Was Nederland in de middeleeuwen net zo warm als nu?
Reinout van den BornWat was de warmste zomer-eeuw van het afgelopen millennium? In een reconstructie van het klimaat in de Lage Landen kwam niet de twintigste, maar de dertiende eeuw bovenaan te staan. Het is een verrassende uitkomst, die meteen een vraag oproept. Als het hier in de middeleeuwen ook zo warm kon zijn, wat maakt de opwarming van tegenwoordig dan zo bijzonder?
Wie over klimaatverandering praat, komt de middeleeuwse warme periode vroeg of laat tegen. Toen was het immers ook warm, wordt gezegd. En toen reden er geen auto’s rond en stonden er geen elektriciteitscentrales. Kennelijk kon de natuur het dus zelf.

Dat laatste klopt. Het klimaat veranderde ook voordat mensen op grote schaal steenkool, olie en gas gingen verbranden. Ook in Nederland zijn aanwijzingen voor middeleeuwse warmte gevonden. Maar om die met de warmte van tegenwoordig te vergelijken, moeten we goed kijken naar wat we eigenlijk weten.
Het weer van vóór de thermometer
Hoe achterhaal je de temperatuur van een zomer waarin niemand een thermometer had?
Voor de Lage Landen verzamelden weerhistoricus Jan Buisman en KNMI-onderzoeker Aryan van Engelen informatie uit historische bronnen. Beschrijvingen van oogsten, rivierijs en bijzondere weersomstandigheden hielpen om vroegere zomers en winters te beoordelen. Zo ontstond een reconstructie die vele eeuwen teruggaat.
Een wetenschappelijke toetsing door onderzoekers Shabalova en Van Engelen, gepubliceerd in 2003, leverde een opvallend resultaat op. De dertiende eeuw kwam daarin voor de zomers bovenaan, maar het verschil met de twintigste eeuw was klein en viel binnen de onzekerheidsmarge. Bij de winters bleek juist de twintigste eeuw duidelijk het zachtst.
Daar horen twee belangrijke kanttekeningen bij. De onderzochte reeks eindigde in 1998. De sterke verdere opwarming van de afgelopen decennia zit er dus niet in. Bovendien is de reconstructie vóór ongeveer 1300 moeilijker onafhankelijk te controleren, doordat andere gegevens schaarser zijn. Die eerste plaats is dus geen onbetwiste recordtitel en vertelt niet hoe middeleeuwse zomers zich tot onze meest recente zomers verhouden.
Een klimaatarchief op de Veluwe
Niet alleen oude geschriften bewaren sporen van het klimaat. Ook op de bodem van het Uddelermeer, bij Uddel op de Veluwe, ligt informatie over vroegere warmte.
Onderzoekers bestudeerden er overblijfselen van dansmuglarven in het slib. Welke soorten voorkwamen, helpt bij het reconstrueren van de temperatuur: de samenstelling van zo’n gemeenschap hangt onder meer samen met de warmte van het water en de lucht.
De onderzoekers maakten hiermee een reconstructie van de julitemperatuur, waarin ook het begin van een middeleeuwse warme fase herkenbaar is. Zo levert een meer op de Veluwe een heel ander soort aanwijzing dan een oude kroniek. Maar het blijft een plaatselijke reconstructie van één zomermaand. Het is geen thermometer voor het hele Nederlandse jaar.
Welke warmte vergelijken we?
Daar zit een belangrijk deel van de verwarring. Met de uitspraak ‘het was toen ook warm’ kunnen we heel verschillende dingen bedoelen.
Gaat het om een paar uitzonderlijke zomers? Om een eeuw met gemiddeld warme zomers? Of om een klimaat waarin ook de winters, lentes en herfsten zacht waren? En vergelijken we die oude eeuw met de hele twintigste eeuw, waarin ook veel koelere decennia zaten, of met de laatste dertig jaar?
Dat maakt nogal wat uit. Een eeuwgemiddelde strijkt uitschieters en veranderingen glad. Een recente warme periode kan daardoor deels verdwijnen in het gemiddelde van een veel langere periode.
Een eerlijke vergelijking vraagt dus om dezelfde seizoenen, vergelijkbare tijdvakken en aandacht voor de onzekerheden. Juist voor de middeleeuwen kunnen we niet overal een betrouwbaar getal achter de komma invullen.
Van Nederland naar de wereld
Nu is klimaatverandering tegenwoordig een wereldwijd fenomeen. Hoe was dat destijds?
De periode van ongeveer 950 tot 1250 staat bekend als de middeleeuwse warme periode. Vooral rond de Noord-Atlantische Oceaan waren er relatief warme omstandigheden. Maar de warmte bereikte niet overal op aarde tegelijk haar hoogtepunt. Daarom spreken onderzoekers ook wel van de Middeleeuwse Klimaatanomalie.
Je kunt het vergelijken met een weerkaart. Een hardnekkige luchtstroming kan West-Europa wekenlang zacht weer bezorgen, terwijl het elders juist koud is. Ook op langere tijdschalen kunnen oceaan- en luchtstromingen warmte anders over de aarde verdelen.
Een warme Noord-Atlantische regio betekent daardoor niet automatisch een even sterke stijging van de wereldgemiddelde temperatuur. Reconstructies van de afgelopen tweeduizend jaar laten zien dat de middeleeuwse warmte geografisch minder gelijktijdig optrad dan de recente opwarming. Tegenwoordig zien we over meerdere decennia in vrijwel de hele wereld een stijgende temperatuur, al verloopt die opwarming niet overal even snel.
En waardoor wordt het warmer?
Dat natuurlijke processen vroeger voor warmte zorgden, betekent dat we die processen ook nu moeten onderzoeken.
Variaties in de zon, vulkaanuitbarstingen en veranderingen in oceaan- en luchtstromingen beïnvloeden het klimaat. Ze doen dat nog steeds. Maar daarmee is nog niet verklaard waarom de gemiddelde temperatuur op aarde tegenwoordig zo sterk stijgt.
Voor de huidige opwarming is de toename van broeikasgassen doorslaggevend. Volgens het IPCC verklaart de menselijke invloed ongeveer de volledige netto-opwarming tussen 1850–1900 en 2010–2019. Natuurlijke schommelingen kunnen die opwarming tijdelijk versterken of afzwakken. Ook het tempo valt op: sinds 1970 steeg de wereldgemiddelde temperatuur sneller dan tijdens enige andere periode van vijftig jaar in minstens tweeduizend jaar.
Een warme zomer is nog geen wereldklimaat
De middeleeuwse warmte verdient een plaats in het klimaatverhaal. Ook onze omgeving kende toen warme perioden, lang voordat de uitstoot van broeikasgassen sterk toenam. Hoe warm afzonderlijke Nederlandse zomers destijds precies waren ten opzichte van nu, kunnen we niet met dezelfde zekerheid vaststellen als de temperatuurverschillen binnen de moderne meetreeksen.
De middeleeuwse warmte was dus een werkelijk onderdeel van onze klimaatgeschiedenis. Maar warme zomers in de Lage Landen vertellen nog niet hoe warm de hele aarde was. En dat natuurlijke processen toen voor warmte zorgden, verklaart niet automatisch de temperatuurstijging van nu.
Het slib van het Uddelermeer en de oude kronieken vertellen ons dat het klimaat ook vroeger veranderde. De metingen van tegenwoordig laten zien hoe snel en hoe wijdverspreid de huidige opwarming verloopt. Het onderzoek naar de oorzaken daarvan wijst bovendien op onze uitstoot van broeikasgassen. Daar zit het wezenlijke verschil met de middeleeuwen.
Morgen kijken we in een verhaal op deze site naar de koudste winter-eeuw van het afgelopen millennium.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
Voor weernieuws uit Vlaanderen kijk op: meteo-weer.be
Onstuimige vrijdag: eerste storm van het najaar in zicht
30-Daagse (+): even westcirculatie, nog niet de grote omslag
Golfstroom sterker geworden. Spreekt dat het AMOC-verhaal tegen?
De achterdeurtjes van de komende, vrijwel zeker zachte winter
Een fascinatie voor de winter die nog maar nauwelijks wordt gevoed
Het jaar 1540 was krankzinnig. Maar kijk eens goed naar 2026
Recordsterke El Niño op komst. Reageert atmosfeer nog wel zoals vroeger?
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










