Zeeijs groeit weer aan, maar wat zegt dat over de winter?
Reinout van den BornDe ontwikkeling van het zeeijs in het noordpoolgebied blijft verbazen. Het smeltseizoen eindigde zonder een nieuw laagterecord, ondanks de hoge temperaturen van de wereldzeeën en de aardatmosfeer. Inmiddels groeit het ijs weer aan. Een periode met behoorlijk lage temperaturen in het centrale poolgebied heeft die eerste aangroei geholpen. Maar daarmee is over het verdere verloop van de winter nog weinig gezegd.
Op 29 september was alweer een zeegebied van ongeveer 5,25 miljoen vierkante kilometer met zeeijs bedekt. Dat ligt nog flink onder het langjarige gemiddelde voor deze datum, maar boven de waarde die op hetzelfde moment in zestien andere jaren uit de meetreeks werd gemeten. De positie is daarmee gunstiger dan in veel recente jaren, al blijft de ijsomvang historisch gezien laag.

Sinds het jaarlijkse minimum is het gebied met zeeijs alweer met ruim 600.000 vierkante kilometer gegroeid. Daarbij gaat het om de zogenoemde zeeijsuitbreiding: het totale zeegebied met minstens 15 procent ijsbedekking. Ook het open water tussen de ijsschotsen binnen dat gebied wordt dus meegeteld.
Tijdelijk kouder dan gemiddeld
De eerste aangroei viel samen met een periode waarin het in het centrale poolgebied behoorlijk koud werd. Ten noorden van 80 graden noorderbreedte daalde de gemiddelde temperatuur tijdelijk tot ongeveer −13 graden. Volgens de temperatuurcurve van het Deense meteorologische instituut DMI kwam deze daarmee zelfs iets onder het langjarige gemiddelde uit. Dat gemiddelde is in deze grafiek gebaseerd op de periode van 1958 tot en met 2002.
Een dergelijke koudeperiode valt op in een gebied waar de temperaturen tegenwoordig vaak boven het langjarige gemiddelde liggen. Inmiddels is het er weer iets warmer geworden. Bovendien beschrijft deze temperatuurcurve alleen het centrale poolgebied. In de zeeën verder naar het zuiden kunnen de omstandigheden heel anders zijn.
Een gedeelde tiende plaats
Volgens het Amerikaanse National Snow and Ice Data Center bereikte het zeeijs op 12 september zijn minimum, met afgerond 4,60 miljoen vierkante kilometer. Daarmee kwam dit jaar op een gedeelde tiende plaats op de lijst van laagste minima terecht, op hetzelfde niveau als in 2008, 2010 en 2025. Het absolute laagterecord uit 2012 bleef buiten bereik.
Dat is opvallend, omdat de uitgangspositie aan het begin van het smeltseizoen ongunstig was. De maximale ijsuitbreiding na de afgelopen winter was statistisch gezien gedeeld recordlaag met 2025.
Toch betekent het uitblijven van een nieuw zomerrecord niet dat het zeeijs naar zijn vroegere toestand terugkeert. De laatste twintig jaren vertegenwoordigen allemaal de laagste zomerminima uit de satellietreeks. Het ijs bevindt zich dus nog steeds op een veel lager niveau dan in de jaren tachtig, negentig en het begin van deze eeuw.

De afname in de zomer is afgevlakt
Wel is in de afgelopen ongeveer twintig jaar een duidelijke vertraging zichtbaar geworden in de afname van de zeeijsomvang aan het einde van de zomer. Dat is opmerkelijk, omdat de aarde in dezelfde periode verder is opgewarmd en ook de temperaturen van de wereldzeeën sterk zijn gestegen.
Onderzoekers proberen te achterhalen welke processen deze afvlakking verklaren. Natuurlijke variaties in de atmosferische circulatie en de oceaan lijken daarbij een belangrijke rol te spelen. Die kunnen de invloed van de voortgaande opwarming gedurende een reeks jaren gedeeltelijk tegenwerken.
Zo koppelt onderzoek de recente vertraging van de afname in september aan veranderingen in de zomerse luchtdrukverdeling boven het Noord-Atlantische gebied. Die gingen gepaard met minder aanvoer van warmte en vocht naar het poolgebied en minder neerwaartse warmtestraling vanuit de atmosfeer. Zulke omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat het ijs gedurende de zomer minder sterk smelt.
Een beschermende laag, maar niet overal
Ook de manier waarop de verschillende waterlagen in de Noordelijke IJszee boven elkaar liggen, speelt een rol. Een relatief koude en zoete bovenlaag kan het zeeijs afschermen van warmer, zoutrijker water op grotere diepte. Die gelaagdheid beperkt de menging en daarmee de hoeveelheid warmte die vanuit de diepere oceaan het ijs bereikt.
In delen van de Noordelijke IJszee aan de Amerikaanse kant is deze bescherming sterker geworden. Daar kan de zoetere bovenlaag helpen om de afname van het zeeijs af te remmen.
Aan de Euraziatische kant gebeurt juist het tegenovergestelde. Daar is de gelaagdheid op verschillende plaatsen verzwakt en kan de warmte uit het binnenstromende Atlantische water gemakkelijker naar boven komen. Het ijs wordt hierdoor sterker van onderaf aangetast.
De ontwikkelingen verschillen dus sterk per regio. Ook veranderingen in de wind, de verplaatsing van het ijs en de uitwisseling van water met de omliggende oceanen beïnvloeden het uiteindelijke resultaat. Hoe groot de bijdrage van ieder proces aan de afvlakking van de zomerse ijsafname precies is, blijft onderwerp van onderzoek.

Een snelle start zegt nog weinig over de winter
Wat dat betreft wordt het interessant om te zien hoe het de komende maanden verdergaat. De eerste aangroei in het centrale poolgebied betekent niet automatisch dat ook de verder zuidelijk gelegen zeeën gemakkelijk zullen bevriezen.
Voor gebieden als de Hudsonbaai en de zeeën rond Spitsbergen en Nova Zembla is vooral van belang hoeveel warmte zich nog in de bovenste waterlagen bevindt. Voordat daar ijs kan ontstaan, moet het oppervlaktewater voldoende afkoelen. Een warme zee kan de ijsvorming daardoor vertragen, ook wanneer de lucht erboven al behoorlijk koud is.
Dat helpt verklaren waarom de ontwikkelingen in zomer en winter uiteen kunnen lopen. Het wintermaximum hangt sterk af van de ijsvorming in de randzeeën. Het zomerminimum laat vooral zien hoeveel ijs in het centrale poolgebied en de aangrenzende zeeën de zomer overleeft.
In de winters daalt het zeeijs weer
Onderzoek waarin ook de winters van 2025 en 2026 zijn meegenomen, laat zien dat de eerdere vertraging van de afname van de winterse ijsomvang tijdelijk was. Over de meest recente periode van twintig jaar is voor de winter weer een statistisch significante daling zichtbaar.
Een relatief gunstige zomer en een vlotte eerste aangroei hoeven dus niet door een gunstige winter te worden gevolgd. De komende maanden zal blijken hoe gemakkelijk het ijs zich ook buiten het centrale poolgebied weet uit te breiden.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Ruim 100 jaar geleden werd het in de herfst ook erg warm: oktober 1921
Golfstroom sterker geworden. Spreekt dat het AMOC-verhaal tegen?
De achterdeurtjes van de komende, vrijwel zeker zachte winter
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










