Een zomer zonder orkanen: voor het eerst sinds 1941
Reinout van den BornDe Atlantische Oceaan heeft deze meteorologische zomer geen enkele orkaan voortgebracht. Dat gebeurde voor het laatst in 1941, nu 85 jaar geleden. Ook toen speelde een uitzonderlijk sterke El Niño, die zich bovendien over meerdere jaren uitstrekte, een belangrijke rol. En volgde één van de koudste winters van de vorige eeuw.
Er zijn deze, bijna voorbije zomer in de Atlantische sector al wel enkele tropische stormen geweest. Arthur, Bertha, Cristobal en Dolly kregen een naam. De eerste twee ontstonden boven de Golf van Mexico, de laatste twee boven de Atlantische Oceaan. Maar geen van deze systemen slaagde erin om tot een orkaan uit te groeien. Vandaag zou zich boven het noordelijke deel van de Golf van Mexico nog kortdurende een tropische storm kunnen vormen.

De laatste keer was in 1941
De laatste keer dat de drie meteorologische zomermaanden juni, juli en augustus volledig zonder orkaan verliepen, was in 1941, 85 jaar geleden dus. Dat is zeer opmerkelijk, want normaal gesproken begint juist in augustus de Atlantische activiteit flink toe te nemen. September is gemiddeld de drukste maand van het seizoen. Dit jaar lijkt de oceaan daar tot nu toe weinig van te willen weten, al hebben we nog een tijdje te gaan.
De achtergrond is opvallend. Boven de tropische Stille Oceaan is een zeer krachtige El Niño tot ontwikkeling gekomen, die zich de komende maanden naar verwachting nog verder zal versterken. De invloed ervan op de atmosferische circulatie is nu al merkbaar.
Boven de Atlantische Oceaan zorgt El Niño onder meer voor sterkere windschering: verschillen in windsnelheid en windrichting met de hoogte. Die kunnen jonge tropische systemen uit elkaar trekken voordat ze de kans krijgen om tot krachtige orkanen uit te groeien. Het is dan ook geen toeval dat NOAA voor dit jaar een beneden normale Atlantische activiteit verwachtte.
Ook 1941 begon uitzonderlijk rustig
In 1941 bleef het tijdens het orkaanseizoen op de Atlantische Oceaan eveneens lange tijd opvallend stil. De eerste tropische verstoring van het seizoen ontstond pas op 11 september. Dat betekende destijds een uitzonderlijk late start van de activiteit.
Maar daarna veranderde de situatie razendsnel. Het orkaanseizoen van 1941 was uiteindelijk namelijk helemaal geen bijzonder rustig seizoen. Er ontstonden vier orkanen. Sterker nog: op 23 september waren er boven de Atlantische Oceaan drie orkanen tegelijkertijd actief. Eén bevond zich in het oostelijk Caribisch gebied, één boven de Golf van Mexico en één boven de Atlantische Oceaan ten oosten van de Amerikaanse oostkust. Een orkaanloze zomer bleek toen dus geen voorbode van een orkaanloos najaar.
De overeenkomst gaat verder
Ook in 1941 speelde El Niño een belangrijke rol. De El Niño die rond die tijd in de tropische Stille Oceaan bezig was, maakte deel uit van een uitzonderlijk langdurige en krachtige gebeurtenis die zich over meerdere jaren uitstrekte. De atmosfeer reageerde daarop wereldwijd.
Dat was niet alleen in de tropen zichtbaar. Ook de straalstromen, de drukverdeling op het noordelijk halfrond en uiteindelijk zelfs de Arctische stratosfeer raakten sterk verstoord.
Eén van de meest bijzondere episodes van de 20e eeuw
De periode rond 1940-1942 behoort klimatologisch hoe dan ook tot de meest bijzondere episodes van de twintigste eeuw. De winters van die jaren waren in grote delen van Europa uitzonderlijk koud, waarvan die van 1941/42 het meest extreme voorbeeld was. Tijdens die winter werd in Nederland op 27 januari 1942 in Winterswijk een temperatuur van -27,4 graden bereikt, nog altijd de laagste die in ons land officieel is gemeten.
Maar hoe kon een El Niño, die zijn oorsprong duizenden kilometers verderop in de tropische Stille Oceaan had, uiteindelijk bij zulke extreme kou in Europa een rol spelen?
Van de tropische oceaan naar de pool
El Niño speelt zich af in de tropische Pacific. Doordat het zeewater in een lange baan langs de evenaar tussen Zuid-Amerika aan de ene en Indonesië en Australië aan de andere kant veel warmer dan normaal wordt, komt een grote hoeveelheid warmte vrij die aan de atmosfeer wordt afgegeven en de lucht erboven sterk beïnvloedt.
Die verandering werkt helemaal door in de mondiale atmosferische circulatie. Veranderingen in de tropische atmosfeer kunnen grote Rossbygolven versterken, waardoor ook de grootschalige luchtstromingen op hogere breedten worden beïnvloed. De gevolgen kunnen daardoor uiteindelijk tot in het Noordpoolgebied doordringen.
De poolwervel
Dat is belangrijk, omdat zich daar in de stratosfeer, de luchtlaag boven die waarin ons weer zich afspeelt, de poolwervel bevindt: de grote, ringvormige band van sterke westenwinden die in de winter de zeer koude lucht rond de Noordpool grotendeels gevangen houdt.
