Vulkaankratertjes op IJsland lijken wel wat op duinpannen
Reinout van den BornVanwege het almaar warmer wordende weer in Nederland, besloot vrieskoujager Pieter Bliek naar IJsland te gaan om daar verkoeling te zoeken. Samen met een vriend Robert en diens zoon Dean rijdt hij een rondje om het vulkanische eiland.
De winter heeft IJsland inmiddels verlaten, maar overal waar je kijkt, zijn er nog sporen van te zien. ‘Het is prachtig hoe de sneeuwresten de bergtoppen een magische aanblik geven’, zegt Pieter. Daarbij valt het hem op dat de kratertjes van kleine sintelvulkaantjes opvallende overeenkomsten met duinpannen vertonen. Als vrieskoujager van vlees en bloed kan hij de verleiding om ook hier meetstations in te plaatsen, om het temperatuurverloop te meten, maar nauwelijks weerstaan.

De reis begon zaterdagochtend in Reykjavik. Van daar was het een paar uur rijden naar het begin van het schiereiland Snæfellsnes, in het westen van IJsland. Aan het einde van het schiereiland ligt de bekende gletsjer Snæfellsjökull. Deze plek is beroemd geworden door het boek Reis naar het middelpunt der aarde van Jules Verne. Volgens dit boel zou de ingang naar het binnenste van de aarde zich onder deze gletsjer moeten bevinden.

Bij helder weer kun je gletsjer vanuit Reykjavik zien liggen
Pieter: ‘Bij helder weer kun je gletsjer, die op de top van een 1446 meter hoge stratovulkaan ligt, vanuit Reykjavik zien liggen. Dat is een afstand van ongeveer 120 kilometer’. Helaas was het op de dag dat de vrieskoujager en zijn reisgenoten erheen reden te bewolkt en waaide het ook nog eens behoorlijk. ‘Maar toen we dichterbij kwamen, klaarde het weer enigszins op en konden we gelukkig toch nog een stukje van de gletsjer zien liggen.’
Imposant was ook het 100 meter hoge, karakteristieke sintelvulkaantje Saxhóll. Er is naar de krater een trap aangelegd, dus kun je er vrij makkelijk bovenop komen. Vanaf de top heb je uitzicht over de lavavelden en richting de grotere vulkaan Snæfellsjökull.

Een andere karakteristieke bezienswaardigheid op hett schiereiland is de 463 meter hoge Kirkjufell, ofwel Kerkberg, even voorbij het plaatsje Olafsvik, waar het reisgezelschap de nacht op een camping doorbracht.
De nacht verliep stormachtig en nat
De nacht was stormachtig en het regende van tijd tot tijd behoorlijk. ‘Het weer was zo slecht dat ik met mijn slaapzak in de auto heb geslapen. De tent heb ik maar niet opgezet’, vertelt Pieter. Robert en zijn zoon sliepen in een uitklapbare tent boven op het dak van de auto. ‘De wind bewoog de tent met de auto hevig heen en weer. Ik werd telkens wakker.’

De volgende ochtend was de wind gaan liggen en stopte het gelukkig ook met regenen. Vanuit Olafsvik was het een kleine drie uur rijden naar Holmavik, aan het begin van de noordwestelijke fjorden. ‘Het oostelijke gedeelte van deze fjorden is wat mij betreft het mooiste van heel IJsland. Ik ben er meerdere keren, in verschillende seizoenen geweest, maar dit keer, met al die sneeuwresten, was zeer bijzonder. Alsof je door een sprookje reed’, aldus de vrieskoujager.
‘Overal waar je keek, zag je watervalletjes en stroompjes die onder de sneeuwresten doorstroomden en grillige patronen in de sneeuw uitsleten. De hoge bergkammen hadden door hun grilligheid in combinatie met de sneeuwresten een magische aanblik. Dat werd nog eens versterkt door de dramatische wolkenluchten op de achtergrond. IJsland is wat dat betreft fotogeniek’, legt Pieter uit.

Vierwielaandrijving is hard nodig
Het is overigens aan te bevelen om voor de vele verplaatsingen een Jeep met vierwielaandrijving te huren. ‘En je moet ook over stalen zenuwen beschikken, met al die modderige grindweggetjes over steile hellingen en met afgronden pal naast je’, waarschuwt Pieter. ‘Maar als je voorzichtig rijdt is het goed te doen.’
Vanuit Holmavik is het ruim twee uur over grindweggetjes rijden naar het geothermische zwembadje Krossneslaug, in het kleine plaatsje Norðurfjörður. ‘Verder dan daar kun je niet rijden. Het voelt alsof je aan het einde van de wereld bent gekomen.’

Eerst passeerden Pieter, Robert en Dean het verlaten plaatsje Djúpavík, met zijn achtergelaten en vervallen haringfabriek. ‘Vanuit de verte kon je een oud scheepswrak zien liggen, dat door het zoute zeeklimaat hier al tientallen jaren ligt weg te roesten. Het roestende scheepswrak is voor fotografen een heus foto-icoon geworden.’
Achter de startbaan bevindt zich een warm zwembadje
Niet ver daar vandaan ligt, aan het einde van de fjord, een klein vliegveldje. Wat veel toeristen niet weten, is dat net voorbij de landingsbaan het natuurlijk warme badje Hákarlavogur ligt, waarin je heerlijk kunt relaxen. Als je het bad tenminste kunt vinden, want het ligt goed tussen de rotsen verscholen. ‘Het is overigens verboden om er zonder toestemming van de eigenaar in te baden, maar die is toch in geen velden of wegen te bekennen.’
Maandag vervolgde het trio de reis richting het zogeheten muggenmeer Mývatn, in het noorden van IJsland. Het ligt in een prachtig vulkanisch gebied. Onderweg maakten ze een ommetje naar de natuurlijke, geothermische badjes van Grettislaug, even ten noorden van het plaatsje Sauðárkrókur. ‘We hadden geluk, want de eigenaar had het hek net twee dagen daarvoor geopend en de badjes in gereedheid gebracht’, vertelt Pieter. ‘We waren een van de eerste bezoekers van het nieuwe seizoen.’
De drie uur durende reis, daar vandaan naar het muggenmeer, was adembenemend. Pieter: ‘De weg voerde door prachtige valleien die nog volop met sneeuwresten waren bedekt, zo ver het oog reikte. Regelmatig maakte we een pitstop om een paar foto’s te maken’.

Heel bijzonder was het meertje met daarop ijsnaalden
Heel bijzonder was ook een meertje, bedekt met ijsnaalden of slush-ijs, dat door de wind op elkaar werd gedrukt en een rinkelend geluid maakte. Als een soort kruiend ijs. ‘Ik heb er een filmpje van gemaakt waarop je dat rinkelende geluid kunt horen’.
De laatste stop voerde langs de beroemde waterval Goðafoss (waterval van de goden). Rond het jaar 1000 gooide de wetspreker Þorgeir Ljósvetningagoði, volgens de overlevering na zijn bekering, de oude Noorse goden in deze waterval, waarna IJsland op het christendom overging.
In de avond arriveerde het reistrio uiteindelijk in Mývatn. Daar brachten ze een bezoek aan de kraters van Skútustaðagígar, die zich aan de zuidkant van het muggenmeer bevinden. Het is een van de bekendste pseudokraters ter wereld en een mooi voorbeeld van hoe vulkanisme en water met elkaar samenwerken. Het zijn overigens geen echte vulkaankraters. Ze zijn ontstaan toen hete lava hier 2300 jaar geleden over een moerassig gebied stroomde. Dat veroorzaakte onder de lava stoomexplosies, waardoor kleine kraters ontstonden.

De kraters hebben veel weg van duinpannen
Volgens de vrieskoujager lijken de kraters behoorlijk veel op duinpannen. En dat bracht hem op een idee. Pieter: ‘In deze kraters kunnen bij helder en windstil weer ook koudepoelen ontstaan, net zoals in de duinpannen. Waarom zou ik ook niet hier een weerstationnetje neerzetten om het temperatuurverloop in de vulkaankratertjes te meten?’
Of dat zo’n goed idee is, valt echter nog te bezien. Ten eerste moet hij toestemming krijgen om hier meetstations te plaatsen. Ten tweede stuiven de kraters ’s winters vol sneeuw. En ten derde zouden de weerstations door toeristen kunnen worden gesloopt of gestolen.
‘We houden dan ook maar het op metingen in de duinpannen aan de Noord-Hollandse, de Belgische en de Franse kusten. Maar de verleiding is wel groot’, aldus Pieter.
Voeg weerverteller.nl toe aan het startscherm van je telefoon
Mis ook deze verhalen niet:
30-Daagse (+): weken 2 en 3 wellicht wisselvallige onderbreking
Wat laten de eerste berekeningen voor de komende zomer zien?
Wat doet de naderende El Niño met het weer in de komende zomer?
Spanje krijgt in anderhalf jaar tijd drie grote zonsverduisteringen
Volg ons ook op facebook, X, Instagram en Bluesky!
Jouw foto op Weerverteller.nl?
Stuur je foto naar foto@weerverteller.nl, of via X met de vermelding van @weerverteller










