Op 28 februari 1959 ging Nederland massaal naar het strand
Reinout van den BornWe krijgen in Nederland morgen en donderdag zonnige en voor februaribegrippen erg warme dagen voorgeschoteld, met in het zuiden mogelijk 20 graden. Helemaal uniek is de situatie niet, in het verleden gebeurde het ook. Zoals in het jaar 1959.
‘Op de eerste maart van het jaar 1959 is Nederland enkele uren lang topzwaar geworden aan zijn kusten, zijn honderdduizenden de steden uitgereden, zijn een paar mensen eerst in de zwembroek en daarna in de zee gedoken, want Nederland zocht de zon op!’

Zonnebrandolie en consumptie-ijs
Zo begon het Algemeen Dagblad op maandag 2 maart 1959 zijn verslag van het bijzondere weekend dat Nederland achter de rug had. Getekend door zon en ongewoon hoge temperaturen. ‘Zonnebrandolie en consumptie-ijs hebben de slag tegen wollen kleding en erwtensoep het afgelopen weekeinde overtuigend gewonnen’, ging de verslaggever verder.
‘Langs de boulevard van Scheveningen, op het terras naast de Rotterdamse beurs, op het Rembrandtplein en in de bus naar Zandvoort is dit vreedzame gevecht tegen de uitlopers van de winter geleverd door honderdduizenden, die er licht-transpirerend op uit trokken: de zon van de eerste maart tegemoet, de temperatuur van een dikke achttien graden in’.
Sebastiaan Cobelens besteedde op Weerwoord.be aandacht aan de vroege lentewarmte van 1959. 'Het warme weer maakte toen veel indruk', zegt hij. 'De mensen waren wat dit betreft niks gewend'.
Het zachte weer volgde op een koude februarimaand
Het voor die tijd recordzachte lenteweer volgde op een koude februarimaand die door de almaar aanhoudende invloed van hogedrukgebieden met gemiddeld 5 millimeter over het land de tot dan toe droogste sinds het begin van de metingen was. Met een gemiddelde luchtdruk van 1033 hPa noteerde De Bilt ook zijn hoogste luchtdrukgemiddelde voor februari ooit.
Het weer die februarimaand liet zich het best beschrijven als wat wij tegenwoordig inversieweer zouden noemen. Met een warme bovenlucht en lage temperaturen aan de grond, was het vaak mistig en grijs.
Toen was de lucht, door het veelvuldig stoken van kolen, nog sterk met fijnstof vervuild. Hierdoor ontstonden makkelijk mist en laaghangende wolken, die lange tijd overleefden. Er was destijds door de luchtverontreiniging veel vaker mist dan tegenwoordig. In de krantenberichten van toen sijpelden verhalen over mist en grijsheid ook vaak door, ook toen in 1959.
Vanaf het einde van de maand werd alles anders
Tussen 5 en 15 februari was er in De Bilt een vorstperiode. De koudste dag was 8 februari, met in de nacht 6,2 graden vorst en overdag een maximumtemperatuur van -3,5 graden. De gemiddelde temperatuur kwam die dag op -4,7 graden uit; een flinke score in de mist.
Tegen het einde van de maand werd alles anders. Vanaf 15 februari deed de kracht van de zon zich meer en meer gelden. Het hogedrukgebied bleef, maar het werd wel langzaam warmer. Ook toen koudere lucht het land op 20 en 21 februari vanuit het noordoosten even bereikte. Dat was een dag waarop de inversie tijdelijk werd doorbroken. In plaats van kouder, zoals je bij een inval van koudere lucht mocht verwachten, ging het kwik overdag juist wat omhoog.

Een drukverdeling die voor warmte zeer geschikt was
Langt duurde het ‘koudere’ intermezzo niet, want al snel keerde de hogedruk terug en vanaf grofweg 25 februari ontstond een drukverdeling die zeer geschikt was om voor de tijd van het jaar onwerkelijk hoge temperaturen te brengen. En dat meerdere dagen achtereen.
Het begon die 25e al in het zuidoosten van het land met maxima tot 13 graden. Een dag later werd het op meerdere plaatsen 14 graden en op 27 februari kon op diverse plaatsen in het zuidoosten en zuiden een kwikstand van 17 of 18 graden worden aangetekend.
En toen kwam dat beroemde weekend. Met op zaterdag zeer veel zon en tot in de kustgebieden erg hoge temperaturen. Volkel in Noordoost-Brabant kwam tot een maximumtemperatuur van 19,0 graden, De Bilt tekende 17,3 graden aan. Het grappige was dat het in de voorgaande nacht in Volkel nog wel tot -0,1 graden was afgekoeld. Ook in het westen van het land en op de stranden stegen de temperaturen uiteindelijk op veel plaatsen tot rond 17 graden.
Een zuidelijke tot zuidoostelijke wind
Op de weerkaart vonden we het grote hogedrukgebied boven het oosten van Europa terug, met kern boven Tsjechië. Lagedrukgebieden lagen bij IJsland en op de oceaan. In Nederland was de wind zowel die zaterdag als zondag zuidelijk tot zuidoostelijk en voerde warme lucht aan, ook in de bovenlucht. Doordat op zondag een oude storing het land binnentrok, was het toen niet meer compleet zonnig. Daardoor kwamen de temperaturen toen een fractie lager uit.
Toch was dit nog niet het einde van de pret, want ook op maandag 2 maart, toen de zuidenwind zich herstelde, kwamen de temperaturen nog bijzonder hoog uit. In het zuidoosten van het land werd het opnieuw plaatselijk 18 graden, in het westen nog 15 of 16 graden.
Maart was toen erg zacht, nu stelt het minder voor
Vanaf 3 maart was het nog vaak (erg) zacht, maar behoorden extreme temperaturen zoals in het weekend waarin februari eindigde en maart startte wel tot het verleden. De gemiddelde temperatuur in maart zou dat jaar op 7,0 graden uitkomen. In het klimaat van toe lag die waarde ver boven normaal, in het klimaat van nu – met een gemiddelde temperatuur van 6,5 graden die wij in de maartmaand als gebruikelijk zien – stelt het niet veel meer voor.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Volg ons ook op facebook en X!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