Tijdens de uitzonderlijke El Niño-periode van 1940-1942 was de stratosferische circulatie sterk afwijkend. Reconstructies lieten onder meer een zwakke poolwervel zien en aanwijzingen voor frequente stratosferische opwarmingen (SSW’s). Onder die omstandigheden werd de normale westelijke circulatie rond de pool verstoord en kon zeer koude lucht gemakkelijker dan anders naar lagere breedten uitstromen.
El Niño deed het 1941 niet alleen
Maar ook een belangrijke nuance is op zijn plaats. Het is namelijk te simpel om te zeggen dat de El Niño van toen rechtstreeks de extreem koude winter van 1942 veroorzaakte.
De uitzonderlijke kou in Europa ontstond uiteindelijk door een heel specifieke configuratie van weersystemen, die ongetwijfeld ook door andere factoren werd beïnvloed en afgedwongen. Hardnekkige hogedrukgebieden en blokkades hielden de normale westelijke aanvoer van zachte oceaanlucht tegen, terwijl koude continentale lucht vanuit het noordoosten Europa juist wel gemakkelijk kon binnenstromen. El Niño was daarbij weliswaar een belangrijke achtergrondfactor, maar niet de enige schakel in de keten.
En toen kwam de winter
De winter van 1941/42 werd uiteindelijk in Europa een van de koudste winters van de twintigste eeuw. In delen van Noord- en Oost-Europa waren de afwijkingen enorm. De kou hield bovendien lange tijd aan. En dat had niet alleen meteorologische gevolgen.
Doordat de uitzonderlijke winter midden in de Tweede Wereldoorlog viel, had het winterweer ook invloed op de militaire operaties aan het oostfront. De combinatie van sneeuw, ijs en extreme kou maakte de omstandigheden voor mens en materieel buitengewoon zwaar.
De vergelijking is natuurlijk wel heel interessant
Kijk je nu naar de voorgeschiedenis van toen en leg je de zomer van 1941 naast die van nu, dan is de vergelijking natuurlijk wel fascinerend.
In beide zomers kwam het op de Atlantische Oceaan niet tot de vorming van een orkaan. En in beide jaren was sprake van een krachtige El Niño. In 1941 maakte die deel uit van een hoe dan ook uitzonderlijke atmosferische toestand die uiteindelijk zelfs de winter beïnvloedde. Zou die geschiedenis zich kunnen herhalen?
Hoe het verder gaat, staat nog lang niet vast
Hoe fascinerend de overeenkomst ook is, hij leidt nu nog niet tot een verwachting. Want de atmosfeer van 2026 is duidelijk anders dan die van 1941. De oceanen van nu zijn veel warmer dan toen en ook het klimaat op de achtergrond is veranderd. Daarbij verschillen de posities en sterkte van de verschillende druksystemen van jaar tot jaar. En zelfs de El Niño van dit jaar is anders dan die van toen. De huidige El Niño staat nog maar aan het begin en is verder aan het versterken, terwijl de El Niño van 1940-1942 zich over meerdere jaren uitstrekte.
Bovendien bepaalt El Niño niet in zijn eentje hoe de winter in Europa verloopt. Daarvoor zijn veel meer factoren van belang. Zoals de toestand van het water in de andere wereldzeeën, de conditie van de verschillende straalstromen, de ontwikkelingen in de Arctische stratosfeer, de kracht van de poolwervel, de sneeuwbedekking in Siberië en de ontwikkeling en positie van hogedrukblokkades. Ze kunnen allemaal een rol gaan spelen.
Een sterke El Niño kan zo de kans op het optreden van bepaalde atmosferische patronen wel veranderen. Maar hij legt het weer van de komende winter niet al maanden van tevoren vast.
De Atlantische Oceaan is nog niet klaar
Voor 2026 betekent dit dat we eerst moeten afwachten wat er vanaf september gebeurt. De piek van het Atlantische orkaanseizoen ligt juist in de eerste herfstmaand. De uitzonderlijke rust van juni, juli en augustus is daarom geen garantie dat het ook de rest van het seizoen rustig blijft.
Ook weten we nog niet hoe het sneeuwdek op het noordelijk halfrond zich gedurende de herfst opbouwt, hoe het zee-ijs in het noordpoolgebied zich ontwikkelt en hoe de poolwervel zich gedurende de komende winter uiteindelijk gaat gedragen. Nog heel veel losse eindjes dus.
Wat straks gaat gebeuren, staat nog helemaal open
Het is uiteindelijk het weer tijdens de komende winter zelf dat uitsluitsel zal geven over wat deze ontwikkelingen allemaal betekenden. Wat dat betreft moeten we nog heel wat maanden wachten. Maar één ding weten we inmiddels wel: de zomer van 2026 vertoont een opmerkelijke overeenkomst met die van 1941. Wat er daarna gebeurt, staat echter nog volledig open.
Mis ook deze verhalen niet:
30-Daagse (+): wisselvalligheid verdwijnt, nazomerweer doemt op
Hitte tast Alpen aan: gletsjers verdwijnen, bergen worden instabiel
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller









