Hoe de Franse bosbranden ook een erfenis uit de 19e eeuw zijn
Reinout van den BornHet zuidwesten van Frankrijk wordt geteisterd door grote bosbranden. Vooral in de departementen Gironde en Les Landes rukken de vlammen snel op. Meer dan 140.000 mensen hebben er hun huizen moeten verlaten. Woorden als apocalyptisch, angstaanjagend en beklemmend worden gebruikt om de situatie te beschrijven.
Ook in Spanje woeden op meerdere plaatsen grote natuurbranden, onder meer in Castilla y León, de regio Madrid en de provincie Ávila. Daar zijn al meer dan 60.000 mensen geëvacueerd. De brand in de regio Madrid werd gisteren zelfs oncontroleerbaar genoemd. In de afgelopen nacht zijn de omstandigheden voor de bestrijding ervan iets verbeterd.

De weersomstandigheden van nu werken het vuur sterk in de hand. Hitte, een zeer lage luchtvochtigheid, een vlagerige wind (rond een hogedrukgebied, met daarbij in Zuidwest-Frankrijk ook een steeds opstekende zeewind) en een landschap vol uitgedroogde vegetatie vormen een gevaarlijke combinatie. Wie naar de enorme branden in Zuidwest-Frankrijk kijkt, ziet ook de gevolgen van een beslissing die bijna 170 jaar geleden werd genomen.
Het landschap was vroeger heel anders
Wie tegenwoordig door Les Landes, een uitgestrekte regio in het zuidwesten van Frankrijk, rijdt, komt daar eindeloze dennenbossen tegen. Het lijkt alsof het landschap er altijd zo heeft uitgezien, maar in werkelijkheid is dat niet het geval.
Tot ver in de negentiende eeuw bestonden Les Landes vooral uit moerassen, heidevelden, zandgronden en verspreide bossen. De bodem was arm en de afwatering slecht. Grote delen waren moeilijk begaanbaar. In de vochtige omstandigheden kwam bovendien malaria voor, waardoor het gebied weinig aantrekkelijk was om te bewonen of economisch te ontwikkelen. Daar moest verandering in komen.
Napoleon III dwong gemeenten het gebied te bebossen
Vaak wordt gezegd dat Napoleon de bossen van Les Landes heeft aangelegd. Dat is maar ten dele waar. Niet Napoleon Bonaparte, maar zijn neef Napoleon III was de leider onder wiens bewind de grote verandering plaatsvond.
In 1857 werd een wet aangenomen die gemeenten verplichtte hun gronden te ontwateren en grotendeels te bebossen. Daarbij viel de keuze vrijwel overal op de zeeden (Pinus pinaster), een boom die op arme zandgronden uitstekend groeit en bovendien, vanwege de productie van hout en hars, economisch interessant was.
In enkele tientallen jaren tijd veranderde een uitgestrekt moerasgebied zo in het grootste aaneengesloten en aangeplante productiebos van West-Europa. Tegenwoordig beslaat het Forêt des Landes ongeveer één miljoen hectare.
De Médoc: bossen en wijngaarden
Het gebied ten westen van Bordeaux, waar de grootste branden woeden, heet de Médoc. Juist een deel van de bossen die daar in de negentiende eeuw werden aangelegd, staat nu in brand.
De Médoc was oorspronkelijk eveneens onderdeel van een nat en moerassig kustgebied. Vooral het westelijke deel, achter de Atlantische duinen, bestond uit moerassen, heide en zandgronden. Ook daar zijn in de negentiende eeuw grote ontwateringswerken uitgevoerd en uitgestrekte dennenbossen aangeplant, eveneens voornamelijk met zeeden (Pinus pinaster). Het doel was vergelijkbaar met dat in Les Landes.
Er is echter een belangrijk verschil. Het oostelijke deel van de Médoc, langs de monding van de Gironde, heeft een heel andere ondergrond. Daar liggen de beroemde grindruggen (croupes graveleuses) waarop de grote wijnhuizen van Bordeaux zijn gevestigd, zoals Margaux, Pauillac en Saint-Estèphe. Dit gebied is nooit massaal bebost, maar juist ontwikkeld voor de wijnbouw. De goed doorlatende grindbodems zijn daar ideaal voor druiven.
Succes met een keerzijde
De bebossing van de ooit moerassige gebieden in Les Landes en de Médoc leverde veel voordelen op. Het gebied werd droger, malaria verdween, het stuivende zand werd vastgelegd en de bosbouw groeide uit tot een belangrijke bron van inkomsten. Maar de keuze voor één overheersende boomsoort bracht ook nieuwe risico's met zich mee.
Zeedennen bevatten veel hars. Dat maakt ze uitstekend geschikt voor de houtindustrie, maar ook bijzonder brandbaar. Bovendien staan op veel plaatsen bomen van vergelijkbare leeftijd dicht op elkaar. Als eenmaal brand uitbreekt, kan het vuur zich daardoor snel van boom naar boom verplaatsen. Ook de dikke laag dennennaalden, struiken en dood plantaardig materiaal op de bosbodem vormen een uitstekende brandstof, waardoor vuur zich niet alleen via de boomkronen, maar ook over de grond razendsnel kan verspreiden. De eenzijdige samenstelling van het bos maakt het bovendien gevoeliger voor ziekten en plagen.
Het weer doet de rest
In grote delen van Zuidwest-Frankrijk is het al langere tijd warm en droog. De vegetatie bevat nog maar weinig vocht, terwijl de luchtvochtigheid eveneens zeer laag is.
Tegelijkertijd staat er geregeld een stevige wind, die niet alleen nieuwe zuurstof aanvoert, maar ook brandende takken en vonken over grote afstanden kan verspreiden. Daardoor kan een relatief kleine brand zich binnen korte tijd tot een vuurzee ontwikkelen die honderden of zelfs duizenden hectares bos in de as legt.
Diezelfde combinatie van factoren ligt momenteel ook ten grondslag aan de grote natuurbranden in delen van Spanje, die vaak ook nog eens moeilijk bereikbaar zijn.
Klimaatverandering vergroot de risico's
Door de opwarming van het klimaat nemen perioden met langdurige hitte en droogte in Zuid-Europa toe. Daardoor droogt de vegetatie verder uit, speelt verdamping een steeds grotere rol en duurt het brandseizoen almaar langer. Wetenschappers zien dan ook dat de kans op omstandigheden voor extreme branden in veel delen van Zuid-Europa geleidelijk groter wordt.
Dit betekent niet dat klimaatverandering de oorzaak is van iedere afzonderlijke bosbrand. Daarvoor is altijd een ontstekingsbron nodig, zoals blikseminslag of menselijk handelen. Wel zorgt het veranderende klimaat ervoor dat een eenmaal ontstane brand zich gemakkelijker tot een zeer grote en moeilijk beheersbare natuurbrand ontwikkelt.
Hoe keuzes uit het verleden nu nog een rol spelen
De enorme branden in het zuidwesten van Frankrijk laten mooi zien hoe de geschiedenis van een landschap en de ontwikkelingen van het weer soms in elkaar grijpen. Zonder de beslissing van Napoleon III om een uitgestrekt productiebos aan te leggen, zou het landschap er vandaag heel anders hebben uitgezien. En zonder de combinatie van hitte, droogte, lage luchtvochtigheid en wind zouden de huidige branden waarschijnlijk veel minder explosief zijn verlopen.
De vuurzee die nu door Zuidwest-Frankrijk trekt, is daarmee niet alleen het gevolg van extreem zomerweer, maar ook van een landschapskeuze die bijna 170 jaar geleden werd gemaakt.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Podcast: wat betekent klimaatverandering voor onze voedselvoorziening?
‘Koude blob’ oceaan lijkt direct gevolg van afname kracht AMOC
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










