Branden en hagelschade: de erfenis van het noodweer

Foto boven: Onweer boven Heerenveen - Albert Thibaudier

Het noodweerweekend van 27 en 28 juni heeft in delen van Nederland een opvallend schadebeeld achtergelaten. Aan de ene kant waren er woning- en gebouwbranden na blikseminslagen, aan de andere kant de enorme hagelschade, met uiteindelijk meer dan 10.000 beschadigde auto’s.

Beide vormen van schade kwamen voort uit dezelfde onweerssituatie, maar hadden ieder hun eigen oorzaak. De branden pasten bij zware, positieve bliksems uit het aambeeld van de buien; de autoschade bij hagelstenen die in de krachtigste buien konden uitgroeien tot een formaat waarmee daken, ruiten en plaatwerk het moesten ontgelden.

Onweer boven Heerenveen - Albert Thibaudier
Onweer boven Heerenveen - Albert Thibaudier

Tijdens het weekend trokken in twee golven zware onweersbuien over Nederland. De atmosfeer was er rijp voor. Hitte, veel vocht in de lucht en koelere lucht op hoogte vormden samen een explosieve combinatie, waarin buien zich razendsnel konden ontwikkelen tot zware onweerscomplexen. De wolkentoppen reikten tot grote hoogte, de neerslagintensiteit was lokaal extreem en de buien produceerden niet alleen veel bliksem, maar ook hagelstenen tot 5 centimeter in doorsnee. De gevolgen waren snel zichtbaar: de brandweer moest voor meerdere woningbranden uitrukken, er waren meldingen van omgewaaide bomen en wateroverlast en de regionaal zware hagel veroorzaakte op grote schaal schade aan auto’s.

Advertentie

Branden door bliksem

Een van de opvallendste gevolgen van het noodweer waren de branden die tijdens en vlak na de buien ontstonden. Op meerdere plaatsen in het land sloeg de bliksem in woningen of andere gebouwen in, met brand tot gevolg. Zulke branden komen bij onweer vaker voor, maar in deze situatie viel het aantal meldingen op. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het type ontlading dat in dit soort zware onweersbuien relatief vaak voorkomt: de positieve bliksem.

Een bliksemontlading in de buurt van Dronten - Jannine Sanders
Een bliksemontlading in de buurt van Dronten - Jannine Sanders

De meeste bliksemontladingen tijdens onweer zijn negatief geladen ontladingen. Daarbij stroomt negatieve lading vanuit het onderste deel van de onweerswolk naar de grond. Positieve bliksems werken anders. Zij ontstaan vanuit het bovenste deel van de bui, vaak vanuit het aambeeld: het uitwaaierende wolkendek dat bovenin de onweerswolk ontstaat als de stijgstroom tegen de tropopauze botst en zich horizontaal uitbreidt.

Juist die oorsprong maakt positieve bliksems bijzonder. Doordat de ontlading uit het bovenste en vaak verder van de kern gelegen deel van de bui komt, kan zij ook op flinke afstand van de zwaarste regen- en hagelzone inslaan. Soms lijkt het alsof de bliksem uit relatief rustige lucht komt, terwijl de bui zelf al wat verderop hangt. In werkelijkheid hoort die ontlading nog altijd bij hetzelfde onweerscomplex, maar dan via het uitgestrekte aambeeld.

Positieve bliksem is zeldzaam, maar vaak veel krachtiger

Positieve bliksems zijn veel zeldzamer dan de gebruikelijke negatieve ontladingen, maar staan erom bekend dat ze gemiddeld krachtiger zijn. Er wordt vaak meer lading verplaatst en de ontlading houdt langer aan. Daarmee neemt ook de kans toe dat bij een inslag brand ontstaat, bijvoorbeeld in een dakconstructie, schoorsteen, elektrische installatie of ander brandbaar materiaal in of rond een woning.

