijwel overal vorstvrij. Maar in de bovenlucht kwam wel kou boven Nederland aan. Een nieuwe, enerverende fase van de winter begon al in de loop van de dag. Buien van de Noordzee trokken het land in en werden steeds vaker winters van karakter. Eerst geloofden we er nog niet in, later zagen we het voor onze ogen gebeuren.

De eerste 5 dagen van het jaar waren ronduit spectaculair. Op een hoogte van ruim 5000 meter boven Nederland daalden de temperaturen meerder keren tot beneden -40 graden. De Noordzee had nog een temperatuur van tussen 6 en 9 graden boven nul. De temperatuurverschillen waren dusdanig groot dat zich ontelbare winterse buien vormden die in noordwestelijke wind het land op kwamen. Met uitzondering van een smalle kuststrook, viel overal sneeuw.

In het Deelerwoud, tussen Apeldoorn en Arnhem, lag soms 30 tot 40 centimeter sneeuw - Reinout van den Born
In het Deelerwoud, tussen Apeldoorn en Arnhem, lag soms 30 tot 40 centimeter sneeuw - Reinout van den Born

Het was een eindeloze buienlijn, die zich dagenlang uitstrekte van het poolgebied, via de Noorse Zee en de Noordzee tot over Nederland. De stroom aan buien hield maar aan, het accent ervan kwam steeds weer op andere gebieden te liggen. Bijna overal bouwde zich in de loop van de tijd een imposante sneeuwlaag op. Vaak bedroeg de sneeuwdikte tussen 10 en 20 centimeter, maar meerdere regio’s kwamen daar (ver) bovenuit. Uiteindelijk waren er alleen in Zeeland en in Noord-Holland nog smalle stroken dichtbij zee waar geen of nauwelijks sneeuw lag.

Storingen vanuit het westen, met sneeuw en onweer…

Tegen het einde van de sneeuwperiode passeerden enkele storingen. Vanuit het westen, en helemaal in de vorm van sneeuw. Ook dat was bijzonder om mee te maken. Het gebeurde onder meer op 5 en 7 januari. Het waren dagen waarop het verkeer in de getroffen gebieden veel met de sneeuw te stellen had. Er werd zoveel gestrooid dat sommige gemeenten tegen zouttekorten begonnen aan te lopen. Dat was toch erg lang geleden. Opmerkelijk was ook het grote aantal dagen waarop tijdens de sneeuw ergens in het land onweer werd gemeld.

Op vrijdag 9 januari trok een lagedrukgebied dwars over het land naar het oosten. Terwijl het noorden met sneeuwjachten, stuifsneeuw en de vorming van sneeuwduinen te kampen had, viel in het midden en zuiden regen. Daar werd het sneeuwdek behoorlijk aangetast.

Aan de achterzijde van die depressie bracht een naar noordoost draaiende wind de kou nog even terug. In de nacht naar zondag 11 januari vroor het op veel plaatsen streng en werd in Eelde met -11,6 graden de voorlopig laagste temperatuur van de winter bereikt. In de nacht naar maandag 12 januari maakte ijzel een einde aan de eerste winterperiode van de winter van 2026.

Schaatsen in Roodeschool - Jannes Wiersema
Schaatsen in Roodeschool - Jannes Wiersema

Daarna geen echte doorbraak meer, wintergrens wel boven Nederland

Hoewel in de periode daarna op de weerkaarten snel nieuwe winterse situaties doordrongen, brak de winter nooit meer echt door. Wel lag de wintergrens wekenlang boven Nederland meestal ergens boven het noordoosten. Af en toe trok hij ook even naar het zuiden, om zich daarna ook weer razendsnel naar het noorden terug te trekken.

Hoe zuidelijker je in Nederland woonde, hoe warmer het in die periode van ongeveer een maand was. Nieuw-Beerta was het koudst (tussen 18 januari en 16 februari was het er gemiddeld -0,24 graden), op korte afstand gevolgd door Eelde (+0,15 graden in dezelfde periode). Leeuwarden (met +0,8 graden) was al iets warmer, maar kon ook nog van een behoorlijk koude periode spreken. Daarvan was in de Bilt (+3,12 graden) en ook in Gilze-Rijen (+3,73 graden) eigenlijk geen sprake meer. Daar was de beleving toch echt heel anders.

Veel meer winterperikelen in het noordoosten

Kijken we naar het weer, dan was er alleen op 29 januari, in de avond van 15 februari en in de erop volgende nacht van 16 februari in grote delen van het land sprake van winterse neerslag. Het oosten en vooral noordoosten kregen er veel vaker mee te maken. Op 23 en 24 januari ging het in het noordoosten om ijzel, op 24 januari in het uiterste noordoosten ook om sneeuw. Ook op 26 januari viel in het oosten en noodoosten een (klein) beetje sneeuw.

De dagen daarna, 27 en 28 januari had het noordoosten ijsregen en sneeuw, later leidend tot een laagje van 6 of 7 centimeter. Die sneeuwzone kwam op 29 januari diagonaal van noord naar zuidoost over een groot deel van het land te liggen. Een dag later was diezelfde zone ook in het oosten en noordoosten verantwoordelijk voor nog wat sneeuw.

Narcissen boven de grond in Zevenhuizen - Jolanda Bakker
Narcissen boven de grond in Zevenhuizen - Jolanda Bakker

Op 4 februari zelfs een code rood door ijzel

Op 1 en 2 februari kreeg het noordoosten met ijzelbuien te maken die op grote schaal tot gladheid leidden. Twee dagen later, op 4 februari, werd voor het noorden code rood afgegeven, in verband met grootschalige ijzel. Er kon op de weg worden geschaatst. Op 13 februari viel in het noordoosten tot 5 centimeter sneeuw. Twee dagen later sneeuwde het overal in Nederland. De laatste keer sneeuw volgde op donderdag 19 december. Toen sneeuwde het in delen van Zuid- en Midden-Nederland enige tijd, toen een depressie over Frankrijk naar het oosten trok. Een dag later werd de koude lucht verdrongen, nu ook uit het noordoosten van Nederland.

Ook als je deze gebeurtenissen op een rijtje zet, was het verschil in beleving van het winterweer tussen het noordoosten aan de ene en de rest van het land aan de andere kant levensgroot. Door de langdurige vorst in het noordoosten kon daar op een gegeven moment op natuurijsbanen en meren geschaatst worden. Ook was er op de Eemsmonding en de Waddenzee sprake van ijsvorming. Vanuit de rest van Nederland, waar het weer geregeld aan de lente deed denken, zagen de beelden vanuit het noordoosten er in die periode onwerkelijk uit.

Koudegetallen lopen ver uiteen

Het koudegetal van de winter tot nu toe is in Nieuw-Beerta inmiddels tot 51,1 punten opgelopen, tegen 43,2 punten in Eelde en 27,6 punten in Leeuwarden. De Bilt staat tot nu toe op 15,6 punten en in Gilze-Rijen bedraagt het totaal tot en met nu ook 15,3 punten. Vlissingen is in het winterhalfjaar nog niet verder dan 2,1 punten gekomen. Het behoeft geen betoog dat je de verschillen tussen het noordoosten en de rest van het land ook in deze statistiek duidelijk terugziet. Zulke grote verschillen in zo’n klein land zijn echt bijzonder.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook en X!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie