Waarom een echte weersomslag nu nog niet voor de hand ligt

Foto boven: Een tulp tegen de achtergrond van een staalblauwe lucht - Chris Meewis

De lente in Nederland is in de eerste twee maanden warm, zonnig en droog verlopen. In De Bilt staat de gemiddelde temperatuur tot en met gisteren op gemiddeld 9,2 graden, tegen 8,0 graden normaal. Dat is goed voor een 6e plaatsen op de lijst van warme lentes tot nu toe. Verder was het droog en scheen de zon meer dan normaal.

Hoewel het Nederlandse weer vanaf het komende weekend even wat wisselvalliger lijkt te worden, is een echte omslag van het weer nog niet aan de orde. De factoren in het weer, die de ontwikkeling van nu vormgeven, veranderen op termijn maar nauwelijks. Pas als dat gebeurt, kunnen we aan een echte verandering in de grootschalige drukverdeling gaan denken.

Een tulp tegen de achtergrond van een staalblauwe lucht - Chris Meewis
Een tulp tegen de achtergrond van een staalblauwe lucht - Chris Meewis

Ook dit jaar zijn hogedrukgebieden dominant

Net als vorig jaar zijn hogedrukgebieden deze lente in het weer van alledag dominant. Lagen die hogedrukgebieden in maart vooral ten zuiden en oosten van ons land, en slechts af en toe ten noorden, in april moeten we wel veel vaker naar het noorden kijken. Eerst was een positie boven Scandinavië favoriet, na 20 april kwamen de hogedrukgebieden steeds vaker bij Groenland, IJsland en Schotland terecht. En eigenlijk is dat nog steeds zo.

Advertentie

De drukverdeling in de maartmaand betekende dat storingen van de oceaan onze omgeving nog geregeld konden bereiken. Het was qua neerslag dan ook een normale maand. Op veel plaatsen viel tussen 50 en 75 millimeter regen. Het noorden en het zuidwesten waren wel droger.

Vooral april is erg droog verlopen

In april zijn de hogedrukgebieden tot nu toe veel ‘blokkerender’ van aard en houden storingen op de oceaan tegen. Er is dan ook weinig regen gevallen. Het oosten en noorden waren nog het natst met tussen 10 en 20 millimeter (in de Limburgse heuvels tot 25 millimeter), maar het westen, midden en zuiden zijn met 1 tot 10 millimeter wel heel erg droog.

Door de droogte in april, het grote aantal zonuren en vooral later in de maand ook de sterk drogende wind, is het neerslagtekort inmiddels flink opgelopen. We staan, vanaf 1 januari dit jaar tot nu toe, op een tekort van landelijk 65 millimeter. Op basis van de verwachtingen lijken we over twee weken in de buurt van 100 millimeter uit te komen.

Twee instortingen poolwervel maart hebben nu nog gevolgen

Drijvende kracht achter het weerbeeld van dit moment zijn nog de twee instortingen die de poolwervel boven de Noordpool in maart liet zien. Hoewel die poolwervel inmiddels al lang en breed aan zijn zomerrust is begonnen, werken de daalbewegingen, tijdens die twee SSW’s in de atmosfeer boven het poolgebied in gang zijn gezet, nog door. Het hogedrukgebied, dat het weer bij ons sinds globaal 20 april in de greep heeft, is er een gevolg van.

Advertentie

De rest van de week hebben we met dit hogedrukgebied te maken. Het trekt over de Noordzee naar het oosten, om daarna via Noord-Duitsland en Centraal-Europa naar het zuidoosten te verdwijnen. Een nieuw hogedrukgebied lijkt er vervolgens vanaf de oceaan achteraan te komen. Dit vindt zijn oorsprong overigens niet bij Groenland, al blijven ook daar de barometerstranden vrij hoog. Nog weer later zou zich daar alsnog een nieuw, dominant hogedrukgebied kunnen vormen. Dat zou dan de laatste uitwerking van de eerdere SSW’s moeten zijn.

Ook de ontwikkeling van de NAO-index laat deze ontwikkelingen zien

Het zijn ontwikkelingen die we ook in de gang van de NAO-index zien, die een maat is voor het luchtdrukverschil tussen IJsland en de Azoren. Die NAO-index heeft een negatieve fase achter de rug, wijzend op de eerder al genoemde hogedruk bij IJsland en relatief lage luchtdruk in de buurt van de Azoren. Na een zeer korte positieve fase, rond het komende weekend, zou een nieuwe, wat langdurigere negatieve fase moeten beginnen. Ook die wijst op de al eerdergenoemde terugkeer van de hogedrukgebieden bij Groenland en IJsland. En bij ons, vanaf komende maandag, een naar oost tot noordoost draaiende wind, en droger weer.

Daartussen bevindt zich een korte periode waarin lagedrukgebieden een kansje hebben. Vanaf grofweg zaterdag zouden ze even in de buurt van Nederland kunnen uitkomen. Lukt dit inderdaad, dan blijft het eerst nog warm (met vanaf vrijdag nog steeds die kans op zomerse temperaturen), maar kunnen – voor de boordnodige neerslag – regionaal ook een paar regen- en onweersbuien ontstaan. De periode van komende zaterdag tot en met de woensdag daarna zou voor die buien het aangewezen tijdvak moeten zijn.

Vervolgens luidt hernieuwde invloed van hogedrukgebieden een volgende periode met droger, zonniger en uiteindelijk ook weer vrij warm in, vanaf de tweede helft van de nieuwe week.

Het spoorboekje ziet er nu zo uit

Al met al is het spoorboekje nu als volgt. Vandaag, morgen en vrijdag schijnt de zon, is het droog en waait een oostelijke, vrijdag zuidoostelijke wind. Het wordt steeds warmer, met vrijdag in delen van het land voor het eerst dit jaar zomerse temperaturen (tot 26 graden). Ook in het weekend is het nog warm, maar neemt de buienkans toe.

In de eerste dagen van de nieuwe week houdt het licht wisselvallige weer nog aan, maar zien we de wind (die even uit het zuiden tot zuidwesten heeft gewaaid) weer naar het noordoosten draaien. Het wordt daardoor ook wat koeler. Later in de week verdwijnt de wisselvalligheid, keert de zon terug en gaat uiteindelijk ook de temperatuur weer omhoog.

Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon

Mis ook deze verhalen niet:

Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!

Jouw foto op Weerverteller.nl?

Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller

Advertentie