Advertentie

Dat maakt positieve bliksems tot een logische verklaring voor het relatief grote aantal branden tijdens deze onweerssituatie. De zware buien van eind juni waren goed georganiseerd, reikten tot grote hoogte en hadden een uitgestrekt aambeeld. In zulke systemen kan door de ladingsverdeling in de wolk bovenin een omvangrijk gebied met positieve lading ontstaan. Juist dan groeit de kans op positieve ontladingen naar de grond, en dus ook op de zwaardere inslagen die meer schade kunnen veroorzaken dan een doorsnee bliksemflits.

Dikke hagel - Jolanda Bakker
Dikke hagel - Jolanda Bakker

Hagel veroorzaakte de grootste materiële schade

Naast de blikseminslagen was er nog een tweede schadeveroorzaker die minstens zo nadrukkelijk in beeld kwam: de regionaal zware hagel. In een deel van Nederland vielen hagelstenen die groot genoeg waren om op grote schaal schade aan voertuigen te veroorzaken. Vooral auto’s werden hard getroffen. Daken en motorkappen kwamen vol deuken te zitten, ruiten raakten beschadigd en ook dakramen en zonnepanelen moesten het lokaal ontgelden. Uiteindelijk liep het aantal beschadigde auto’s op tot meer dan 10.000.

Ook die schade paste naadloos bij het type buien dat tijdens dit weekend over Nederland trok. Grote hagel ontstaat niet zomaar. Daarvoor zijn onweersbuien met zeer krachtige stijgstromen nodig, die hagelstenen lang genoeg in de wolk kunnen houden om ze steeds verder te laten aangroeien.

Hoe hagel zo groot kon worden

Hagel ontstaat hoog in de bui, waar regendruppels of kleine ijsdeeltjes in luchtlagen terechtkomen waarin de temperatuur duidelijk onder nul ligt. Daar bevriezen ze en vormen ze de eerste kern van een hagelsteen. In een gewone onweersbui valt zo’n steentje vaak al vrij snel weer omlaag en blijft de hagel klein. In een zware bui met krachtige stijgstromen gaat het anders. De hagelsteen wordt dan steeds opnieuw omhoog geblazen, komt telkens weer in een zone met onderkoelde waterdruppels terecht en krijgt laag voor laag extra ijsaangroei.

Hoe sterker de stijgstroom, hoe langer zo’n hagelsteen in de bui kan blijven rondcirkelen en hoe groter en zwaarder hij kan worden. Pas als hij zo zwaar wordt dat zelfs de opwaartse luchtstroom hem niet meer kan dragen, valt hij naar beneden. Tegen die tijd kan de steen tot een formaat van meerdere centimeters zijn uitgegroeid. En dan verandert hagel van een opvallend weersverschijnsel in een serieuze schadeveroorzaker.

De buien van 27 en 28 juni beschikten precies over de ingrediënten die daarvoor nodig waren. De atmosfeer bevatte veel energie, de lucht was warm en vochtig en de stijgbewegingen in de buien waren krachtig genoeg om hagelstenen lang in de lucht te houden. Dat uiteindelijk juist auto’s op grote schaal beschadigd raakten, is dan ook geen toeval, maar een rechtstreeks gevolg van de intensiteit van de buien zelf.

Het schadebeeld vertelt hoe zwaar de buien waren

De woningbranden en de hagelschade lijken op het eerste gezicht twee losstaande fenomenen, maar horen in werkelijkheid bij hetzelfde proces in de bui. Ze laten allebei zien hoe uitzonderlijk zwaar de onweersbuien van dat weekend waren. De branden wijzen op zware elektrische ontladingen, waarschijnlijk voor een belangrijk deel positieve bliksems uit het aambeeld van de buien. De enorme autoschade laat zien dat de stijgstromen in de buien krachtig genoeg waren om hagelstenen tot grote afmetingen te laten uitgroeien.

Daarmee laten de schadegevallen uiteindelijk ook zien hoe bijzonder de situatie in dat weekend was. Niet alleen dát het noodweer grote overlast veroorzaakte, maar vooral ook hoezeer de atmosfeer met energie was geladen. In de branden was de kracht van de bliksem terug te zien, in de door de zware hagel gedeukte auto’s de kracht van de stijgstromen in de wolken.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie