Vooruitblik april: warm, vaak zuidenwind en toch niet droog

Foto boven: Stralenkransen in de lucht - Joyce Derksen

Op de dag dat maart, de eerste maand van de meteorologische lente van 2026 ten einde gaat, kijken we vooruit naar de maand april. Wat kunnen we verwachten? Houdt het warme pad, door maart ingezet, aan en gaan we perioden met zomerweer tegemoet? En hoe droog wordt de klimatologische gezien droogste maand van het jaar?

Er zijn in de meteorologie verschillende manieren om in de tijd vooruit te kijken. Zo kun je de klimatologie en singulariteiten die daarin optreden als basis nemen. Waarbij singulariteiten perioden in het jaar zijn waarin bepaalde weertypen met regelmaat terugkeren. Voorbeelden daarvan zijn de ‘ijsheiligen, schaapscheerderskou, de oudewijvenzomer en de kerstdepressie. De klimatologie biedt je een handvat om te bepalen hoe het weer zich door de tijd ontwikkelt en de singulariteiten kunnen mogelijke afwijkingen daarin aanwijzen.

Stralenkransen in de lucht - Joyce Derksen
Stralenkransen in de lucht - Joyce Derksen

Modellen voorlezen en analyseren

Een andere mogelijkheid is de lange termijnkaarten, zoals die door diverse computercentra worden berekend, naast elkaar leggen en daarin de trend voor de komende periode proberen te ontdekken. Die methode is lastiger. Net zoals de verwachtingen voor de korte termijn zijn ook de kaartenreeksen voor de lange termijn nogal springerig. Ze variëren niet zelden van dag tot dag. De trend van vandaag kan een hele andere zijn dan die van morgen.

Advertentie

Nog een andere mogelijkheid is te proberen te begrijpen hoe het weer zich in de periode, voorafgaand aan de verwachting die je wilt maken, heeft gedragen. Welke factoren speelden daarbij op de achtergrond een rol? En welke voortzetting is op basis van de uitkomst van de analyse het meest waarschijnlijk? Ook dit kan een handige methode voor het maken van lange termijnverwachtingen zijn, zeker als je weet die achtergrondfactoren niet veranderen.

Een combinatie van alles biedt de beste kansen

Het allermooist is om, op het moment dat je bij het maken van een verwachting wat verder in de tijd vooruit wilt kijken, een combinatie van de hiervoor genoemde methoden te gebruiken. En dat laatste is wat we in dit verhaal, bij het vooruitkijken naar april, zullen proberen te doen. En we beginnen met een analyse van wat zich in de afgelopen maand heeft afgespeeld.

Als we zo naar het weer in de voorgaande periode kijken, dan valt op dat we laatste maanden vaak met een drukverdeling zijn geconfronteerd waarin hogedrukgebieden boven het Europese continent lagen en lagedrukgebieden op de oceaan steeds aandrongen. Hiertussen had de gemiddelde wind in Nederland tot nu toe vaak een zuidelijke component.

De wind laat dit jaar vaak een zuidelijke component zien

In januari was de gemiddelde wind zuidoostelijk, doordat de hogedruk zich toen ook over Scandinavië uitstrekte, in februari was de gemiddelde wind zuidzuidoostelijk. Toen lagen de hogedrukgebieden op min of meer dezelfde plaats, maar drongen lagedrukgebieden op de oceaan in ons deel van Europa nadrukkelijker aan. In maart was de gemiddelde wind in Nederland zuidzuidwest, vooral gedurende de eerste weken van de maand.

Advertentie

Overigens waren er natuurlijk ook perioden die wel volledig van deze trend afweken, zoals de eerste twee weken van januari met noordwestelijke winden en veel sneeuw, maar ook de laatste week van maart toen de wind opnieuw de noordwesthoek opzocht. Tussendoor zag je de zuidelijke winden echter steeds weer terugkomen. Dat is dan ook de rode draad.

Rustige weer in Baarlo - John Oomen
Rustige weer in Baarlo - John Oomen

Vorig jaar ook veel hogedruk, en toch anders

Maak je nu een vergelijking met het weer van vorig jaar in de lente, dan zie je dat hogedrukgebieden ook toen een belangrijke rol speelden. Ze lagen ten opzichte van Nederland wel anders dan dit jaar. Zo was de gemiddelde windrichting vorig jaar in januari zuidzuidwestelijk, in februari zuidoostelijk en in maart noordoostelijk. Daardoor was het droger dan dit jaar, wat ook in koudere nachten resulteerde.

Vorig jaar hield de gemiddelde noordoostenwind vervolgens ook in april aan. In mei kwam er een gemiddeld noordnoordwestelijke wind uit de bus. De trend was je vriend, zou je op basis daarvan kunnen zeggen. Die werd ook in de maanden na maart doorgetrokken.

Kijken we naar de modelberekeningen voor de aprilmaand van dit jaar, dan lijken die ook op een aanhouden van de trend van dit jaar, van gemiddeld winden met een zuidelijke component, aan te sturen. Met hogedrukgebieden vaak op het Europese continent en lagedrukgebieden die vanaf de oceaan naderen, daar steeds aandringen, maar toch worden tegengehouden.

Alleen de poolwervel is nog een addertje

Een factor op de achtergrond die dit regime nog kan doorbreken, zijn de ontwikkelingen in de stratosfeer boven het poolgebied, waar de poolwervel de afgelopen maand tweemaal is ingestort. Ook nu is dat nog het geval, maar niet lang meer. De komende dagen keert de poolwervel terug, om later in april voor dit seizoen echt te verdwijnen.

De vraag is nu of we in het weer van alledag nog iets van die twee instortingen gaan merken. Hoewel het daar vooralsnog niet naar uitziet, is dat geen garantie. Mocht er de komende weken alsnog iets gebeuren, dan zou dat in de vorm van een (tijdelijk) hogedrukgebied in de buurt van Groenland en IJsland kunnen zijn. Komt dat er inderdaad (en zoals gezegd is dat maar zeer de vraag), dan kan er ook nog even een periode met noordenwinden tussendoor komen.

April warm, vaak zuidenwinden, maar niet droog

Een lang verhaal kort: als deze analyse klopt, dan koersen we op een warme aprilmaand af, met daarin – zeker als de zuidelijke winden goed doorzetten – al ruimte voor één of twee zomerse perioden. De andere kant van het verhaal is dat we niet veilig zijn voor de invloeden van storingen vanaf de oceaan. Komen die na een periode met warm weer, dan zijn er ook onweerskansen, waarna het tijdelijk koeler wordt en het proces weer van voor af aan begint. En ook een tijdelijke periode met noordelijke winden tussendoor is nog iets om in het achterhoofd te houden.

In de Nederlandse klimatologie is april de droogste maand met gemiddeld iets meer dan 40 millimeter regen. In een scenario als het hiervoor beschreven, is het ondanks de opnieuw grote dominantie van hogedrukgebieden niet ondenkbaar dat we die hoeveelheid toch halen.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie